De interne markt is de hoeksteen van de Europese integratie. Zij vormt in de rapporten van Letta en Draghi ook de sleutel om innovatie en verdienvermogen van de Europese economie te versterken. Een zorgenkindje is de interne markt voor diensten. De dienstensector omvat meer dan twee-derde van onze economieën. Maar de grensoverschrijdende dienstverlening blijft daarbij ver achter. Soms goed verklaarbaar: voor een knipbeurt ga je liever naar een kapper in de buurt. Maar het is veelzeggend dat in de EU minder dan één procent van de bouwdiensten grensoverschrijdend wordt verhandeld (zie de grafiek).

Het vrij verkeer van diensten is een van de vier vrijheden die in het Verdrag van Rome zijn verankerd. Maar het is een vrijheid die lastig te realiseren blijkt. Begin deze eeuw, een decennium na ‘1992’, brak het inzicht door dat de interne markt ernstig gemankeerd bleef door tal van belemmeringen voor het grensoverschrijdende dienstenverkeer.
Belemmeringen
Het antwoord daarop was in 2006 de Dienstenrichtlijn (Ook wel de Bolkestein-richtlijn genoemd) Die heeft zeker een aantal onnodige belemmeringen uit de weg geruimd. Maar, zo stelt de Europese Rekenkamer vast, 60 procent van de belemmeringen is ook nu, twintig jaar later, nog niet verholpen. Daardoor blijft een potentiële welvaartswinst van zo’n 2,5 procent van het EU-bbp onbenut.
De Europese Commissie heeft vorig jaar gekozen voor een extra, strategische inzet op wat zij ‘de verschrikkelijke tien’ noemt. Daartoe behoren: te complexe EU-regels, een gebrek aan betrokkenheid van de lidstaten bij de interne markt, onvoldoende wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties, en uiteenlopende, restrictieve nationale regelgeving. Bovendien maken bepaalde fabrikanten zich schuldig aan marktsegmentatie langs nationale grenzen door supermarkten te beletten om hun waren in een andere lidstaat in te kopen.
De handhaving van de interne-marktregels schiet tekort, zo stelt de Rekenkamer vast. Die handhaving berust vooral op langlopende inbreukprocedures. De afhandeling van klachten van bedrijven tegen lidstaten die de EU-regels niet naleven, vertoont gebreken. Dat is vooral voor het kleinbedrijf nadelig. En de landspecifieke aanbevelingen in het kader van het Europees Semester leveren weinig op.
De Rekenkamer vindt de aanpak van de Commissie weinig strategisch en vooral reactief, en beveelt een aanscherping aan. Wat bijvoorbeeld ontbreekt is een systematische evaluatie van potentiële kosten en baten van (het ontbreken van) een interne dienstenmarkt. Aan de hand daarvan kun je beter prioriteiten en de inzet van instrumenten bepalen.
Voorstel
Eind dit jaar gaat de Commissie komen met een wetgevingsvoorstel om ongerechtvaardigde belemmeringen in de bouwsector aan te pakken. Daar moet zeker maatschappelijke winst zijn te behalen – als de lidstaten tenminste willen meewerken.