Mbo’ers worden in Europees beleid nog te vaak over het hoofd gezien. Erkenning van hun mbo-diploma over de grens is er vaak niet, en ook gaat er nauwelijks Europees geld naar mbo-opleidingen.
D66-Europarlementariër Brigitte van den Berg wil dat veranderen. Ze presenteerde daarom een initiatiefrapport: een document waarin het Parlement op eigen initiatief een standpunt formuleert. Het is geen wet, maar een politiek signaal aan de Europese Commissie. Binnenkort wordt erover gestemd.
Erkenning diploma’s
“Europa staat voor enorme uitdagingen op het gebied van de woningmarkt en de energietransitie”, zegt Van den Berg. “En daar zijn vakmensen voor nodig.” Op dit moment wordt het die vakmensen in Europa niet makkelijk gemaakt. “Een pot pindakaas kan over elke grens reizen, maar een mens met een mbo-diploma niet”, illustreert ze. “We willen juist dat iedereen kan profiteren van de Europese markt en overal kan werken waar hij of zij wil.
Dat een mbo-diploma niet overal geldig is, komt deels doordat de kwaliteit van opleidingen per lidstaat verschilt. Toch is het beeld niet overal hetzelfde: in sommige grensregio’s accepteren scholen aan weerszijden van de grens elkaars diploma’s.
Volgens Van den Berg is bredere erkenning van mbo-diploma’s haalbaar als landen anders naar opleidingen kijken. “Je moet vooral kijken naar leeruitkomsten: welke skills, kwaliteiten en vaardigheden heeft iemand? En die met elkaar vergelijken.” Minder nadruk op vakkenpakketten, dus, en meer op wat iemand daadwerkelijk kan.
Afstand tot Europa
Van den Berg ziet ook een afstand tussen Europa en het mbo. “Er zijn heel veel internationale talentenprogramma’s, maar die zijn vrijwel allemaal gericht op universitaire studenten. Als mbo-student ervaar je daardoor dat Europa niet met jou bezig is.”
Op het gebied van internationale ervaring lopen mbo’ers achter. Waar ongeveer een kwart van de universitaire studenten tijdens de studie naar het buitenland gaat, ligt dat onder mbo-studenten rond de acht procent. Van den Berg wil daarom dat mbo’ers vaker gebruikmaken van uitwisselingsprogramma’s als Erasmus+, dat ook een tak voor beroepsonderwijs kent maar onder mbo’ers nog weinig wordt benut.
Toch is er al wel een kleine kentering zichtbaar. Sinds mei 2025 mogen Europarlementariërs ook mbo-stagiairs aannemen, nadat het Parlement besloot dat een middelbareschooldiploma volstaat in plaats van toegang tot de universiteit. Voor Van den Berg, die zich daar van begin af aan voor inzette, was dat een eerste concrete stap.
De afstand is er echter nog steeds. Dat is ook te zien in de stembus: uit onderzoek van het Europees Parlement na de verkiezingen van 2024 bleek dat praktisch opgeleiden minder vaak stemmen dan theoretisch opgeleiden.
Vakmensen
Naast erkenning vraagt Van den Berg om geld. Ze wil dat mbo-instellingen toegang krijgen tot het Competitiveness Fund, een nieuw Europees investeringsfonds dat bedoeld is om bedrijven, innovatie en strategische sectoren te versterken. Vakmensen zijn volgens haar cruciaal voor de Europese economie en horen daar dus bij.
En nu? De Commissie komt in het najaar met een voorstel, de ‘Skills Portability Initiative’, met als doel om vaardigheden en diploma’s te digitaliseren en zo makkelijker geldig te maken in de lidstaten. Op deze manier wil de Commissie het duidelijker maken welke kwalificaties iemand heeft en of iemand geschikt is voor een beroep.
Meer nieuws? Ontvang elke ochtend al het nieuws uit Europese nieuws dat van belang is voor Nederland direct in jouw mailbox met een abonnement op De Dagvangst.