Industrie krijgt jaren extra om te verduurzamen: kunnen de klimaatplannen de prullenbak in?

Na de zomer buigen de EU-lidstaten zich over de plannen om de industrie meer ademruimte te geven. Nederland is fel tegenstander, maar of de rest van Europa dat standpunt deelt, is nog maar de vraag.

7 min. leestijd
Eurocommissaris Wopke Hoekstra en collega-commissarissen tijdens de presentatie van de versoepelde klimaatplannen
V.l.n.r.: Woordvoerder Anna-Kaisa Itkonen en Eurocommissarissen Teresa Ribera, Wopke Hoekstra, Dan Jørgensen. (Foto: Europese Commissie)

Recordtemperaturen, meerdere hittegolven en een uitzonderlijke hoeveelheid natuurbranden hebben al een gebied ter grootte van Zuid-Holland verwoest. Europa kampt met een hete en droge zomer die nog lang niet voorbij is, maar wel al alle records breekt. Nadat Europa al twee hittegolven achter de rug had, presenteerde de Europese Commissie voor het zomerreces haar plannen om het emissiehandelssysteem te versoepelen.

“Juist nu de gevolgen van klimaatverandering overal zichtbaar zijn, is het niet uit te leggen dat Europa de verduurzaming nog verder wil vertragen”, reageerde belangenorganisatie Natuur & Milieu daarop. Tegelijkertijd gaat het voorstel, wat de Europese energie-intensieve industrie betreft, niet ver genoeg. 

Prikkel voor verduurzaming

Het idee van het emissiehandelssysteem is dat bedrijven rechten moeten kopen om CO2 te mogen uitstoten. De Commissie bouwt de rechten op de markt worden langzaam af, zodat het steeds duurder wordt om broeikasgassen uit te stoten. Hierdoor ontstaat voor bedrijven een prikkel om te verduurzamen: verduurzaming wordt namelijk relatief goedkoper, omdat bedrijven bij een duurzame productie geen CO2 uitstoten en dus geen rechten hoeven te kopen. Een groot deel van de inkomsten vloeit terug naar de lidstaten. Zij subsidiëren daarmee verduurzaming.

Om het systeem effectief te laten werken, zijn er een paar aanvullende regelingen. Zo zijn er bijvoorbeeld gratis uitstootrechten in omloop. Bedrijven in kwetsbare sectoren zoals staal, cement, chemie en kunstmest krijgen een groot deel van de benodigde uitstootrechten gratis. Het risico bij bedrijven in deze sectoren is namelijk dat zij hun productie verplaatsen naar buiten Europa, waar zij niet hoeven te betalen voor hun uitstoot. Bedrijven die efficiënter produceren en daardoor minder broeikasgassen uitstoten, krijgen relatief meer gratis rechten dan bedrijven die slechter presteren. Voorlopers worden beloond.

Om de prijs van uitstootrechten voorspelbaar te houden, richtte de Commissie een reservepot op. Zijn er te veel rechten op de markt, dan verdwijnt een deel automatisch in die reserve, zodat de prijs niet daalt. Is er een tekort, dan komen rechten juist terug op de markt.

Bij de introductie van het systeem is besloten dat er naar verloop van tijd steeds minder uitstootrechten beschikbaar komen. Bij het huidige tempo zouden er rond 2039-2040 helemaal geen uitstootrechten meer beschikbaar zijn. Dat zou betekenen dat de industrie vanaf dat jaar geen CO2 meer kan uitstoten zonder de regels te overtreden.

Kop van jut

Jarenlang keek er geen politicus naar dit systeem om. Het functioneerde goed: de sectoren die eronder vielen, stootten in 2025 ongeveer vijftig procent minder broeikasgassen uit dan in 2005 – het jaar waarin het systeem begon.

Na de aanvallen van Amerika op Iran, waardoor Europa voor de tweede keer in nog geen vijf jaar tijd met een energiecrisis te maken kreeg, keken politici ineens wel naar het emissiehandelssysteem. Het systeem, dat zelf maar een fractie – naar schatting zo’n tien procent – van de totale energieprijs bepaalt, werd niettemin de kop van jut.

Volgens landen zoals Italië zorgt het beprijzen van CO2 ervoor dat de Europese industrie niet kan concurreren met bedrijven in de Verenigde Staten en China. Tegelijkertijd bleef Nederland, samen met Zweden, pal achter het systeem staan omdat veel bedrijven in deze landen vooroplopen in de energietransitie.

Met deze discussie wordt duidelijk dat het emissiehandelssysteem niet meer alleen het doel heeft om de uitstoot van CO2 terug te dringen. Nee, in de geopolitiek onrustige tijden wordt het ook gebruikt om de concurrentiekracht van Europese bedrijven te verbeteren. De vraag is of het emissiehandelssysteem zich daar goed voor leent.

