Green Deal heeft vrienden en vijanden, maar de verschillen zijn kleiner dan gedacht

Tijdens de veertiende editie van Hard Talk Europa in Nieuwspoort botsten Europarlementariër Bas Eickhout en Cefic-directeur Marco Mensink regelmatig over de Green Deal. Maar naarmate het debat vorderde, bleken de verschillen tussen de groene politicus en de chemielobbyist verrassend klein.

5 min. leestijd
Green Deal-discussie tijdens Hard Talk Europa.
V.l.n.r.: Marco Mensink, Anke Truijen, Jacob Ruiter en Bas Eickhout. (Foto: Brusselse Nieuwe).

Water en vuur. Zo zou je Europarlementariër Bas Eickhout, lid van GroenLinks – dat voortaan door het leven gaat als Pro Europa – en directeur-generaal van de koepel van de Europese chemiesector (Cefic) Marco Mensink kunnen omschrijven. De twee botsten regelmatig tijdens de veertiende editie van Hard Talk Europa in Nieuwspoort. Maar naarmate het gesprek vorderde werden ze het opvallend genoeg met elkaar eens. 

Eickhout sprak over “cadeaus” aan de industrie en de boeren. Voormalig Eurocommissaris Frans Timmermans en zijn stafchef Diederik Samsom schreven ambitieuze wetten die Eruopa door de duurzame transitie moeten loodsen. Alles werd vastgelegd in deze Green Deal: uitstootdoelen, het beprijzen van de uitstoot van CO2, maar ook milieuregels zoals het terugdringen van pesticiden en het verminderen van de PFAS-uitstoot en luchtvervuiling. We zijn inmiddels ruim zes jaar verder. Wat is er terechtgekomen van deze groene toekomst? En hoe staat het er nu voor? 

Bijstellen

Met cadeaus doelde Eickhout op versoepelingen van de regels. Dat begon met de boerenprotesten door heel Europa en de christendemocraten die daardoor hun koers bijstelden, vertelde Eickhout. En sinds de afgelopen Europese verkiezingen is er een versnelling te zien, omdat er nu een meerderheid te halen is met radicaal-rechtse partijen, die allemaal af willen van alle regels. “Cadeaus”, reageerde Mensink verbaasd. “Het is een normale correctie van het systeem. De prijs van elektriciteit schiet de lucht in. In Europa betalen we tot zeven keer meer dan in de Verenigde Staten. Dat moeten we corrigeren.”

De Europese Commissie kwam daarom met een reeks aanpassingen, onder de noemer van de omnibus. Zo zijn er meer uitstootrechten beschikbaar in het emissiehandelssysteem, de pijler onder het Europese klimaatbeleid. De duurzaamheidsraportage en registratie zijn versimpeld. De CO2-grensheffing geldt voor minder bedrijven en ook het inperken van pesticiden moet eraan geloven. “De voorstellen van de Green Deal gingen te ver”, zegt Mensink. “Er zijn doelen gesteld, maar hoe je daar komt, is niet over nagedacht. Het was een soort Indiana Jones-beleid.”

Ondanks de vele versoepelingen, erkende Eickhout wel dat de belangrijkste klimaatdoelen nog overeind staan, maar dat geldt wat hem betreft niet voor de natuur- en milieuregels. “Die zijn gesneuveld.”

Een ingekorte versie van dit artikel verscheen vanochtend in de Dagvangst. Daarin praat hoofdredacteur Bert van Slooten je elke dag, samen met de redactie, bij met het laatste nieuws uit Den Haag, Brussel en de rest van Europa. Abonneer je nu en ontvang het nieuws rechtstreeks in jouw mailbox.

Obstakels

Naast Eickhout zat Jacob Ruiter, ceo bij InnoEnergy, een van ‘s werelds grootste investeerders op gebied van hernieuwbare energie. In hem vond de Europarlementariër een medestander. “De Green Deal zette een idealistisch doel, maar we zijn inmiddels behoorlijk goed onderweg”, zei hij. Maar Ruiter erkent ook dat er problemen zijn. Netcongestie, elektriciteitsprijzen, stikstofproblemen, vergunningen en zwabberend politiek beleid, somde hij ze op. 

Die problemen brengen de chemiesector in de problemen, reageerde Mensink. En daarom zijn de gestelde doelen, ondanks dat ze zijn aangepast, niet te behalen. “We moeten twee keer zoveel stroom opwekken in 2040 om te elektrificeren. Dat moet tegen een hogere prijs en die stroom moeten we vervoeren over netwerken die nu al vollopen. De kans dat het lukt is heel erg klein. We moeten eerlijk zijn: het gaat heel veel geld kosten.” Ruiter reageerde: “We weten al 35 jaar dat we moeten elektrificeren. We kijken al 35 jaar in de koplampen, maar bleven verstijfd staan, en nu gaat het mis.”

Made in Europe

Ze zijn het eens over de noodzaak van investeren, en daar hoort een eerlijk verhaal bij, zegt Eickhout, waarmee hij doelde op de verkiezingsslogan van Diederik Samsom toen hij partijleider was van de PvdA. “Onze belangrijkste boodschap is: er moeten keuzes gemaakt worden. Alle industrie overeind houden gaat niet lukken. We moeten op Europees niveau nadenken wat we waar nodig hebben.” 

Ruiter merkt dat in de praktijk. InnoEnergy kiest ervoor om te investeren in Frankrijk voor projecten met groen staal en groene kunstmest, puur omdat Frankrijk kernenergie heeft, een lagere stroomprijs en een stabiel elektriciteitsnet. “Grote projecten in Nederland zijn kansloos”, zei hij. 

Mensink en Ruiter waren het eens met Eickhout. Ze wezen naar de lidstaten. Dat de nationale belangen voorop worden gezet, moet nu eens verleden tijd zijn. “Het besef dat de landen het niet alleen kunnen, daalt nu neer bij de regeringsleiders”, zei Eickhout. 

Mensink is ook voor een strak Europees beleid, ironisch genoeg eigenlijk precies zoals de Green Deal bedoeld was. Hij zei dat het een moeilijke puzzel is. “Als de chemiesector de regels zou maken, zou het er niet beter uitzien. Wij zijn net zo schizofreen als onze ergste vijand. Iedereen heeft eigen belangen en is verdeeld. Duidelijk is wel dat we de industrie moeten beschermen. We moeten uiteindelijk toe naar een soort Made in Europa, maar dan echt.”

Vies woord
Bij het gesprek sloot ook Anke Truijen aan, voormalig Europa-verslaggever en tegenwoordig Haags watcher voor Nieuwsuur. Zij schetste hoe het politieke sentiment in Nederland is verschoven. “Het woord klimaat is uit de mode”, zei ze. Waar het kabinet-Rutte IV nog met miljarden aan een klimaatfonds kwam, onder leiding van energieminister Rob Jetten, draaide het kabinet-Schoof veel van die plannen abrupt terug.

Nu is er het kabinet-Jetten, en was er even hoop. Maar volgens Truijen zet het kabinet grotendeels de lijn van zijn voorganger voort. “Duurzaamheid wordt nu verpakt als weerbaarheid en onafhankelijkheid”, zei ze. Geen klimaatambitie als vertrekpunt, maar veiligheid als argument. Een politieke truc? “Ja”, zei Truijen. “Maar ook de realiteit.”