Sinds het Amerikaanse Marshallplan, dat het door oorlog verscheurde Europa weer op de been moest krijgen nadat Nazi-Duitsland was verslagen, vond er geen grotere hersteloperatie plaats in Europa. Dat waren de woorden van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen nadat zij het coronaherstelfonds presenteerde. Dit buitengewone instrument moest het wonden likkende Europa helpen de rug te rechten na de financiële klappen van twee covid-lockdowns.
En groot is het. De Europese Commissie kondigde aan voor maximaal 807 miljard euro op de kapitaalmarkt te lenen, waardoor de Europese begroting in één klap bijna werd verdubbeld. Een gemeenschappelijke lening dus, bestemd voor het weerbaar maken van de Europese economie. Lidstaten konden geld uit het fonds krijgen bij het behalen van ‘mijlpalen’, die voornamelijk bestaan uit hervormingen in het vergroenen en digitaliseren van bedrijven.
Giften en leningen
Het coronaherstelfonds werd opgericht in februari 2021, vlak nadat in Nederland de avondklok was ingevoerd en de eerste vaccinaties werden gezet. Sindsdien gebruikten de lidstaten 648 miljard euro uit het fonds. Het grootste deel hiervan (357 miljard euro) werd door Brussel ‘geschonken’. De rest (291 miljard euro) ontvingen de lidstaten als leningen. Die moeten vanuit nationale begrotingen weer worden terugbetaald aan Brussel.
Nederland vroeg geen enkele lening aan en deed betaalverzoeken voor 5,6 miljard euro aan giften. Het merendeel hiervan besteedde de overheid aan de aansluiting van ruim 500.000 warmtepompen, elektrische fornuizen of boilers op zonnepanelen.
Sigaar uit eigen doos
De grote vraag is hoe Brussel het op de kapitaalmarkt geleende geld voor de schenkingen ter waarde van 357 miljard euro gaat terugbetalen. Hoewel het woord schenking doet vermoeden dat de lidstaten dit cadeau krijgen, moet ook dit geld worden terugbetaald. Hoe? Vanuit het EU-budget, oftewel door de lidstaten zelf. Elke lidstaat lost een bedrag af dat overeenkomt met zijn aandeel in de economie van Europa.
Voor Nederland is dat zuur: het ontving namelijk maar zo’n 1,5 procent van de totale pot aan ‘giften’, terwijl het naar verwachting zo’n 6,1 procent van de gehele schuld moet terugbetalen. Zo betaalt Nederland dus ook mee aan giften aan landen die meer geld uit het fonds kregen.
Maar voordat het over de hoogte van het bedrag gaat, discussiëren de lidstaten met elkaar over hoe (en of) ze het geleende geld moeten terugbetalen. Veel tijd om daarover te filosoferen is er niet: vanaf 2028 staan de eerste schuldeisers vol verwachting klaar.
Verdeeldheid
De ideeën over hoe met deze schuld moet worden omgegaan lopen – niet geheel verrassend – uiteen. Het Nederlandse kabinet ziet drie mogelijkheden. Eén optie is dat de lidstaten extra geld ophoesten door de nationale afdracht aan Brussel te verhogen.
Dit is voor veel overheden de meest pijnlijke optie, omdat zij niet bepaald kampen met overschotten in nationale begrotingen. Ook Nederland is niet happig. Het land is een nettobetaler, en er is daarom ook weinig enthousiasme om nog meer geld van Den Haag naar Brussel te sturen.
Dit verhaal kon alleen gemaakt worden dankzij lezers die Brusselse Nieuwe steunen. Tijdens het reces publiceren we uitgebreide interviews, achtergronden en reportages als deze. Wil je die na de zomer blijven ontvangen? Neem een abonnement en zorg dat we dit soort verhalen kunnen blijven maken.
Pijn
Een tweede optie is geld vrijmaken door te bezuinigen op andere plekken in de Europese begroting. Een logisch alternatief, aldus een Nederlandse EU-diplomaat. “Gratis geld bestaat niet”, legt hij uit. “Maar in Europa vinden we dat lastig.”
Politiek is keuzes maken in schaarste, maar volgens de diplomaat lijkt die vlieger in Brussel niet op te gaan. Voor elke nieuwe kostenpost moet ruimte komen in de begroting, zonder dat ergens anders wordt bezuinigd. “Je kunt niet méér doen met evenveel geld.”
Nederland, dat tot de strengste landen behoort als het om het Europese budget gaat, vindt dan ook dat het terugbetalen van de lening nou eenmaal gepaard moet gaan met de nodige pijn. Ook andere nettobetalers zoals Duitsland, Zweden, Oostenrijk, Finland en Denemarken neigen naar de Nederlandse positie.
Europese belastingen
Een derde optie is de zogeheten eigen middelen van de Europese Unie te vergroten. Door Europese belastingen te heffen op bijvoorbeeld tabak en elektronisch afval, of door uitstoot te belasten van producten die vanuit het buitenland de EU binnenkomen (CBAM), vloeit meer geld in de Brusselse spaarpot.
Een goed idee, aldus het kabinet. Het mes snijdt aan twee kanten, zo gaat de gedachte, want naast de extra inkomsten voor de EU zorgt de maatregel er ook voor dat mensen minder roken, meer recyclen en minder vervuilen.
Landen met een minder pro-Europese agenda willen geen gemeenschappelijke belastingen invoeren, omdat die de EU een stapje dichter bij een federale overheid brengen.
Oude schuld, nieuwe lening?
Emeritus hoogleraar economie en voorzitter van het Mises Instituut Nederland Lex Hoogduin vreest een vierde alternatief om met de schuld van 648 miljard euro om te gaan: een nieuwe lening om de oude mee af te betalen. Op die manier hoeft de Europese Commissie alleen de jaarlijkse rente van zo’n 20 miljard euro te betalen, zonder de schuld af te betalen.
“Een reële optie”, zegt Hoogduin, “als je vergeet dat de Europese Unie niet mag lenen.” Volgens hem zou het aangaan van nieuwe leningen om oude schuld mee af te lossen een flagrante schending van de verdragen zijn. “Europees lenen mag niet, en dat moet vooral zo blijven.”
Het geld voor het coronaherstelfonds kon bij uitzondering worden geleend onder het mom van een noodsituatie, maar die kaart moet niet te vaak worden gespeeld, vindt Hoogduin. “Anders is het hek van de dam en schuiven we de problemen alsmaar vooruit.” Net als Hoogduin vindt kabinet-Jetten dat het de aflossing moet bekostigen door elders in de begroting te snijden. “Landen mogen dit best voelen. Dat is nou eenmaal de consequentie van het lenen van veel geld.”