“Het verdwijnen van ideologie was het begin van populisme zoals wij dat vandaag de dag kennen”, betoogde Guy Verhofstadt dinsdagavond in een drukbezocht Holland House. De voormalig premier van België en oud-Europarlementariër lichtte tijdens de Hard Talk zijn pessimisme over de huidige staat van de liberale democratie toe.
Na een indrukwekkende carrière in zowel de nationale als Europese politiek, is Verhofstadt een illusie armer: een krachtige Europese Unie bestaat niet. De politiek wordt overmand door populisme. Als ‘therapie’ en in de hoop de nieuwe generatie in beweging te brengen, schreef hij het boek De burger in opstand. Volgens hem ontbreekt het de jonge generatie aan ambitie.
De aanwezigheid van de dertigjarige Anna Strolenberg, Europarlementariër van Volt, bewijst het tegendeel. Ze luistert geboeid naar het verhaal van Verhofstadt en herkent zich daarin, maar plaatst ook vraagtekens. Dat levert een sterk inhoudelijk gesprek op. Samen voorzien Verhofstadt en Strolenberg het publiek van die o-zo-gemiste ideologische en activistische input.
Pragmatisme
“De politiek is in de afgelopen twintig à dertig jaar verworden tot een machine met twee knoppen, regulering en flexibilisering”, trapt Verhofstadt af. Uit pragmatisme hebben de sociaaldemocraten en liberalen in het Parlement gekozen voor de derde weg, zonder daarbij oog te hebben voor hun verschillende idealen.
“Wat wij toen niet zagen, is dat de middenklasse hun natuurlijke vertegenwoordiger verloor”, vervolgt de Vlaming. Zonder ideologie verdween hun houvast in de samenleving en werden deze kiezers vatbaar voor de angst en afgunst waar het populisme op inspeelt. Verhofstadt pleit voor hernieuwde idealen: “Een utopie hebben, is niet slecht. Het geeft hoop en richting.”
Deceptie
Het doel van een ‘verenigd Europa’ kan je volgens de oud-premier een mislukking noemen. Hij hekelt de groeiende invloed van de Europese Raad, waarbij regeringsleiders vooral hun nationale wensenlijstje proberen door te drukken. Het Parlement liet en laat dat volgens hem over zich heenkomen.
Terwijl de parlementariërs de enige verkozen vertegenwoordigers zijn, is hun invloed relatief beperkt. “Je schrijft een rapport en wat gebeurt daar dan mee? Dat vind ik na twee jaar in het Europees Parlement een deceptie”, beschrijft Strolenberg later op de avond. Verhofstadt antwoordt lachend: “Ach ja, ik heb er vijftien jaar over gedaan om dat te voelen.”
De voormalig liberale Europarlementariër heeft ooit gedreigd in het Parlement de begroting af te keuren als daad van verzet. Is dat het sterkste wapen? “Het enige”, verbetert hij. Maar in de praktijk maken de parlementariërs daar geen gebruik van. De EU durft niet te vernieuwen. “Iets dat niet evolueert, gaat dood”, waarschuwt Verhofstadt. “En de liberale democratie gaat dood, omdat ze niet ontwikkelt.”
Aanmodderen
“Hoe lang gaan we nog zeggen dat er iets moet veranderen?”, verzucht de Vlaming. Wat hem betreft heeft de Europese Unie lang genoeg aangemodderd. Hij pleit voor een herverdeling van kapitaal door alle werknemers van aandelenopties te voorzien, meer referenda en beter datamanagement. “Data is de nieuwe olie”, verklaarde hij. “We produceren ontzettend veel, maar geven dat zo, hup, aan de overkant van de Atlantische Oceaan. Wij maken de data, zij de winst.”
Ook Volt-Europarlementariër Strolenberg zou het monopolie van techgiganten zoals Google en Meta liever vandaag dan morgen doorbreken. Ook wil ze bouwen aan een Europese defensiegemeenschap. Waar Verhofstadt kritisch is op de uitvoerbaarheid daarvan, ziet Strolenberg een stappenplan voor zich. “We moeten de NAVO Europeaniseren, gezamenlijk inkopen en zorgen dat de Unie minder afhankelijk wordt”, vertelt ze. “Tegelijkertijd kunnen we in een kopgroep met landen als Luxemburg, Frankrijk en Duitsland vooruitwerken en het goede voorbeeld geven.”
Vernieuwing
Beiden zien de noodzaak van daadkrachtig beleid. “We willen geen openluchtmuseum worden”, stelt Strolenberg. Toch lukt het Europa volgens haar niet om dat te leveren. Het Parlement blijft een verzameling van nationale delegaties. “We hebben verkozen Europese vertegenwoordigers en een Europese regering nodig om zeggenschap te krijgen.”
Verhofstadt pleit voor democratische vernieuwingen om de kiezer meer inspraak te geven. Beiden zijn voorstander van een Europese kieslijst, waarbij je niet voor een partij maar direct voor een vertegenwoordiger kiest – die volgens Strolenberg niet alleen Nederlands, maar ook Roemeens kan zijn. Eveneens moet het Parlement volgens beiden meer zeggenschap krijgen, bijvoorbeeld door middel van initiatiefrecht.
Verhofstadt zou graag, naar Zwitsers voorbeeld, meermaals per jaar een referendum invoeren voor dagelijkse beleidszaken. “De grootste weerstand daartegen komt van de politieke klasse zelf”, ziet hij. “Zij vinden mensen paradoxaal slim genoeg om voor hun te kiezen, maar niet om zelf het beleid te bepalen.” Strolenberg ziet daarentegen meer toekomst in bindende burgerberaden: “Je bent dan niet afhankelijk van de opkomst. Mensen maken een geïnformeerde keuze en delen dat met hun omgeving.”
Nieuwe generatie
“Heel veel dingen uit uw boek onderschrijf ik”, concludeert Volt-Europarlementariër Strolenberg. “Maar ik las ook vaak dat er weinig jongeren zijn die ambitie hebben. En dat klopt niet.” Dat Verhofstadt in Brussel geen jonge ideologen vond, betekent volgens haar niet dat deze niet bestaan. “Ik zie ongelooflijk veel jonge, getalenteerde mensen om me heen. Ze zitten alleen niet in de politiek.”
De Europarlementariër stelt dat Europese politici zich juist moeten begeven op sociale media en andere platforms om dit jonge publiek te bereiken. De politiek moet voor hen aantrekkelijker worden. Ze besluit: “Als we een sterker Europa willen, moeten we elkaar blijven vinden.”
In eerdere edities van Hard Talk Europa ging het onder meer over de relatie tussen gemeentes en Europa, over het cordon sanitaire in het Europees Parlement of over het voorstel voor de nieuwe meerjarenbegroting.