Nederland en Colombia organiseren klimaattop, maar kabinet ‘doet geen duit in het zakje’

Colombia exporteert massaal kolen en organiseert toch een klimaattop over het afbouwen van fossiele brandstoffen. Nederland doet mee, maar ontwijkt een moeilijke vraag: moet je ook de productie terugdringen, en niet alleen het verbruik?

4 min. leestijd
Op de klimaattop in Colombia is minister Stientje van Veldhoven aanwezig.
Minister van Klimaat en Groene Groei Stientje van Veldhoven. (Foto: Europese Raad).

Colombia is een van de grootste kolenexporteurs ter wereld. Toch neemt het Zuid-Amerikaanse land het voortouw: samen met Nederland organiseert het een klimaattop over het afbouwen van fossiele brandstoffen, voor landen die vooruitwillen. Niet voor de landen die de VN-klimaattop in Brazilië eindeloos frustreerden. Vandaag is de eerste dag.

De zittende president van Colombia, Gustavo Petro, wil voor de verkiezingen op internationaal toneel nog zijn slag slaan. Als president heeft hij voor een ambitieuze klimaatkoers gekozen: via decreten heeft hij nieuwe exploratievergunningen voor olie, gas en kolen verboden. In plaats daarvan investeert de overheid in groene energie, zoals windmolens en zonnepanelen. Er zit wel een flinke kanttekening bij deze plannen. Die ambitieuze klimaatkoers is vastgelegd in decreten, en dus niet in wetten die door het parlement zijn aangenomen. Dat betekent dat een nieuwe, minder klimaatgezinde, president de koers direct kan bijstellen na de verkiezingen. En die dag nadert snel: op 31 mei, vijf weken na de klimaattop in Santa Marta. 

Productie fossiele brandstoffen

Nederland heeft zich ook altijd uitgesproken voor een ambitieus klimaatbeleid, maar zo ver als de huidige regering van Colombia gaat het kabinet niet. Nederland heeft zich nooit positief uitgelaten voor het verminderen van de productie van fossiele brandstoffen. Of zoals premier Rob Jetten, toen hij nog minister van Klimaat en Energie in 2024 was, aan de Tweede Kamer schreef: ‘Ik steun het doel, maar we hebben andere middelen voor ogen’. Jetten reageerde op een verzoek van de Triodos Bank om een zogenoemd non-profilatieverdrag te ondertekenen. Dat is een afspraak waarin Nederland niet alleen inzet op het verminderen van de uitstoot, maar ook op het verminderen van de productie en exploitatie van kolen, olie en gas. Colombia heeft die verklaring wel ondertekend. Nederland, nu ruim twee jaar later, nog steeds niet. 

‘Wegbewegen van fossiele brandstoffen’, zo luidt de titel van de top die Colombia en Nederland organiseren. In het noorden van Colombia, in de haven van Santa Marta waar veel kolen worden geëxporteerd, komen van 24 tot en met 29 april zo’n vijftig landen samen die een verklaring op de klimaattop in Belém hebben ondertekend. Dat zijn veel Europese landen, waaronder Oostenrijk, België, Spanje en Slovenië, maar ook bijvoorbeeld Australië – dat zelf ook een omvangrijke steenkoolproductie heeft – zit bij de groep. Ook de Europese Commissie is aanwezig met Eurocommissaris Wopke Hoekstra. Zijn woordvoerder zegt dat hij zich volledig achter het doel van de top schaart.

Economische realiteit

“De huidige geopolitieke situatie laat zien dat het verminderen van onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen hard nodig is”, schrijft minister van Klimaat en Groene Groei Stientje van Veldhoven. Opvallend is dat zij het niet heeft over de klimaatgevolgen, maar over de economische kwetsbaarheid. Denk aan de hoge energieprijzen en de instabiliteit die afhankelijkheid van fossiele import met zich meebrengt.

In Belém was het niet mogelijk om “wereldwijde consensus te vinden” over een routekaart voor het uitfaseren van fossiele brandstoffen. Landen als Saudi-Arabië, China en Rusland lagen dwars. Daarom probeert Nederland het nu met een kleinere groep gelijkgestemde landen. De top is geen vervanging van de VN-klimaattop, maar een “aanvullend platform”. Een gezamenlijke eindverklaring, zoals bij een VN-klimaattop gebruikelijk is, komt er niet. De focus ligt op “concreet implementeerbare oplossingen” voor de “coalitie van doeners”, schrijft Van Veldhoven nadrukkelijk.

Nederlandse rol op de klimaattop

Nederland zet in op “mondiale partnerschappen voor de afbouw van fossiele brandstoffen” en op het uitfaseren van financiële prikkels voor fossiele energie, oftewel fossiele subsidies. In Nederland bestaan deze nog altijd. Het vorige kabinet voerde de belastingvrijstelling voor energie-intensieve industrie (Inputkrediet Competitiviteit, IKC) opnieuw in. Die vrijstelling was eerder afgebouwd. Een ander doel van de klimaattop is volgens Van Veldhoven om de Nederlandse ervaring met het uitfaseren van fossiele brandstoffen te delen.

Het zijn plannen die uitsluitend de vraagkant aanpakken: minder fossiele energie verbruiken. Maar hoe zit het met het aanbod? Over het verminderen van de productie en exploitatie van fossiele brandstoffen staat in de brief van Van Veldhoven geen woord. Dat brengt haar op dezelfde lijn als haar voorgangers Jetten en Hermans, die laatstgenoemde liet dat ook letterlijk zo aan de Kamer weten: “In het klimaatbeleid wordt niet gestuurd op de productie van fossiele brandstoffen”. 

Donald Pols, directeur van Milieudefensie, is kritisch op dit standpunt: “Je kunt niet een conferentie over het uitfaseren van fossiele brandstoffen mede-organiseren en dan zelf geen duit in het zakje doen”. Dat betekent: niet alleen de vraagkant aanpakken, maar ook de productie afbouwen. Precies zoals Colombia wel doet. Tenminste, zolang Petro aan de macht is.

Dit artikel verscheen vorige week in de Nieuwsbrief Klimaat & Energie. Daarin praat eindredacteur Sander van Vliet je elke twee weken bij. Abonneer je nu en ontvang verdiepende verhalen, interviews en nieuws rechtstreeks in jouw mailbox.