Hoe staat het met de onderhandelingen over het meerjarig financieel kader (MFK) voor 2028-34? De Europese Raad heeft in december vorig jaar uitgesproken te mikken op een akkoord eind dit jaar.
Het staatshoofd en de regeringsleiders zouden er vorige maand over spreken – met het oog daarop hadden hun ministers in de Raad Algemene Zaken de governance-aspecten alvast voorgesproken – maar in de conclusies van de Europese Raad niets van dat alles. Waarschijnlijk is het agendapunt verdrongen door de actualiteit van oorlog en energiecrisis.
Standpunt Europees Parlement
Intussen bereidt het Europees Parlement zich grondig voor. Het EP heeft zelfs een aparte site ingericht. En nadat bijna alle EP-commissies de voorstellen van de Europese Commissie hebben becommentarieerd, heeft de begrotingscommissie afgelopen week een interim-rapport vastgesteld. Op 29 april gaat de plenaire vergadering erover stemmen.
Niet verrassend is dat het Parlement aandringt op een hoger uitgavenplafond dan de Commissie voorstelt: zo’n tien procent hoger. Het uitgavenplafond zou dan komen op 1,27 procent van het nationaal inkomen van de EU – plus 0,11 procent voor aflossingen op de leningen voor het Herstelfonds. De grafiek laat een rechte rode lijn tussen de uitgavenplafonds van opeenvolgende MFK’s zien, maar dat levert natuurlijk nog geen onderbouwing.

In het ontwerp interim-rapport wordt flink extra geld gereserveerd – vergeleken met de Commissie-voorstellen – voor nieuwe prioriteiten: de financiering van Europese collectieve goederen die herkenbare meerwaarde kunnen leveren. Denk aan investeringen in innovatie (het Horizon-programma) en in netwerken (CEF).
Tegelijkertijd wil men bij landbouw en cohesie veel bij het oude laten (qua systematiek) en nog bijplussen (qua uitgavenpeil). De Commissie heeft voorgesteld om landbouw- en cohesie-uitgaven samen te voegen in één groot fonds, en daarmee lidstaten ruimte te geven om in hun nationale en regionale partnerschapsplannen (NRPP’s) eigen accenten te kiezen. De Begrotingscommissie van het EP keert zich daar tegen. Die grotere keuzevrijheid wordt gezien als ‘renationalisatie’ van het EU-budget die leidt tot een Europa à la carte. De traditionele begrotingsposten moeten daarom in ere worden hersteld.
Standpunt lidstaten
Hoe zullen de lidstaten zich opstellen? In het verleden zagen we een opdeling in drie – wat overlappende – ‘vriendengroepen’: van de landbouw, van de cohesie en van ‘better spending’. Dat laatste betekende tot nu toe vooral bezuinigen. Maar gaat het nu ook meer gezamenlijk investeren in innovatie, infrastructuur en defensie inhouden?
Kan zo’n verschuiving de gevestigde verhoudingen opschudden? En zijn de lidstaten overigens wel happig op vernieuwing, subsidiariteit en meer keuzevrijheid via hun NRPP? Dat alles moet de komende maanden duidelijk gaan worden.