In mei weigerde demissionair premier Dick Schoof zijn handtekening te zetten onder een oproep van negen landen aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) om het verdrag ruimer te interpreteren, zodat zogenoemde ‘criminele buitenlanders’ gemakkelijker uitgezet kunnen worden. Openlijke kritiek op een gerechtelijk instituut achtte Schoof destijds ‘ongepast’. Een klein half jaar later sloot Nederland zich echter wél aan bij een informele coalitie van landen die pleit voor herziening van het verdrag.
Het Europese Mensenrechtenverdrag (EVRM) werd in 1950 opgesteld onder de vlag van de Raad van Europa, in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. Sinds 1998 is het verdrag juridisch bindend voor alle lidstaten. Nationale wetgeving moet dus voldoen aan het EVRM; zo niet, dan kan een rechter die buiten toepassing verklaren.
Met het verdrag “beloofden landen elkaar dat ze nooit meer de rechten van mensen zouden opofferen aan politieke belangen”, legt Marjon Rozema, woordvoerder bij Amnesty International, uit.
Die belofte geldt ook voor mensen van wie de asielaanvraag is afgewezen. Zo verbiedt artikel 3 van het verdrag om iemand uit te zetten naar een land waar een ‘reëel risico bestaat op marteling of onmenselijke of vernederende behandeling’. Artikel 8 beschermt het recht op privé- en gezinsleven, wat inhoudt dat gezinsleden alleen gescheiden mogen worden als daar zwaarwegende redenen voor zijn.
In de praktijk betekent dit dat uitzetting soms niet mogelijk is, zelfs wanneer iemand is veroordeeld voor strafbare feiten. Zo oordeelde de Rechtbank Den Haag in 2008 dat een Marokkaanse man die wegens drugscriminaliteit ongewenst was verklaard, niet mocht worden uitgezet omdat zijn Nederlandse echtgenote en dochter zich niet in Marokko zouden kunnen vestigen. Volgens de rechtbank waren er ‘onoverkomelijke belemmeringen’ voor het uitoefenen van gezinsleven als de uitzetting plaats zou vinden.
Te ruim?
Precies dat soort uitspraken leidt tot frustratie bij lidstaten. Zij vinden dat het EHRM artikelen 3 en 8 ‘te ruim’ interpreteert, waardoor het uitzetten van veroordeelde vreemdelingen te moeilijk wordt. Maar of die claim terecht is, is “zeer de vraag”, stelt Rozema.
“Het aantal geconstateerde schendingen is verwaarloosbaar,” zegt zij. Ook de secretaris-generaal van de Raad van Europa wees lidstaten er onlangs op dat het aantal migratiezaken dat het EVRM behandelt relatief klein is.
Van de 7.175 immigratie-gerelateerde zaken die in de afgelopen tien jaar bij het EVRM werden ingediend, werd meer dan 90 procent (6.657 zaken) niet-ontvankelijk verklaard of afgewezen. Slechts ongeveer 450 immigratiezaken — ongeveer één op de duizend van alle zaken bij het Hof — leidden tot de vaststelling van een mensenrechtenschending, en dus het opschorten van de uitzetting.
Politieke druk op het verdrag
Desondanks is er nu een groep landen, waaronder Nederland, Italië, het Verenigd Koninkrijk en Denemarken, die erop aandringt dat de interpretatie van het verdrag herzien moet worden. Het verdrag beschermt namelijk “de verkeerde mensen”, aldus een brief aan het Hof in mei.
Ook in de Tweede Kamer leeft die kritiek. In juni nam de Kamer een motie aan waarin staat dat “de interpretatie van deze verdragen [het EVRM en het Vluchtelingenverdrag van Genève] de ruimte voor het asielbeleid in verregaande mate beperkt”.
Tijdens een ministeriële bijeenkomst van de Raad van Europa in december werd afgesproken om nu stappen te zetten. Tijdens een volgende ministeriële bijeenkomst, in mei 2026 in Moldavië, zal worden toegewerkt naar een ‘politieke verklaring’ over de herinterpretatie van het EVRM, zo spraken ze af.
Maar, een politieke verklaring is nog geen herinterpretatie van een verdrag. Wel kan zo’n verklaring een signaal afgeven aan rechters, die dit mogelijk meewegen bij de toepassing van het verdrag — al zijn zij daar op geen enkele manier juridisch aan gebonden.
Volgens Jennifer Nadel, medeoprichter van de denktank Compassion in Politics, is de voornaamste reden voor deze roep om herziening dan ook niet dat deze daadwerkelijk effectief zou zijn. Het gaat eerder om een “sinistere reden”, namelijk het de wind uit de zeilen nemen van extreemrechtse partijen op het gebied van migratie, zo zei zij eerder tegen Al Jazeera.
Een glijdende schaal?
Effectief of niet, het is bovenal een gevaarlijke ontwikkeling, waarschuwt Rozema. “Pogingen om voor sommigen minder bescherming te bieden, of een hiërarchie in te voeren van wie mensenrechten verdient, brengen het hele systeem in gevaar. Het internationaal recht beschermt iedereen — of het beschermt niemand.”
Daarbij onderstreept zij ook dat het verdrag om veel meer gaat dan alleen migratie: “Wat iedereen zich ook moet realiseren is dat de fundamentele mensenrechten die staan in het EVRM voor ons allemaal gelden. Met alle oorlogen en conflicten wereldwijd is de kans groot dat ook wij deze mensenrechtenverdragen een keer nodig zullen hebben”.
