De weg van Oekraïne naar het EU-lidmaatschap is bezaaid met dilemma’s. Om te beginnen is het staand beleid dat de EU geen landen in oorlog als lid opneemt. Een goed principe, maar willen we dat Rusland de toetreding van Oekraïne kan blokkeren? Nee toch?
Sterker nog: juist de indrukwekkende defensieve capaciteit van Oekraïne wordt gezien als een welkome versterking van de EU. Reden om het land zo snel mogelijk de Europese structuren in te loodsen.
Maar Oekraïne kan – ondanks flinke vooruitgang – nog niet aan alle toetredingsvoorwaarden van de EU voldoen. Corruptie moet worden teruggedrongen, de rechtsstaat versterkt, en het interne-markt-acquis overgenomen. Daar liggen nog grote uitdagingen.
Buitenlandbeleid
Bondskanselier Friedrich Merz probeert de impasse te doorbreken met het idee van een tijdelijk geassocieerd lidmaatschap, als opstap naar volledig lidmaatschap zodra aan alle toetredingsvoorwaarden is voldaan. Dat zou inhouden dat Oekraïners mogen deelnemen aan vergaderingen van Raad, Commissie en Europees Parlement – maar zonder stemrecht. En dat gemeenschappelijke beleid en de toegang tot EU-programma’s ook voor Oekraïne gaat gelden, al naar gelang de toetredingsonderhandelingen vorderen.
Wat volgens Merz direct kan, is volledige deelname aan het gemeenschappelijke buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB), inclusief de wederzijdse bijstandsclausule van artikel 47.2. Logisch, want het is nu Oekraïne die de veiligheidsparaplu voor EU-lidstaten omhoog houdt.
Landbouw
Met het oog op de voedselzekerheid mag de EU zich verheugen op de toevoeging van veel vruchtbare landbouwgrond aan haar areaal. De toetreding van Oekraïne heeft uiteraard gevolgen voor het EU-budget. Na aftrek van de contributie zal het land op basis van bestaand en toekomstig beleid rond de 20 miljard euro per jaar kunnen ontvangen, hoofdzakelijk aan cohesie- en landbouwsteun. Dat is (ruim) 10 procent van het EU-budget, oftewel 0,1 procent van het nationaal inkomen van de EU.
Dat valt reuze mee, vooral door het plafond dat de EU vanwege het absorptievermogen hanteert voor cohesie-uitgaven. Dat ligt op 2,3 procent van het bbp van het ontvangende land (bbp Oekraïne in 2026: 225 miljard euro). In het geval van Oekraïne zou men dit wat kunnen oprekken, omdat het veel wederopbouw betreft (de oorlogsschade wordt inmiddels op 500 miljard euro geschat). En de nieuwe opzet van de EU-begroting, waarin de cohesie- en landbouwuitgaven ineen worden geschoven, biedt ruimte voor Oekraïne om de eigen prioriteiten te stellen.

De 20 miljard euro per jaar voor Oekraïne na toetreding is minder dan de financiële en humanitaire hulp die de EU momenteel geeft: zo’n 32 miljard euro in 2025, en nog eens 90 miljard euro voor 2026 en 2027. Die 90 miljard zijn weliswaar leningen, maar renteloos, en Oekraïne hoeft pas af te lossen wanneer/als Rusland met herstelbetalingen over de brug komt.