Parlementariërs uit Brussel en Den Haag in debat over de staat van de EU: ‘Geen mister nice guy meer’

Europarlementariërs maakten donderdag een gastoptreden in de Tweede Kamer voor een debat over de Europese Unie. Hoewel de Nederlandse politici toekomst zien voor een sterk Europa, valt er ook veel onvrede te bespeuren. “Ik voel best wel wat chagrijn.”

5 min. leestijd
Plenaire zaal Tweede Kamer. (Foto: Tweede Kamer/CC-BY-NC 4.0)

Het debat dat de Tweede Kamer donderdagavond voerde over de staat van de Europese Unie voelde aan als een reünie. Bekende gezichten uit zowel het Nederlands als Europees Parlement schoven aan om te bespreken hoe het anno 2026 met Europa staat gesteld. “Als oud-Europarlementariër heb ik met plezier uitgekeken naar dit debat”, trapte minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen zijn bijdrage af.

Ook de huidige parlementariërs lieten de kans om in Den Haag te spreken niet aan zich voorbijgaan. De Brusselse bekenden Gerben-Jan Gerbrandy (D66), Malik Azmani (VVD), Mohammed Chahim (Pro), Reinier van Lanschot (Volt), Jeroen Lenaers (CDA), Bert-Jan Ruissen (SGP), Sander Smit (BBB) en Dirk Gotink (NSC) gaven een gastoptreden van achter het spreekgestoelte. 

“Ik voel best wel wat chagrijn in de Kamer over de toestand van Europa”, observeerde Gerbrandy tijdens het debat. “Ik denk dat dat verkeerd is.” Gerbrandy is positief over de rijke en sterke positie van Europa, maar waarschuwt dat de EU wel iets moet doen om deze niet te verliezen. 

Dát er iets moet gebeuren, daar zijn de parlementariërs het over eens. De grote vraag is alleen: Wat? Over onder meer de grootte van de Europese begroting, het al dan niet behouden van de vetorechten van lidstaten en de eventuele vorming van een militaire unie zijn de meningen sterk verdeeld. 

Mister nice guy

Laten we beginnen met het zwaard van Damocles. De Europese meerjarenbegroting voor 2028 tot 2034, het zogeheten Meerjarig Financieel Kader (MFK), laat de gemoederen in zowel de Europese Raad als in de Tweede Kamer hoog oplopen. Premier Rob Jetten noemt de begroting nu al het zwaarste onderhandelingsdossier van dit jaar. Waar sommige landen vinden dat er te veel fondsen worden geschrapt, stelt onder meer Nederland dat het budget uit zijn voegen barst. 

Onlangs heeft het Cyprioritsch voorzitterschap van de Raad een nieuw voorstel gedaan voor de begroting. “Het is nog maar net binnen, maar ik kan al wel voorzichtig uitdrukken dat dit voorstel van de Cyprioten er niet goed uitziet”, liet Jetten los. “Het komt absoluut niet in de buurt van een compromis.” 

Nederland zal volgende week met gestrekt been de onderhandelingen ingaan. “Er is geen sprake van mister nice guy”, aldus Jetten. Dat lijkt hem geraden ook. Onder meer VVD-Kamerlid Bente Becker herhaalt meermaals dat het kabinet ‘nee’ moet durven zeggen tegen een “uitdijend MFK”. 

Tom van der Lee (Pro) ziet dat anders. Hoewel hij Beckers roep om meer controle op de Europese budgetten wil steunen, hekelt hij de starre houding van de minister. “Als je de Unie wil uitbreiden, dan is een opstelling waarbij je netto 1,6 miljard wil besparen op je eigen afdracht geen houdbare positie”, betoogde hij.

Flutportefeuille 

Volgens de Nederlandse politici mag het in ieder geval wel wat minder met de tierelantijnen in Brussel. Zij hekelen de hoge vergoedingen voor Europarlementariërs en het maandelijkse verhuiscircus naar Straatsburg. “Nu gaan er zelfs nog geluiden op binnen het Europees Parlement om nog méér te vergoeden”, was Stephan van Baarle (DENK) kritisch. “Dat is natuurlijk echt krankjorum.”

JA21-Kamerlid en voormalig Europarlementariër Michiel Hoogeveen vindt dat de Europese Commissie ook met een kleiner budget verder moet kunnen. “Niet iedere lidstaat hoeft per se een eigen Eurocommissaris te hebben”, stelde hij. “Met alle respect voor Wopke Hoekstra, maar dat is natuurlijk wel een flutportefeuille. Die kan je makkelijk fuseren.” Hoekstra bekommert zich om klimaat en groene groei. 

Hoewel het kabinet de administratieve kosten van de EU wil verlagen, wil het voorlopig zijn vingers niet branden aan een verdragswijziging die nodig is om de tripjes naar Straatsburg te beëindigen. “Dat is nu niet ter sprake”, aldus Jetten. 

Vetorechten

“Blijven we elkaar op de vierkante millimeter de tent uitvechten of maken we Europa sterker en eensgezinder?”, legde Gerbrandy de Kamer voor. Premier Jetten koos net als zijn partijgenoot voor de laatste optie: “Laten we als EU daadkrachtiger dingen gaan waarmaken.”

Die slagkracht komt echter niet vanzelf. De door de voormalig Hongaarse premier Viktor Orbán opgeworpen blokkades staan de politici nog vers in het geheugen. Daarom wil het kabinet de vetorechten van landen op het gebied van buitenland- en veiligheidsbeleid afschaffen. 

Dat schoot bij sommige partijen in het verkeerde keelgat. “Ik weet dat deze oproep aan dovemansoren is gericht, maar behoud alsjeblieft de vetorechten”, smeekte Sebastiaan Stöteler (PVV) nog net niet. “Onze nationale soevereiniteit is van ons, niet van Brussel.” Ook Mona Keijzer (Groep-lid Keijzer) wil het veto behouden: “Het veto afschaffen zou de grootste blunder in de Nederlandse geschiedenis zijn.”

Als Keijzer na een kort pleidooi van Volt-parlementariër Van Lanschot voor een Europese defensiesamenwerking opmerkt dat zij “haar kinderen niet zou opofferen aan mevrouw Von der Leyen”, grijpt Becker in: “Er wordt vandaag gedaan alsof er plannen zijn voor een Europees leger waarover we zelf niet zouden beslissen wie wordt uitgezonden, of alsof de afschaffing van het vetorecht voor allerlei zaken in de maak is. Dat is gewoon niet waar.”