De Europese Commissie voert deze week gesprekken over de zogeheten wederzijdse bijstandsclausule van de Europese Unie. Dat bevestigde Paula Pinho, woordvoerder van de Commissie, afgelopen maandag. Aanleiding zijn de Iraanse drones die een legerbasis op Cyprus hebben getroffen.
“Het zal de komende dagen zeker aan bod komen tijdens de geplande vergaderingen. Ik kan op dit moment niet vooruitlopen op de uitkomst”, aldus de EU-functionaris.
Bijstand verlenen
De bijstandsclausule is vastgelegd in artikel 42, lid 7 van het Verdrag van Lissabon. Dit artikel verplicht EU-lidstaten om met alle beschikbare middelen hulp en bijstand te verlenen wanneer een andere lidstaat slachtoffer wordt van gewapende agressie. Vooralsnog heeft Cyprus hier geen beroep op gedaan.
Mocht Cyprus dat alsnog doen, is onduidelijk wat de EU-lidstaten kunnen betekenen. Bart van den Berg van Instituut Clingendael omschrijft Europa als “langzaam en eigenlijk onzichtbaar”. “Je ziet dat Europa het heel moeilijk vindt om te reageren rondom de situatie in Iran.”
Individuele acties
Toch nemen enkele landen al individueel actie. Groot-Brittannië, Frankrijk en Griekenland sturen onder andere fregatten en gevechtsvliegtuigen met anti-dronesystemen naar Cyprus, meldde persbureau Reuters dinsdag.
Het artikel werd pas één keer eerder ingeroepen: in 2015, toen Frankrijk na de aanslagen in Parijs steun vroeg aan andere EU-lidstaten. De Cypriotische president Nikos Christodoulides liet maandag weten niet van plan te zijn deel te nemen aan een militaire operatie.
Onlangs werd een rapport aangenomen van GroenLinks-PvdA-Europarlementariër Thijs Reuten in het Europees Parlement dat oproept tot een duidelijke definitie van het artikel 42.7.
Een uitgebreidere versie van dit verhaal verscheen vanochtend in de Nieuwsbrief Democratie en Rechtsorde. Abonneer je nu en ontvang elke twee weken verdiepende verhalen, nieuws en interviews rechtstreeks in jouw mailbox.