Op een warme, winderige en zonnige zomerdag zoals vandaag duikt de stroomprijs onder nul. Nederland wekt dan namelijk meer stroom op dan het gebruikt. Zulke dagen komen de laatste jaren vaker voor, omdat windmolens en zonnepanelen een steeds groter deel van onze stroom opwekken. Op zulke dagen zetten wind- en zonneparken in heel Europa hun productie soms stil, omdat stroom verkopen niets oplevert.
Zonde, denkt Brussel. Als de elektriciteitsnetten in Europa beter met elkaar verbonden zijn, kan Nederland de goedkope stroom delen met andere EU-landen. Met deze efficiëntere energiemarkt zou Europa jaarlijks miljarden euro’s kunnen besparen.
Extra kabels
Brussel voert deze gesprekken al jaren. Er zijn flink wat obstakels. Het grootste probleem is misschien wel de capaciteit van het elektriciteitsnet. In Nederland is dat verhaal bekend. Er moeten heel wat elektriciteitskabels en verdeelstations bij om ervoor te zorgen dat nieuwe bedrijven, scholen en nieuwbouwprojecten een stroomaansluiting kunnen krijgen.
Ook aan de grens schiet het net tekort. Elk land moet in 2030 genoeg kabels hebben om vijftien procent van zijn eigen opgewekte stroom naar het buitenland te sturen. Bijna niemand haalt die doelstelling. Er moeten dus extra elektriciteitskabels komen.
De Europese Commissie kwam daarom met een pakket aan maatregelen die de uitbreiding van het stroomnet moeten versnellen. De lidstaten bereikten daar inmiddels een akkoord over. Ze spraken af dat Brussel meer touwtjes in handen krijgt. Zo komt er een Europees potje voor de aanleg van grensoverschrijdende elektriciteitskabels, waar iedereen eerlijk aan bijdraagt. Daarnaast stelt de Commissie één centraal Europees plan op voor het elektriciteitsnet. Ook verleent de Commissie vergunningen sneller, en mogen obstakels zoals stikstof de bouw niet meer belemmeren.
Het Europees Parlement moet nu ook zijn standpunt duidelijk maken. Daarna kunnen de onderhandelingen verdergaan. Dit jaar moet er een akkoord liggen.
Verhit debat
De lidstaten hebben flink gesleuteld aan de plannen van de Commissie. Dat komt vooral doordat EU-landen hun energiemarkt verschillend hebben ingericht. Zweden bijvoorbeeld, fel tegenstander van de oorspronkelijke plannen, heeft zijn elektriciteitsnet opgesplitst in vier interne prijszones. In elk van die zones geldt een andere stroomprijs. Wekt een zone meer stroom op dan het verbruikt? Dan deelt Zweden die stroom met een andere zone waar meer vraag is. Daar ligt de prijs dan hoger.
Dat prijsverschil ontvangt de Zweedse netbeheerder. Dit zijn de zogeheten congestieopbrengsten: geld dat binnenkomt omdat stroom van een goedkope naar een dure zone stroomt. Vorig jaar ging het om zo’n drie miljard euro.
In het oorspronkelijke voorstel van de Commissie moest de Zweedse netbeheerder 25 procent van deze opbrengsten afdragen aan een Europese pot voor grensoverschrijdende verbindingen. Zweden was woest. Mocht dit niet worden aangepast, zei minister van Energie Ebba Busch, dan overwoog ze vergaande maatregelen, zoals het beperken van de internationale verbindingen van het elektriciteitsnet.
“Wij zijn altijd het beste jongetje van de klas geweest. Wij zijn bijna volledig af van fossiel opgewekte stroom en daarvoor worden we nu gestraft. Dat kan niet zo zijn”, aldus Busch.
We konden dit verhaal alleen maken dankzij lezers die Brusselse Nieuwe steunen. Tijdens het reces publiceren we uitgebreide interviews, achtergronden en reportages als deze. Wil je die na de zomer blijven ontvangen? Neem een abonnement en zorg dat we dit soort verhalen kunnen blijven maken.
Aangepaste plannen
Nederland steunde het vurige Zweedse betoog, hoewel de situatie hier anders is. Nederland exporteert juist steeds meer stroom en kent maar één prijszone. Wel heeft ons land belang bij betere verbindingen. Hoe meer kabels naar het buitenland, hoe makkelijker Nederland zijn eigen overschot aan zonne- en windstroom kwijt kan. Dat overschot ontstaat vooral op dagen dat het hard waait en de zon schijnt.
Toch waren de argumenten van Zweden overtuigend, stelde minister van Klimaat en Groene Groei Stientje van Veldhoven. “Als je veel geïnvesteerd hebt in hernieuwbaar en je deelt die stroom met andere landen, terwijl die andere landen die investeringen niet gedaan hebben – dan is het logisch dat je zegt: laten we dit eerlijk doen.”
Een meerderheid van de EU-lidstaten was het met Van Veldhoven en Zweden eens. De plannen zijn daarom fors gewijzigd. Brussel mag voortaan alleen congestieopbrengsten van grensoverschrijdende verbindingen gebruiken voor de aanleg van elektriciteitskabels.
Een goed compromis, zou je zeggen. Maar de Nederlandse netbeheerder TenneT kijkt daar anders tegenaan. “Hoewel wij het onderliggende doel – namelijk voldoende investeringen in energie-infrastructuur – ondersteunen, plaatsen wij vraagtekens bij dit specifieke instrument”, zegt een woordvoerder. TenneT vindt dat Brussel niet het beste kan bepalen waar het geld naartoe moet. Toezichthouders, zoals de Autoriteit Consument & Markt (ACM), of TenneT zelf kunnen dat veel beter inschatten, stelt de netbeheerder.
Netcongestie
TenneT is wel te spreken over de plannen om vergunningen sneller te verlenen. Volgens de netbeheerder zit de grootste uitdaging niet in het bedenken van de benodigde netuitbreidingen, maar in het daadwerkelijk aanleggen ervan. Veel projecten lopen vertraging op door complexe stikstofprocedures. Een vrijstelling daarvan kan die trajecten flink verkorten, en dat vermindert weer de netcongestie.
Een efficiënter Europees energienetwerk zorgt ervoor dat in Nederland de gascentrale minder vaak hoeft aan te springen. Ook valt de stroom dan minder snel uit bij een storing elders. Extra grensoverschrijdende kabels zijn echter niet meteen een oplossing voor de Nederlandse file op het stroomnet, stelt TenneT. “Ze helpen zeker wel, maar ze zijn geen wondermiddel voor enkel het voorkomen van overschotten aan duurzame elektriciteit.”
Op een dag zoals vandaag zitten Duitsland, België en Denemarken namelijk met hetzelfde probleem als Nederland. Doordat de zon fel schijnt en de wind waait, wekken ze overal meer stroom op dan nodig. Extra elektriciteitskabels om die stroom te kunnen delen, lossen dan weinig op.