Column Cijfers en feiten | Zal het rapport van Letta nationale staatssteun problematiseren?

Elke week schrijft oud-hoofdeconoom van de Sociaal Economische Raad (SER) Marko Bos voor Brusselse Nieuwe een column over financiële zaken.

3 min. leestijd

Het verkennen van de economische toekomst van Europa is toevertrouwd aan twee voormalige premiers van Italië. Enrico Letta presenteert komende woensdag zijn rapport over de toekomst van de interne markt. En Mario Draghi is bezig zijn rapport over het concurrentievermogen van de EU af te ronden. De EU-begroting trekt dit jaar rond 21 miljard euro uit voor interne markt, innovatie en digitaal beleid.

De EU-lidstaten spenderen tezamen een veelvoud daarvan aan staatssteun aan bedrijven. De Europese Commissie ziet erop toe dat die staatssteun de concurrentie niet vervalst en het speelveld niet scheeftrekt. Informatie over de aangemelde en goedgekeurde staatssteun wordt verzameld in een zogeheten ‘Scorebord’.

Nederland is een middenmoter

Het jongste Scorebord  is net uit. Het heet ‘Scorebord 2023’, maar bevat gegevens over 2022. Dat jaar gaven de 27 lidstaten in totaal 228 miljard aan staatssteun. Ongeveer de helft daarvan was crisis-gerelateerd (corona en Russische inval in Oekraïne). En dan rekenen we nog niet mee de steun aan de spoorwegen: die bedroeg nog eens 35 miljard euro.

In absolute bedragen gaan Duitsland (73,7 miljard euro) en Frankrijk (44,8 miljard) aan kop. Maar in verhouding tot het nationaal inkomen spendeert Hongarije het meest aan staatssteun: ruim 2 procent in 2022 (zie de grafiek) . Nederland is een middenmoter met iets meer dan 1 procent van het bbp aan staatssteun. Ierland geeft opmerkelijk weinig staatssteun, maar kent wel een buitengewoon vriendelijk belastingregime voor (buitenlandse) bedrijven.

De grafiek maakt ook onderscheid tussen niet-crisissteun (blauw), corona-gerelateerde steun (geel) en crisissteun na de Russische inval in Oekraïne (groen). De verhoudingen tussen deze drie componenten lopen van lidstaat tot lidstaat fors uiteen.

De 112 miljard euro aan ‘niet-crisisgerelateerde’ staatssteun hebben de lidstaten vooral besteed aan milieu en energiebesparing (41,5 miljard euro), regionale ontwikkeling (13,9 miljard euro) en tot slot aan onderzoek, ontwikkeling en innovatie (12,7 miljard euro).

Veel staatssteun voor innovatie

Een deel van de staatssteun dient voor cofinanciering van EU-programma’s voor bijvoorbeeld regionaal beleid of innovatie. Voor sommige lidstaten – Litouwen, Kroatië en Portugal voorop – loopt die nationale cofinanciering flink in de papieren. In Nederland niet, omdat ons land relatief weinig aan EU-steun voor regio’s en het platteland toegekend krijgt, en dus ook weinig cofinanciering hoeft te leveren. Nederland scoort binnen de EU wel vrij hoog wat betreft staatssteun voor innovatie en Onderzoek & Ontwikkeling.

Het rapport van Letta over de interne markt zal vast over regelgeving, toezicht en het EU-budget gaan. Gaat hij nationale staatssteun problematiseren? En stuurt hij aan op een een-tweetje met Draghi om staatssteun beter te richten op versterking van het concurrentievermogen van de EU als geheel?

Het gras is altijd groener bij de buren.
Verken je horizon en ga ook eens vissen in een andere vijver!

Word lid Meer informatie