Noordzeelanden gaan fors investeren in windmolenparken op zee

Dat werd gisteren beslist op een bijeenkomst van de North Sea Energy Cooperation, een samenwerkingsverband over energie tussen Europese lidstaten die grenzen aan de Noordzee.

2 min. leestijd

Door alle onheilsberichten over de energiecrisis die ons tegenwoordig bereiken, lijkt het nieuws dat gisteren uit Dublin kwam haast een banaliteit. Toch was het een historische dag voor de negen Europese energieministers die daar bijeenkwamen: ze namen zich voor om tegen 2050 maar liefst 260 gigawatt uur aan elektriciteit op te wekken uit windmolenparken in de Noordzee.

“De Noordzeelanden hebben grote ambities voor windenergie. Deze helpen ons verder te verduurzamen, minder afhankelijk te worden van fossiele energiebronnen en energie uit Rusland”, reageerde minister voor Klimaat en Energie Rob Jetten tevreden.

Grote stap

Ter referentie: in heel Nederland wordt er jaarlijks zo’n 120 000 gigawatt uur aan stroom verbruikt. Dan lijkt het doel van 260 gigawatt uur offshore-stroom best wel mee te vallen. Desondanks werd er in 2021 voor slechts 15 gigawatt uur aan stroom in windmolenparken op zee opgewekt, in de gehele Europese Unie. Met dit nieuwe voornemen van de Noordzeelanden zou in één klap voor 85 procent voldaan kunnen worden aan de Europese strategie voor offshore-energie tegen 2050.

Momenteel is Ierland de voorzitter van de North Sea Energy Cooperation. Binnenkort geven zij de fakkel door aan Nederland. De Ierse klimaatminister Eamon Ryan was al alleszins enthousiast over het nieuwe plan: “Met deze aanpak kunnen we huishoudens en bedrijven de garantie geven dat de Europese Unie energie-onafhankelijk zal zijn. En dat deze nieuwe hernieuwbare energiebronnen eerlijk zullen worden verdeeld en betaalbaar zullen zijn.”

Er valt wel een kleine nuance te maken: de doelstelling is niet bindend.

Het gras is altijd groener bij de buren.
Verken je horizon en ga ook eens vissen in een andere vijver!

Word lid Meer informatie