Tweede Kamer blijft van links tot rechts verdeeld over digitale euro

De digitale euro raast als een wervelwind door het Nederlandse parlement. Terwijl minister van Financiën Sigrid Kaag op Europese niveau vrolijk meewerkt aan de plannen voor die munt, zijn Nederlandse politieke partijen het verre van eens over het invoeren van de digitale munt.

3 min. leestijd

De digitale euro zorgt al langer voor een verhitte discussie in de Tweede Kamer. Maar hoe verder die discussie zich ontwikkelt, hoe nauwkeuriger de details en de effecten van een mogelijke digitale euro in Den Haag bekeken worden. 

Terwijl de ene partij de digitale euro een uitstekend plan vindt om te zorgen dat iedereen toegang heeft tot financiële middelen, maakt de andere partij zich enorme zorgen over wat de munt betekent voor de privacy van de Nederlandse burger.

Discussie voor spek en bonen?

Minister Kaag werkt al enige tijd met haar Europese collega’s aan de digitale euro en ook koningin Máxima laat op het wereldtoneel vaker weten dat ze het nieuwe betaalmiddel wel ziet zitten. Maar de Tweede Kamer blijft nog even kibbelen, want is zo’n digitale euro wel echt nodig en hoe moet die eruit gaan zien?

Kamerlid Mahir Alkaya (SP) maakt zich vooral zorgen over het waarborgen van democratische processen bij de opstelling van de plannen voor de digitale euro. Volgens Alkaya worden er op Europees niveau al afspraken gemaakt en ligt de digitale euro al op de tekentafel, terwijl het voor nationale parlementen voelt alsof ze niets meer te zeggen hebben.

Minister Kaag liet in een brief aan de Tweede Kamer echter weten dat Nederland de Europese Commissie juist oproept om de EU-lidstaten bij de discussie over de digitale euro te betrekken. In een zogeheten ‘non-paper’, een niet-officieel wensenlijstje, pleit Nederland samen met Frankrijk, Duitsland, Spanje en Italië ervoor om de lidstaten “vroegtijdig” bij de discussie te betrekken. Want dat “is cruciaal om te zorgen voor een passende democratisch basis onder het digitale-europroject”, schrijft Kaag.

Zorgen over privacy

Dan het privacy-vraagstuk. Samen met Kamerlid Eelco Heinen (VVD) diende Alkaya afgelopen zomer een motie in over de digitale euro. Daarin riepen de twee op om de privacy van Nederlanders te beschermen wanneer zij met de digitale euro zouden betalen. Verder willen de twee voorkomen dat de digitale munt “programmeerbaar” wordt. Met andere woorden, het moet niet zo zijn dat overheden of centrale banken kunnen bepalen hoeveel geld iemand mag uitgeven en waaraan die persoon zijn geld uitgeeft.

Partijen zoals de PVV, FvD en JA21 gaan een stapje verder en bekritiseren de digitale euro stevig. Kamerlid Pepijn van Houwelingen (FvD) noemt de plannen voor een Europese digitale munt “gevaarlijk en autoritair” en zelfs “doodeng.” Volgens hem willen overheden met de digitale euro niets minder dan volledige controle over de samenleving krijgen. Kamerlid Steven van Weyenberg (D66), die zelf wel voorstander is van de digitale euro, was duidelijk niet gediend van die opmerkingen. “Stop toch eens met die complottheorieën en met dingen erbij te halen die niet aan de orde zijn”, zei hij. 

In haar brief aan de Tweede Kamer laat minister Kaag eveneens weten dat Nederland, Frankrijk, Duitsland, Spanje en Italië in hun niet-officiële wensenlijstje op één lijn zitten wat betreft het privacy-vraagstuk: de identiteit van partijen die betrokken zijn bij een betaling moet niet onthuld worden aan de centrale bank of aan derde partijen die niet bij de transactie betrokken zijn. Kaag vindt dat een “stap in de goede richting om uitvoering te geven aan de motie Heinen-Alkaya”. Om de privacy bij de digitale euro inderdaad goed te beschermen, schrijft ze.

Het gras is altijd groener bij de buren.
Verken je horizon en ga ook eens vissen in een andere vijver!

Word lid Meer informatie