De velden en parken zijn niet meer groen, groeiend en bloeiend, maar dor, droog en bruin. Met de huidige situatie van huiveringwekkende natuurbranden en droogte slaken klimaatwetenschappers nog luider de noodkreet. Het boek ‘Groene supermacht’ van Diederik Samsom verscheen in 2025 en krijgt deze zomer met recordtemperaturen een extra actuele lading.
Samsom was als kabinetschef van voormalig Eurocommissaris Frans Timmermans nauw betrokken bij de totstandkoming van de Europese Green Deal. Hij neemt de lezer mee achter de schermen van de EU. Hoe kwam de Green Deal tot stand? Hoe gaat het er in de Europese Commissie eigenlijk aan toe? En waarom is Europa’s rol in de wereld zo belangrijk voor de groene transitie?
Het groene pakket
De Europese Green Deal uit 2019 is een ambitieus pakket van wetten en maatregelen. Het doel: de Europese economie verduurzamen en Europa uiterlijk in 2050 klimaatneutraal maken. Het pakket bevat tal van maatregelen om schone energie te stimuleren. Zo moeten industrie en gebouwen verduurzamen, moet zonne- en windenergie een boost krijgen en moet het gebruik van fossiele brandstoffen afnemen. Een belangrijk instrument daarbij is het Europese emissiehandelssysteem, waarbij bedrijven moeten betalen voor de CO2 die ze uitstoten. Zo stimuleert het systeem bedrijven om schoner te produceren.
In zijn boek beschrijft Samsom met veel enthousiasme hoe de Green Deal tot stand kwam: een ingewikkeld proces van onderhandelingen, belangen en compromissen. Tegelijk gaat het boek over wat er volgens hem nodig is om de groene transitie daadwerkelijk te laten slagen: technologische ontwikkeling, miljardeninvesteringen, industriële vernieuwing en sociale aanpassingen, bijvoorbeeld voor voeding. Hij is ervan overtuigd dat de energietransitie niet alleen een klimaatopgave is, maar ook een kans om Europa economisch sterker te maken.
Europa kan dat niet alleen. Doet Europa zijn best terwijl de rest van de wereld blijft vervuilen, dan komt het continent alsnog niet vooruit. Samsom gaat uitgebreid in op internationale samenwerking en de rol van de EU daarbij. Hij schrijft onder meer over het belang van de groene transitie in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, de “gigantische potentie” van duurzaamheid in Oekraïne en de positie van China als concurrent en partner.
Snoepwinkel aan expertise
Het boek is bovendien een kijkje achter de schermen van Brussel. Waar Europese ambtenaren nogal eens worden weggezet als bureaucraten in een gesloten bolwerk, beschrijft Samsom de Europese Commissie juist als een plek waar veel kennis en idealisme samenkomen. Hij laat zien hoeveel expertise er binnen de verschillende directoraten-generaal – DG’s – al aanwezig was toen de Green Deal werd voorbereid. Hij noemt die kennis ook wel een ‘snoepwinkel aan expertise’, bijvoorbeeld over cruciale grondstoffen voor de energietransitie, maar ook over biodiversiteit en vlinders, zaden en insecten.
De spreekwoordelijke “ivoren toren” is ook een verademing, vindt hij. Het is een plek waar de lange termijn voor Europa voorop staat, minder overschaduwd door de waan van de dag. Volgens Samsom is het van belang dat er in de media meer aandacht komt voor Europa.
Tegelijkertijd blijkt uit zijn verhaal dat het een uitdaging is om al die kennis om te zetten in één samenhangend Europees geheel. De belangen van milieu, landbouw, handel en industrie lopen niet vanzelf dezelfde kant op. Daar komen de belangen van de lidstaten, het Europees Parlement, bedrijven en lobbyisten nog bij. De Green Deal was daardoor niet alleen een klimaatplan, maar ook een enorm onderhandelingsproces.
Geopolitieke veranderingen
“Ten einde raad probeert Moeder Aarde ons met zoveel mogelijk bosbranden tot klimaatactie aan te zetten”, schreef Samsom vorige maand in De Volkskrant. Klimaatverandering wacht niet op het tempo van de mensheid om te veranderen. Samsom betoogt in zijn boek dat de Green Deal de industrie helpt verduurzamen én concurrerender maakt. Tegelijk waarschuwt hij voor afzwakking van het klimaatbeleid door soepelere regels.
De Europese Commissie kwam namelijk vorige maand met voorstellen voor een gerichte herziening van het emissiehandelssysteem. Daarmee wil de Commissie de Europese industrie meer ondersteuning en ruimte geven om te verduurzamen en tegelijkertijd internationaal concurrerend te blijven. Deze tendens is niet nieuw. Tegelijk moet het emissiehandelssysteem volgens de Commissie een belangrijke motor voor investeringen in de groene transitie blijven.
De oorlog in Oekraïne, de veranderde politieke koers van de Verenigde Staten en de spanningen in het Midden-Oosten hebben de geopolitieke verhoudingen veranderd. Tegelijkertijd staat de Europese industrie onder druk van internationale concurrentie. De vraag blijft of klimaatverandering nog te stoppen is, en of de Green Deal-doelen haalbaar blijven. Het laatste hoofdstuk ‘Het kan nog wel’ geeft op die vraag in ieder geval een hoopgevend antwoord.