Boeren in de EU kunnen straks makkelijker rassen telen die beter bestand zijn tegen droogte, hitte en ziektes. Het Europees Parlement en de lidstaten bereikten een voorlopig akkoord over nieuwe regels voor plantaardig teeltmateriaal, oftewel: het zaad, pootgoed en de stekken waarmee nieuwe gewassen worden geteeld. Rassen die nu vaak vastzitten in nationale of regionale regelgeving, moeten daardoor sneller in heel Europa beschikbaar komen.
Concreet betekent dat minder papierwerk, duidelijkere procedures en rassen die makkelijker in meerdere lidstaten op de markt mogen. Kleine kwekers, hobbytuinders en zaadbanken die oude of zeldzame rassen bewaren, krijgen bovendien soepelere regels dan grote commerciële spelers. En boeren mogen onderling kleine hoeveelheden eigen geoogst zaad uitwisselen zonder zware certificering.
Klimaatverandering
Met de regels wil de EU ervoor zorgen dat er meer variatie komt in wat er wordt verbouwd. Dat moet vervolgens de voedselveiligheid verbeteren. Hoe meer geschikte rassen boeren tot hun beschikking hebben, hoe kleiner de kans op een mislukte oogst.
De aanleiding voor de nieuwe regels is klimaatverandering. Boeren krijgen steeds vaker te maken met droogte, hitte en hevige buien. Dat bedreigt de oogst.
Het akkoord moet nog formeel worden goedgekeurd door Parlement en de lidstaten. Daarna gaan de regels pas vier jaar later daadwerkelijk gelden.