De eerste was het verslag van de eerste Haagse “Veiligheidsconferentie voor de nieuwe generatie”, georganiseerd door de gemeente Den Haag en partners als de Universiteit Leiden en Clingendael. Trouwens: het Haagse HBO en MBO, waar de meerderheid van die nieuwe generatie wordt opgeleid, organiseren volgend jaar graag mee! Maar tussen de Europese en nationale politici en academici stond een enorme blauwgele olifant stil. Of beter: ze stonden allemaal in een pijnlijke democratische spagaat.
De Europese Unie is immers een wezenlijk andere organisatie dan de NAVO. “Intergouvernementeel” is de laatste club, waaraan de premier Nederland tijdens de conferentie expliciet committeerde, alle ruis op de lijn met Washington ten spijt. Want zonder decennia van defensie-investeringen hingen de Russen allang in onze tuinstoelen, als de Amerikanen ons niet massaal hadden voorzien van wapens en inlichtingen.
Om die investeringen mogelijk te maken zijn pijnlijke keuzes onvermijdelijk, binnen die andere supranationale organisatie; de EU. Op Haagse schaal: de boetes gaan omhoog omdat het kabinet naar eigen zeggen moet investeren in de mobiele eenheid. Op grote schaal: de Rijksbegroting verandert en Europa gaat lenen op de kapitaalmarkt, nu er enorme veiligheids- investeringen nodig zijn. Politici die die keuzes betwisten, belijden tegelijk met de mond dat Europa strategische autonomie moet verwerven — eigen betrekkingen aanknopen met andere wereldblokken, los van de grillen van Washington of Beijing.
Haagse zorgen
En daar lag dus deze week het EU-ASEAN-luchtvaartverdrag (CATA), dat enkele jaren geleden werd gesloten met landen in Zuidoost-Azië. Een van de tegenstanders lekte deze week naar de pers dat er “veel weerstand is in de Tweede Kamer”.
Waar ging het om? Dit verdrag werd jarenlang zin voor zin onderhandeld door de Europese Commissie en werd ondertekend in 2022 — met mandaat van de lidstaten, waaronder de regering van Nederland, die daar de Kamer elke keer paar weken netjes over informeerde. Het resultaat is een “gemengd verdrag”, wat betekent dat alle 39 Kamers van nationale parlementen er een oordeel over vellen, inclusief nu dus de Tweede Kamer.
Daarover dus berichtte de pers over de Haagse zorgen over minder goede milieu en arbeidsomstandigheden (PRO) en meer migratie (Markuszower en BBB) En inderdaad: jammer genoeg zijn de arbeidsomstandigheden elders slechter dan in de EU. Dus komen mensen naar de EU en stellen we wetten op over “maatschappelijk verantwoord ondernemen”.
Geen veto
Maar de keuze voor “verdienvermogen” en de draai van de Green Deal naar de Clean Deal betekent ook dat we de Oeigoeren soms laten stikken voor import van zonnepanelen of iPhones. Niet altijd, gelukkig, ook milieu en IMVO wetten vragen jaren van politiek debat in Europees en nationaal parlement.
Maar het zijn debatten die ieder voor zich het dilemma illustreren waarvoor onze parlementaire democratie staat. Een sterker Europa betekent bevoegdheden overdragen aan Europese instellingen als Europese Raad waarin de Nederlandse premier (niet langer “primus inter pares” maar allengs nationaal sterker door die Europese rol) met 26 andere regeringsleiders besluiten neemt en degrote lijnen uitzet. Of de Europese Commissie, die namens nederland jegens big tech de Europese marktmacht vertegenwoordigt. Gezamenlijke EU-instellingen die mede namens Nederland wetten een verdragen onderhandelen, waar een meerderheid of minderheid in de Tweede Kamer niet altijd enthousiast over zal zijn.
Het verklaart waarom de NAVO nooit een volwaardig parlement heeft opgericht, maar het wijselijk hield bij een Parlementaire Assemblee zonder vetorecht. Want als elk nationale parlement een vetorecht heeft, kom je als veiligheidsorganisatie nergens. Dat merkte ook premier Rutte die een geitenpaadje moest zoeken toen Nederland bij referendum het verdrag met Oekraïne dreigde te blokkeren. De Kamerleden die deze dilemma’s durven te beschrijven en uit te leggen dat daarin elke keuze ergens pijn doet, zijn op één hand te tellen.