Door: Michiel Hilgeman
Lenen wordt steeds duurder voor Europese lidstaten. De obligatierente stijgt en daarmee de rentelasten. Door die hogere lasten komen landen voor een financiële uitdaging te staan. De 10-jaarsrente van Frankrijk is het hoogst sinds 2008. Die van Duitsland en Nederland is het hoogst sinds 2011. Dat is geen toeval.
Het structurele probleem is dat veel Europese landen al jaren meer uitgeven dan er binnenkomt. Politici stellen moeilijke beleidskeuzes uit, omdat kiezers impopulaire maatregelen afwijzen. Hogere rentes leggen dat bloot. Ze verhogen de rentelasten en beperken de begrotingsruimte voor onderwijs, zorg, defensie of lastenverlichting.
Er zijn ook externe oorzaken. Onzekerheid in het Midden-Oosten drijft de energieprijzen op en voedt de vrees voor aanhoudende inflatie. Ook de concurrentie van grote obligatie-uitgiftes door private partijen, onder meer techbedrijven, speelt een rol. De markten lopen al vooruit op een mogelijke renteverhoging van de Europese Centrale Bank (ECB) in september. Voor de lidstaten is dat een externe factor. Maar dit zijn aanleidingen, geen diepere oorzaken.
Frankrijk onder druk
Frankrijk is het duidelijkste voorbeeld. De 10-jaarsrente staat rond de 4,2 procent, het hoogste niveau sinds de kredietcrisis. De staatsschuld is hoog: 117,6 procent van het bbp in het eerste kwartaal van 2026. De economische groei is laag en het begrotingstekort structureel te groot: 5,1 procent in 2025. President Emmanuel Macron staat er zwak voor.
Het land is politiek verdeeld, en noch de politiek noch een groot deel van de bevolking wil ingrijpende hervormingen van het sociale stelsel. De presidentsverkiezingen van 2027 maken de onzekerheid groter. De markt vraagt daarvoor een hogere rente als compensatie voor dat risico, een zogeheten risicopremie.
Ook Nederland voelt het
De Duitse 10-jaarsrente is circa 3,3 procent, het hoogste peil sinds 2011. Berlijn heeft de begrotingsregels versoepeld om fors te investeren in defensie en infrastructuur. De staatsschuld is nog redelijk: 64,4 procent van het bbp in het eerste kwartaal van 2026.
Maar de zwakke groei, 0,4 procent in het eerste kwartaal, en de politieke instabiliteit wegen mee. Zelfs Polen, vaak geprezen als nieuwe economische kracht, kampt met een groot begrotingstekort van 7,3 procent in 2025 en een 10-jaarsrente van rond de 6 procent.
In Nederland staat de 10-jaarsrente nu rond de 3,4 procent. Volgens een raming van Rabobank moet het Rijk daardoor tot 2035 in totaal 17 miljard euro extra rente betalen. De Nederlandse staatsschuld is laag (43,8 procent van het bbp in het eerste kwartaal van 2026), maar ook hier stelt de politiek moeilijke keuzes uit, zoals in de nieuwe begroting van het kabinet-Jetten.
Een Europees probleem
Het probleem is Europees. Veel lidstaten houden zich niet aan de afgesproken begrotingsnorm van 3 procent van het bbp. De handhaving is zwak. Dat is extra problematisch omdat er sinds de coronacrisis sprake is van gemeenschappelijke EU-schulden, het zogeheten Coronaherstelfonds.
Beleidsmakers en economen spreken inmiddels openlijk over herfinanciering van die schulden in plaats van aflossing. Tegelijk wil de Europese Commissie het meerjarig EU-budget fors verhogen. Meer gemeenschappelijke uitgaven zonder strengere begrotingsdiscipline vergroot het risico dat landen hun eigen tekorten laten oplopen. Ze rekenen er dan op dat anderen meebetalen.
Belastingverhogingen zijn geen duurzame oplossing. In veel Europese landen is de belastingdruk al hoog. Verdere verhoging schaadt het concurrentievermogen. De enige realistische weg is uitgaven terugdringen en bureaucratie verminderen.
Zolang de politiek moeilijke beslissingen blijft uitstellen en de kiezer die maatregelen blijft afwijzen, zullen beleggers op de obligatiemarkten landen die dat doen blijven straffen met hogere rentes. De rekening komt uiteindelijk bij de burger terecht.
Michiel Hilgeman is een in Nederland gevestigde politiek commentator. Hij analyseert de nationale politieke ontwikkelingen in Europese landen en verschuivingen in het geopolitieke landschap. Lees hier zijn eerdere bijdrage.