Onder de Parasol | Ilja Leonard Pfeiffer waarschuwt voor extreemrechts en ziet Europa als baken van hoop

In de zomerse rubriek Onder de Parasol tipt de redactie boeken met een Europese link. Redacteur Ole Spoek las over donkere wolken die zich samenpakken boven Europa en de Verenigde Staten. In zijn boek ‘Absolute democratie’ waarschuwt Ilja Leonard Pfeiffer voor de sluipende ondergang van de democratie in Europa. Een oplossing heeft hij niet.

4 min. leestijd
Ilja Leonard Pfeiffer naast zijn boek. (Foto: Serge Ligtenberg en Singel Uitgeverijen).

Absolute democratie is de benaming die schrijver Ilja Leonard Pfeiffer geeft aan de donkere wolken die zich boven Europa en de Verenigde Staten samenpakken. De absolute democratie is een recent alternatief voor de constitutionele democratie – volgens Pfeiffer eigenlijk een pleonasme – waarin de regering al decennialang wordt begrensd door checks and balances, zoals in Nederland de rechterlijke macht, de Raad van State of de pers.

In de absolute democratie geldt een winner-takes-all-principe: de leider die de verkiezing wint, gebruikt dat mandaat als een legitimering om de inperking van zijn of haar macht af te breken, legt Pfeiffer uit. Zoals de Amerikaanse president Donald Trump, die bij iedere rechterlijke tik op de vingers in de tegenaanval gaat omdat hij als gekozen volksvertegenwoordiger niet ingeperkt zou moeten worden door een ongekozen rechter. “Het volk heeft het recht gehad om zijn eigen dictator te kiezen.”

Mussolini en Hitler

Twee jaar lang verschenen de tweewekelijkse essays of ‘kronieken’ van Pfeiffer in de Vlaamse krant De Morgen, waarin hij waarschuwt voor hoe politici als de Italiaanse Giorgia Meloni, de Nederlandse Geert Wilders en de Hongaarse Viktor Orbán eenmaal aan de macht meer kapot maken dan ons lief is, en waarschuwt voor erger. “Mussolini of Adolf Hitler is ook ooit op een democratisch gelegitimeerde manier aan de macht gekomen.”

Absolute democratie is een bundeling van die essays, en naar eigen zeggen deel twee van zijn in 2023 verschenen roman Alkibiades. In dit boek over de gelijknamige Atheense generaal trekt hij parallellen tussen de teloorgang van de Atheense democratie en die in Europa. Ook Absolute democratie moet inzicht geven in die teloorgang, maar is een toegankelijker boek.

Pfeiffer wijst niet de weg

Pfeiffer schrijft goed. “Ik kan toevallig een beetje schrijven”, zegt hij daar zelf over. Toch is zijn gezwollen taalgebruik in de wij-vorm ook wat overdadig: sommige zinnen moet je twee of drie keer lezen om alle dure woorden te begrijpen. Pfeiffer biedt bovendien weliswaar scherpe, maar weinig nieuwe inzichten. Alles is raak, zelden hoor je iets voor het eerst.

Op de achterflap staat dat dit boek de routekaart naar een betere toekomst ontvouwt. Na het lezen blijkt dat een loze belofte te zijn. Pfeiffer wil mensen aan het denken zetten en zo het afglijden naar de absolute democratie een halt toeroepen. Maar hoewel zijn essays absoluut alarmerend zijn, biedt hij weinig hoop of alternatieven, laat staan een uitgestippeld pad. Verder dan accurate maatschappijkritiek in een literair jasje reikt het boek dan ook niet.

Gemakkelijk

Pfeiffer is niet bang om grote stellingen te poneren. Zo betoogt hij in het vierde essay dat uitsluiting van rechts-extremistische partijen en politici de meest effectieve manier is om ze onschadelijk te maken. Daarom moeten middenpartijen er volgens hem voor waken dat het zogeheten cordon sanitaire wordt opgeheven. “Deze geleidelijke normalisering van extreme opvattingen onder invloed van klassieke middenpartijen die in de richting van de extremisten opschuiven omdat zij denken dat daar electorale winst te behalen valt, is het grootste gevaar voor de democratie en de rechtsstaat.” Deze stelligheid mag, zeker als essayist, en maakt de kronieken lekker om te lezen.

Toch oogt het soms wat gemakkelijk om dergelijke stellingen als feiten te presenteren, vooral als onderbouwing ontbreekt. Eerder in hetzelfde hoofdstuk schrijft hij: “Zolang de extremisten worden uitgesloten, zijn er substantiële aantallen potentiële kiezers die toch maar op iemand anders stemmen, omdat zij het idee hebben dat een stem op iemand die nooit zal kunnen regeren een weggegooide stem is.” Politicologen leren echter al in het eerste jaar van hun opleiding dat je dergelijke uitspraken niet zonder onderbouwing mag neerpennen.

De kracht van Europa

Welke rol heeft Pfeiffer voor de Europese Unie in gedachte in de strijd tegen extreemrechts? Daarvoor verwijst hij naar een peiling van Portland Communications-bureau onder Italiaanse kiezers. Daaruit bleek dat 26 procent van hen de neofascistische partij Fratelli d’Italia van de huidige Italiaanse premier Giorgia Meloni steunde tijdens de parlementsverkiezingen van 2022. Anderhalf jaar later was dat percentage toegenomen tot 28 procent.

De peiling liet nog iets anders zien: maar liefst 42 procent van de Italianen – het hoogste percentage in heel Europa – vindt dat de Europese Unie meer invloed zou moeten hebben op wat er in Italië gebeurt. “Kennelijk is het zo dat de directe ervaring met een extreemrechtse regering weliswaar niet heeft geleid tot verminderde steun aan extreemrechts, maar wel tot het besef van de noodzaak van de rechtsstatelijke garanties die Europa biedt”, schrijft Pfeiffer.

“De conclusie is dat Europa als een baken van hoop en zekerheid wordt gezien zodra de rechtsstaat onder vuur komt te liggen. Laat dat de kracht zijn van Europa. Laat dat haar toekomst zijn en haar rol in de wereld.”