Het is tijd voor nieuwe idealen. Een nieuw idee, een opstand van de burgers. En als het huidige Europa onbestuurbaar is geworden, dan moeten de structuren veranderen, nieuwe samenwerkingsverbanden. Het klinkt als een pleidooi van de internationale socialisten “Sterft gij oude vormen en gedachten”, maar het is de analyse van Guy Verhofstadt die een boek schreef onder de titel “De opstand van de burger.” De oud-premier van België en voormalig voorzitter van de liberale fractie in het Europees Parlement ging tijdens een druk bezochte avond van Hard Talk Europe in debat met Volt Europarlementariër Anna Strolenberg.
Verhofstadt steekt om te beginnen de hand in eigen boezem. Hij zegt dat het denken in de politiek sinds 1989 is stilgezet. Gemakzuchtig. Na de val van de muur dacht iedereen dat de ideologieën dood en begraven waren. Maar door de luiheid in denken, zoals hij het noemt, kreeg het populisme een kans. “Het verdwijnen van ideologie was het begin van populisme zoals wij dat vandaag de dag kennen.”
“De politiek is in de afgelopen twintig à dertig jaar verworden tot een machine met twee knoppen: regulering en flexibilisering”, trapt Verhofstadt af. Iedereen gaf zich er aan over. De sociaaldemocraten hadden het nog over een derde weg (Tony Blair, Wim Kok maar ook Bill Clinton), maar dat was ook geen oplossing, aldus de vurig sprekende oud-politicus.
“Wat wij toen niet zagen, is dat de middenklasse hun natuurlijke vertegenwoordiger verloor”, vervolgt hij. Wim Kok de toenmalig leider van de PvdA had het zelfs over het afschudden van de ideologische veren. Een grote fout volgens de Vlaming: “Zonder ideologie verdween hun houvast in de samenleving en werden deze kiezers vatbaar voor de angst en afgunst waar het populisme op inspeelt.” Zijn conclusie is dat het tijd wordt voor nieuwe idealen: “Een utopie hebben, is niet slecht. Het geeft hoop en richting.”
Welke richting?
Een Europa met meer samenwerking, meer invloed van de burger en vooral een dapper Europa, dat zijn een aantal van zijn steekwoorden. Samenwerking waarbij niet telkens iemand op de rem gaat staan. “Niet een Europa waarbij de Fransen zeggen ‘nee ons schroefje is beter voor het vliegtuig’ en de Duitsers zeggen ‘onze cockpit is het beste’ en het resultaat is dat er geen vliegtuig komt.” Hij wil een samenwerking van landen die echt willen. De regeringsleiders proberen nu vooral hun nationale wensenlijstje door te drukken tijdens de Europese Top. Het Parlement is een mak lammetje liet en laat dat allemaal gebeuren. “Je schrijft een rapport en wat gebeurt daar dan mee? Dat vind ik na twee jaar in het Europees Parlement een deceptie”, beschrijft Strolenberg later op de avond. Verhofstadt antwoordt lachend: “Ach ja, ik heb er vijftien jaar over gedaan om dat te voelen.”
De voormalig liberale Europarlementariër heeft ooit gedreigd in het Europees Parlement de begroting af te keuren als daad van verzet. Is dat het sterkste wapen? “Het enige”, verbetert hij. Maar in de praktijk maken de Europarlementariërs daar geen gebruik van. De EU durft niet te vernieuwen. “Iets dat niet evolueert, gaat dood”, waarschuwt Verhofstadt. “En de liberale democratie gaat dood, omdat ze niet ontwikkelt.”
Zijn er oplossingen?
Volgens Verhofstadt wel. Wat hem betreft heeft de Europese Unie lang genoeg aangemodderd. Hij pleit onder andere voor een herverdeling van kapitaal door alle werknemers van aandelenopties te voorzien, meer referenda en beter datamanagement. “Data is de nieuwe olie”, verklaarde hij. “We produceren ontzettend veel, maar geven dat zo, hup, aan de overkant van de Atlantische Oceaan. Wij maken de data, zij de winst.”
Ook Volt-Europarlementariër Strolenberg zou het monopolie van Tech giganten zoals Google en Meta liever vandaag dan morgen doorbreken. Ook wil ze bouwen aan een Europese defensiegemeenschap. Waar Verhofstadt kritisch is op de uitvoerbaarheid daarvan, ziet Strolenberg een stappenplan voor zich. “We moeten de NAVO Europeaniseren, gezamenlijk inkopen en zorgen dat de Unie minder afhankelijk wordt”, vertelt ze. “Tegelijkertijd kunnen we in een kopgroep met landen als Luxemburg, Frankrijk en Duitsland vooruitwerken en het goede voorbeeld geven.”
Daadkracht dus. “We willen geen openluchtmuseum worden”, zegt Strolenberg. Toch lukt het Europa volgens haar niet om dat te leveren. Het Europees Parlement blijft een verzameling van nationale delegaties. “We hebben verkozen Europese vertegenwoordigers en een Europese regering nodig om zeggenschap te krijgen.” Verhofstadt wil verder democratische vernieuwingen om de kiezer meer inspraak te geven. Een Europese verkiezing, waarbij je niet voor een partij maar direct voor een vertegenwoordiger kiest. Die kan Nederlands, maar ook Roemeens zijn. Eveneens moet het Europees Parlement volgens beiden meer zeggenschap krijgen, bijvoorbeeld door middel van initiatiefrecht. Verhofstadt zou graag, naar Zwitsers voorbeeld, meermaals per jaar een referendum invoeren voor dagelijkse beleidszaken. “De grootste weerstand daartegen komt van de politieke klasse zelf”, ziet hij. “Zij vinden mensen paradoxaal slim genoeg om voor hun te kiezen, maar niet om zelf het beleid te bepalen.” Strolenberg ziet daarentegen meer toekomst in bindende burgerberaden: “Je bent dan niet afhankelijk van de opkomst.