Dit verhaal kon alleen gemaakt worden dankzij lezers die Brusselse Nieuwe steunen. Tijdens het reces publiceren we uitgebreide interviews, achtergronden en reportages als deze. Wil je die na de zomer blijven ontvangen? Neem een abonnement en zorg dat we dit soort verhalen kunnen blijven maken.

Versoepelingen

Oorspronkelijk was het plan om de gratis rechten geleidelijk af te bouwen, zodat ook de energie-intensieve industrie verplicht wordt om te verduurzamen. Tussen 2021 en 2025 betaalde deze industrie gemiddeld slechts vijftien procent van haar eigen uitstoot, de rest kreeg ze gratis. In 2034 zouden er geen gratis rechten meer beschikbaar zijn, maar de Commissie stelt nu voor om die datum met vier jaar op te schuiven, naar 2038.

Deze vertraging raakt ook de CO2-grensheffing voor importeurs van bijvoorbeeld staal, cement en kunstmest. Die importeurs betalen alleen voor het deel van de CO2-prijs dat Europese bedrijven ook zelf betalen – anders zou de EU buitenlandse producenten zwaarder belasten dan de eigen industrie, en dat mag niet van de Wereldhandelsorganisatie.

Een andere voorgestelde versoepeling gaat over de reservepot van uitstootrechten. Op dit moment worden rechten uit die pot geschrapt zodra hij te vol raakt. Gebeurt dat niet, dan zouden alle rechten ooit weer op de markt terechtkomen, waardoor de prijs van uitstootrechten in de toekomst lager wordt. De Commissie wil niet langer rechten uit de reservepot schrappen: rechten die er nu nog uit verdwijnen, blijven straks gewoon bewaard voor later.

Daarnaast stelt de Commissie voor om de hoeveelheid beschikbare uitstootrechten trager af te bouwen. Dat betekent dat industrieën pas tussen 2046 en 2048 geen CO2 meer mogen uitstoten, zes tot acht jaar later dan in de huidige plannen.

Tegelijkertijd wil de Commissie wel de verduurzaming versnellen. Zo moeten de inkomsten van het systeem nog beter worden ingezet voor verduurzaming, en worden bedrijven die vooroplopen beter beloond.

Ook wil de Commissie vanaf 2029 een deel van de vluchten die vanuit Europa vertrekken naar bestemmingen tot 5.000 kilometer verderop onder het systeem laten vallen, denk aan vluchten naar Turkije of Noord-Afrika. En voor het eerst moeten ook privéjets gaan betalen voor hun CO2-uitstoot.

Schatkist

De voorgestelde versoepelingen zorgen in Europa voor extra uitstoot van CO2. Alleen al in Nederland loopt de totale extra CO2-uitstoot als gevolg van de plannen op tot ruim anderhalf keer zoveel als heel Nederland in één jaar uitstoot, zo berekende onderzoeksbureau CE Delft.

Tegelijkertijd komt er in de Nederlandse schatkist juist minder geld binnen. Tot 2040 loopt de overheid zo’n 2,2 miljard euro aan veilinginkomsten mis, berekende CE Delft. Voor de Europese Unie als geheel loopt dat bedrag op tot ongeveer 59 miljard euro. Dat komt vooral doordat de gratis rechten langer in de omloop zijn.

Volgens het kabinet zijn de versoepelingen niet nodig. “Het emissiehandelssysteem biedt investeringszekerheid en stimuleert bedrijven om te investeren in schone productie”, zo schrijft minister van Klimaat en Groene Groei Stientje van Veldhoven aan de Tweede Kamer. Ze waarschuwt dat afzwakking de prikkel tot verduurzaming vermindert en vooral de bedrijven benadeelt “die al geïnvesteerd hebben”.

Verdeeldheid

Na de zomer buigen de lidstaten en het Europees Parlement zich over het voorstel van de Commissie. Tijdens een informeel overleg in Dublin van de ministers van Klimaat werd al duidelijk dat de landen tot op het bot verdeeld zijn. Italië en Polen willen bijvoorbeeld meer versoepelingen, terwijl Nederland, Denemarken en Zweden juist het huidige systeem in stand willen houden.

Die verdeeldheid kan de onderhandelingen juist versnellen. Voor- en tegenstanders zijn allebei kritisch op het voorstel, en wie iets wil aanpassen, moet de andere kant op een ander punt tegemoetkomen. Het voorstel lijkt daarom het minst slechte compromis: het tempo van verplichte verduurzaming ligt lager, maar er komt wel meer geld beschikbaar voor verduurzaming.

Dit artikel gaat over het emissiehandelssysteem (ETS) voor grote bedrijven en de industrie. In 2028 geldt een nieuw emissiehandelssysteem (ETS2) voor kleine bedrijven en huishoudens. Het Planbureau voor de Leefomgeving maakt zich zorgen over de effecten van dit nieuwe systeem. Lees hier meer.