Het geopolitieke belang van uitbreiding van de EU is evident. Maar uitbreiding kan schuren met effectiviteit van de EU, met kernwaarden van de EU en met het draagvlak in lidstaten. Hoe om te gaan met dit spanningsveld? De Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) weegt in zijn jongste advies kansen en risico’s en komt tot de volgende aanbevelingen aan kabinet en Kamer:
- Toon meer betrokkenheid en regie bij verdere EU-uitbreiding; onderken dat uitbreiding ook voor Nederland voordelen heeft.
- Streef naar zo snel mogelijke verankering van Oekraïne in de EU. Faciliteer de hervormingsagenda van Moldavië (met nadruk op rechtsstaat en corruptiebestrijding) en streef naar toetreding zodra het land aan alle Kopenhagen-criteria voldoet.
- Faciliteer de EU-toetreding van Montenegro en Albanië actiever. Deze landen zijn binnenkort klaar voor onderhandelingen over toetredingsverdragen.
- Toon meer ambitie en betrokkenheid bij de EU-integratie van de Westelijke Balkan. Dat is cruciaal voor vrede, welvaart en het waarborgen van EU-waarden.
- Neem – samen met gelijkgezinde landen – het initiatief voor een EU-hervormingsagenda. Hervormingen zijn ook los van de uitbreiding noodzakelijk. Het gaat vooral om borging van EU-kernwaarden, veiligheid, besluitvorming in het GBVB en de EU-begroting.
Dit zijn verstandige aanbevelingen. De AIV neemt ook afstand van de gedachte aan een soort gedeeltelijk EU-lidmaatschap. Wel kan fasering een belangrijke rol spelen in het uitbreidingsproces. De AIV denkt daarbij aan ‘lange overgangstermijnen’ voor vrij verkeer van personen/werknemers, de EU-begroting en het landbouwbeleid. Dit om risico’s van uitbreiding (lees: voor de huidige lidstaten) te verkleinen.
Overgangstermijnen
Voor vrij verkeer van werknemers zijn overgangstermijnen (van maximaal zeven jaar) gemeengoed. De AIV maakt niet duidelijk of hij zo’n termijn lang genoeg vindt. Veel belangrijker dan overgangstermijnen is de bereidheid van lidstaten om waar nodig hun arbeidsmarktregulering aan te passen. Zie in ons land het rapport-Roemer en de langjarige worstelingen om misstanden door doorgeschoten flexibilisering aan de onderkant van de arbeidsmarkt aan te pakken.
En is het reëel om te verwachten dat al die miljoenen gevluchte Oekraïners na een bestand en EU-toetreding naar hun geboorteland terugkeren? Terwijl de vergrijzing lidstaten ertoe aanzet arbeidsmigranten uit derde landen – zoals Bangladesh en de Filipijnen – binnen te halen. Waarom dan de deur dicht houden voor mensen uit nieuwe lidstaten?
Bij de EU-begroting zie ik geen redenen voor overgangstermijnen. De budgettaire gevolgen zijn zonder meer inpasbaar. Zoals ook de ‘big bang’ van 2004/2007 geen sporen heeft nagelaten in omvang of samenstelling van het EU-budget (zie grafiek).

Tot slot de landbouw. “De schaal en kracht van de Oekraïense landbouw dreigen het GLB over te belasten. Dit kan worden opgevangen met langdurige overgangstermijnen bij toetreding”, zo stelt de AIV. Opgevangen waarom en waartoe? Als boeren in Oekraïne aan EU-regels zijn gebonden, willen we hun concurrentiekracht dan toch van de EU-markt weren? Dat zou wel erg in strijd zijn met het zo geroemde rapport-Draghi.