Het geduld van Oekraïne over de Europese besluitvorming raakt op, klinkt het tijdens Hard Talk Europa

Terwijl Oekraïense soldaten sneuvelen, discussiëren Europese leiders nog over wie met Rusland mag praten. Tijdens Hard Talk Europa buigen NRC-verslaggever Simone Peek, hoogleraar Hendrik Vos en Volt-Europarlementariër Reinier van Lanschot zich over de vraag: is Europa wel klaar om snel te handelen?

4 min. leestijd
Experts praten over EU-toetreding Oekraïne en de oorlog in Rusland.
V.l.n.r.: Hendrik Vos, Simone Peek en Reinier van Lanschot.

Oekraïne is ongeduldig. De besluitvorming in de Europese Unie gaat de Oekraïners te langzaam. NRC-verslaggever ter plaatse, Simone Peek, vertelt tijdens de zestiende editie van Hard Talk Europa dat ze regelmatig de vraag krijgt waarom het zo lang duurt.

EU-toetreding

“Snelheid is niet iets wat bij Europa hoort”, zegt hoogleraar Hendrik Vos, auteur van het boek Dit is Europa, die ook aanschoof bij het gesprek in Nieuwspoort. “Dat de EU onmiddellijk reageerde toen Rusland Oekraïne binnenviel, is eigenlijk uitzonderlijk. Lidstaten hebben altijd verschillende meningen en belangen. Kijk maar naar het conflict in Gaza. Daar was heel veel dramatiek.”

Oekraïne verlangt die snelheid wel. Het land wil bij de Europese Unie horen. De motivatie is vooral geopolitiek: samen sta je sterker tegen Rusland. In de oorlog lijkt, na ruim vier jaar, een kleine kentering zichtbaar. Aan Russische zijde vallen veel slachtoffers, terwijl het land Oekraïne blijft aanvallen. Toch lijkt vrede niet snel in zicht, zegt Peek. “In Oekraïne is er weinig hoop dat er vrede komt. Ze zien geen enkele voorwaarde waarop Rusland zou stoppen.”

Europese steun

Een EU-lidmaatschap lijkt pas bespreekbaar als de oorlog voorbij is. Wat kan de EU in de tussentijd betekenen? Volt-Europarlementariër Reinier van Lanschot heeft wel een idee: “De honderden miljarden euro’s aan bevroren Russische tegoeden moeten we inzetten. Je kan die tegoeden overhevelen naar een speciaal fonds, zodat je het juridische risico van de inzet van het geld deelt met alle EU-landen.”

Ook militair kan er een hoop gebeuren, denkt hij. “Onze luchtmacht kan een deel van het Oekraïense luchtruim beschermen. Dan kan de Oekraïense luchtmacht zich meer richten op het oosten. Ook kan Europa de zogeheten schaduwvloot (de tankers waarmee Rusland westerse sancties omzeilt, red.) harder aanpakken. En Europa kan de deepstrike-capaciteiten opschroeven: wapens waarmee doelen ver op Russisch grondgebied geraakt kunnen worden.”

Onenigheid over onderhandelingen

In Brussel wordt gesproken over eventuele onderhandelingen met Rusland over vrede. Afgelopen Europese top ontstond er nog ophef over nadat Raadsvoorzitter António Costa een lijntje had uitgegooid naar Rusland zonder dat de regeringsleiders daarover waren geïnformeerd. “Het is moeilijk voor Europa”, zegt Vos. Europa is geen neutrale onderhandelaar. Als de EU aan tafel zit, kan ze Rusland dus niets cadeau doen. “Dus ja, wie stuur je erheen?” Van Lanschot denkt dat de Finse premier Alexander Stubb de Europese belangen goed kan vertegenwoordigen, maar een neutrale bemiddelaar is hij niet.

En wat dan, als er vrede komt? Dan moet er ook een troepenmacht zijn die die vrede bewaakt. Ook die discussie is nog niet beslecht. “Je moet goed nadenken over welke escalatie je aangaat zodra je wordt beschoten”, zegt Peek. “Voor Oekraïners is dat heel realistisch. Voor Europa voelt het heel ver weg. Op dit moment is Europa bang voor haar eigen schaduw.”

Afwachten

Van Lanschot betoogt dat Oekraïne onder het Europese artikel 42.7 moet vallen: de bepaling die zegt dat bij een aanval op een lidstaat, alle andere lidstaten hulp moeten bieden. Met een soort gedeeltelijke toetreding tot de EU is dat volgens hem te realiseren. Zo schrik je Rusland af, denkt hij. De vraag is alleen of lidstaten dat ook echt gaan doen. “Op dit moment is de bereidheid er niet”, reageert Vos. “Een bestand bewaken is tot daar aan toe. Maar bij een risico op escalatie zullen ze heel voorzichtig zijn.”

Ondertussen wacht Europa af. Steeds meer mensen twijfelen of dat een goed idee is. Van Lanschot: “Het meest riskante is niets doen. Daarmee maak je de risico’s alleen maar groter. Toen ik in Oekraïne met een nabestaande praatte, accepteerde hij mijn medeleven niet. Hij zei: zorg dat dit in Europa stopt, zodat niet nog meer mensen hoeven mee te maken wat mij is overkomen. Ik denk dat dit onze morele plicht is.”

Europees leger

Van Lanschot haalt aan het einde van het gesprek nog even zijn gelijk: “Als we in 2016 waren begonnen met het bouwen van een Europees leger, dan was Rusland Oekraïne niet binnengevallen.” Peek: “De oorlog had allang voorbij kunnen zijn. Het resultaat is dat Oekraïne steeds mondiger wordt en Europa de les leest.”

Vos ziet een Europees leger er op dit moment niet snel komen. Maar de toekomst is niet te voorspellen, zegt hij. “Diep in de jaren tachtig leek één Europese munt ook een doldwaas idee. Iedereen die er verstand van had, zei: Duitsland laat nooit de Duitse mark los. Een paar jaar later was het toch ineens zover. Het hangt af van toeval, context en mensen die over hun schaduw willen springen. Geopolitiek is geen tuinfeest.”

Volg alle ontwikkelingen in Oekraïne op de voet met een abonnement op de Nieuwsbrief Veiligheid en Defensie. Daarin praat Ole Spoek je elke twee weken bij met verdiepende verhalen, interviews en nieuws.