In Maastricht trapte minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen voor studenten Europese Studies het studiejaar af met een speech over uitdagingen voor de EU. Een belangrijke uitdaging de komende maanden is het vaststellen van een nieuw meerjarig financieel kader (MFK) voor de periode 2028-2034. De EU-begroting is natuurlijk primair een middel om gemeenschappelijke prioriteiten te realiseren. Maar in de politieke praktijk gaat het vooral om getouwtrek tussen lidstaten over geld.
Uit de speech van minister Berendsen kreeg vooral het idee om vetorechten van nieuwe lidstaten te beperken aandacht in de pers. Zoals bekend gaat de slagvaardigheid van de EU in het buitenland- en veiligheidsbeleid gebukt onder het vereiste van unanimiteit: zonder algehele overeenstemming is de EU veroordeeld tot passief langs de zijlijn staan. Bovendien wees de minister fijntjes op de mogelijke inzet van het veto als chantagemiddel (door regeringsleiders als Viktor Orbán).
Vetorecht inperken
Het vetorecht is dus geen rustig bezit, maar overgaan naar besluitvorming bij gekwalificeerde meerderheid stuit bij lidstaten op veel weerstand. De invoering daarvan voor nieuwe toetreders vormt dan de weg van de minste weerstand. Een oplossing die nieuwe lidstaten noodgedwongen wel moeten accepteren als onderdeel van een meerjarig deel-lidmaatschap (al kun je je dat lastig voorstellen mochten Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk of Canada (!) zich melden voor het EU-lidmaatschap).
Zo’n beperking van vetorechten alleen voor nieuwkomers zou feitelijk niets oplossen. Voor de huidige 27 lidstaten verandert er immers helemaal niets; sterker nog, door alleen nieuwkomers vetorechten te ontnemen neem je druk weg van huidige lidstaten om wat nationale soevereiniteit in te leveren ten behoeve van effectiever gemeenschappelijk handelingsvermogen.
Onderhandelen over geld
Ook de vaststelling van een nieuw MFK (de begroting) is onderhevig aan veto’s. Dat maakt het buitengewoon lastig om voor het eind van het jaar overeenstemming te bereiken. Drie traditionele vriendengroepen, van de landbouw, van de cohesie en van de zuinigheid, zijn zich aan het formeren. De zuinigerds (naast Duitsland en Nederland ook Denemarken, Zweden, Finland en Oostenrijk) kwamen afgelopen week bijeen op initiatief van Bondskanselier Merz.
De wensenlijst van de zuinigerds is heel overzichtelijk en algemeen geformuleerd. De zes lidstaten willen een gemoderniseerd en hervormd MFK, opgebouwd rond de nieuwe prioriteiten (veiligheid en defensie, concurrentievermogen, migratie en soevereiniteit). Me dunkt dat het oorspronkelijke Commissievoorstel daar al een prima voorzet voor geeft. De zes lidstaten willen zo’n tien tot twintig procent bezuinigen, en wel evenwichtig verdeeld over alle rubrieken. Het gaat dus niet om (nog) meer ruimte voor nieuwe prioriteiten, maar simpelweg om minder betalen. Kun je dan wel betere resultaten verwachten?