Slechts een viertal Tweede Kamerleden was aanwezig bij de presentatie van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) over de uitbreiding van het Europese emissiehandelssysteem: ETS2. Opvallend, want binnen afzienbare tijd zullen alle Nederlanders met de gevolgen van de Europese koolstofheffing te maken krijgen.
Onder ETS2 zal de bekende ‘koolstoftaks’ voor CO2-uitstoot namelijk niet alleen gelden voor de zware industrie, elektriciteitssector en scheep- en luchtvaart, maar ook voor huishoudens. Vanaf 2028, een jaar later dan gepland, vallen ook kleine industrie, gebouwen, transport en glastuinbouw onder het Europese klimaatbeleid.
Maandelijkse extra kosten
Hoe zat het ook alweer met het emissiehandelssysteem? ETS werd in 2005 opgericht en biedt leveranciers twee keuzeopties: minder fossiele brandstoffen uitstoten of betalen ter compensatie hiervan. Als bedrijven kiezen voor de laatste optie, dan moeten zij speciale emissierechten kopen. Het aantal beschikbare rechten wordt ieder jaar minder, totdat Europa uiteindelijk helemaal is overgestapt op duurzame alternatieven.
De onderzoekers waarschuwen dat de invoer van ETS2 gepaard moet gaan met aanvullend beleid. Want de Europese taks kan ervoor zorgen dat de Nederlandse prijzen flink gaan stijgen. Het PBL houdt rekening met zo’n tien tot zeventig euro aan extra maandelijkse kosten per huishouden. Dat zal de Nederlander met een spaarpot, thuiswerkbaan, warmtepomp of een elektrische auto voor de deur waarschijnlijk niet zozeer raken, maar heeft des te meer gevolgen voor kwetsbare groepen.
“Huishoudens kunnen moeilijk anticiperen op de prijsontwikkeling”, stelde een van de PBL-onderzoekers. Het isoleren van een huis is immers niet binnen een paar uur gepiept. Door het prijspad van de ETS-rechten vast te leggen, denkt PBL dat het effectiever kan werken. Ook zouden de extra kosten kunnen worden verrekend met de nationale accijnzen en energiebelastingen. Die zijn in Nederland hoger dan in andere landen.
Opbrengsten
Die nationale verschillen zijn misschien wel het grootste knelpunt voor de uitvoering. Want hoewel ETS2 een Europese regeling is, mogen de lidstaten deze op hun eigen wijze implementeren. Nederland heeft er bijvoorbeeld voor gekozen om de glastuinbouw en binnenvaart onder ETS te laten vallen, terwijl België en Duitsland dit niet doen. “Dat brengt risico’s mee voor het draagvlak”, merkt een PBL-vertegenwoordiger op. “Als we straks in het buitenland gaan tanken, dan maakt dat geen verschil.”
Daarnaast levert de veiling van ETS2-rechten de EU naar verwachting tussen de 244 en 557 miljard euro op. Een deel hiervan, zo’n 65 miljard euro, wordt gestoken in het Sociaal Klimaatfonds van de EU. Nederland wil zijn deel van het geld – waarschijnlijk zo’n 960 miljoen euro – gebruiken voor onder meer tijdelijke inkomenssteun, verduurzaming en het stimuleren van elektrisch rijden.
Klimabonus of inkomstenbron?
Maar verreweg het grootste deel van de opbrengsten stroomt direct terug naar de Europese lidstaten. Het PBL schat dat Nederland tussen de 7 en 21 miljard euro zal winnen uit de ETS2-veilingopbrengsten. Wat gebeurt er met dat geld? Dat is onduidelijk. In Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland worden de ETS-opbrengsten onder de bevolking verdeeld met speciale subsidieprogramma’s, de zogeheten klimabonus.
In Nederland is geen sprake van zulke maatregelen. “Tijdens de formatie van het kabinet Schoof zijn de heffingen vrijwel geruisloos geïncasseerd als inkomstenbron”, blikt ChristenUnie-Kamerlid Pieter Grinwis terug. “Er is verder niets mee gedaan.” Sterker nog: toen ETS2 met een jaar werd uitgesteld, miste het ministerie van Financiën een paar miljard euro aan inkomsten. PBL hoopt dat nationale maatregelen zoals de klimabonus wel zullen worden overwogen, zodat kwetsbare groepen niet buiten de boot vallen.

