Een brainstorm over geo-economische uitdagingen en de interne markt. Daarvoor kwamen de regeringsleiders afgelopen donderdag bij elkaar. In aanloop naar de Europese Raad die volgende maand een Roadmap voor de voltooiing van de interne markt gaat vaststellen.
Met die voltooiing zijn we inmiddels veertig jaar bezig. In 1985 bracht Lord Cockfield een Witboek uit, met 300 concrete voorstellen, vóór 1992 door te voeren. Sindsdien zijn veel belemmeringen weggenomen. Maar een echte interne markt die functioneert alsof grenzen tussen lidstaten niet tellen, blijkt lastig te realiseren.
Vorig jaar berekenden IMF-economen dat de handelsbarrières binnen de EU gelijk zouden staan aan heffingen van 45 procent voor handel in goederen en 110 procent voor handel in diensten. Economen van de ECB maakten eenzelfde soort berekening en kwamen uit op 67 procent voor goederen, en 95 procent voor diensten.
Nuance
Hoe bestaat het dat de belemmeringen voor de onderlinge handel nog steeds zo hoog zijn? Eerst een nuancering, die de onderzoekers van de ECB zelf ook aanbrengen: een directe vergelijking met invoertarieven is misleidend. De gemeten handelsbarrières komen namelijk niet louter voort uit verschillende regelgeving en mededingingsbeperkingen.
Ook verschillen in smaak en voorkeuren van mensen – bijvoorbeeld voor streekgebonden producten – spelen een rol, evenals taalbarrières en intrinsieke beperkingen in de verhandelbaarheid van bepaalde goederen en diensten. Zo ga je niet snel naar een buitenlandse kapper, tenzij je op vakantie bent.
Interne handel
Onderstaande grafiek – die de handel binnen de EU vergelijkt met die van de EU met derde landen – geeft een wat reëler beeld. De intensiteit van de handel – als percentage van het bbp – is flink toegenomen, zowel voor goederen als voor diensten. De intra-EU-handel in goederen is ook duidelijk intensiever dan die met derde landen.
Maar dat gaat voor diensten niet op. Hier speelt naast het plaatsgebonden karakter van veel diensten de onvolkomen marktintegratie – ondanks de fameuze Dienstenrichtlijn – een rol.

Veel potentieel van de interne markt blijft onbenut. De ECB-economen wijzen op flinke verschillen in marktintegratie tussen de EU-lidstaten. Neem je de best geïntegreerde lidstaat als voorbeeld – en laat dat Nederland zijn! – dan is een verlaging van de kosten van de onderlinge handel van 8 tot 9 procent zeker haalbaar. Dat is huiswerk voor de lidstaten zelf. Maar er is ook veel te winnen door gezamenlijke actie. Denk aan:
- harmonisatie van nationale faillissementsregimes als voorwaarde voor een spaar- en investeringsunie;
- gemeenschappelijke regels en investeringen in infrastructuur voor een Energie-unie;
- effectief tegengaan van mededingingsbeperkende marktsegmentatie door producenten.
En dat voorstel voor een parallel, 28e regime voor de kern van het ondernemingsrecht (zie verhaal vorige week) vraagt ook om concrete uitwerking.