Column Cijfers en Feiten | Europa wil armoede bestrijden, maar heeft nauwelijks bevoegdheden

De Europese Commissie presenteerde een strategie om armoede terug te dringen. Oud-SER-hoofdeconoom Marko Bos duikt in de cijfers en constateert dat de EU weinig bevoegdheden heeft.

3 min. leestijd
Armoede aanpakken in Europa op straat in Groningen.
Groningen. (Foto: iStock)

Maar liefst één op de vijf EU-burgers loopt het risico van armoede en/of sociale uitsluiting. Van die 93 miljoen mensen zijn er 19 miljoen kinderen.  De EU heeft zich in 2021 ten doel gesteld om de groep mensen die in armoede verkeren met ten minste 15 miljoen – waarvan 5 miljoen kinderen – terug te dringen. Vorig jaar waren 3,5 miljoen mensen minder onderhevig aan armoede dan in 2019 het geval was.

Armoede komt in alle lidstaten voor, maar niet in gelijke mate. De grafiek laat zien dat het risico op armoede of sociale uitsluiting het meest manifest is in Bulgarije, Griekenland en Roemenië. In Tsjechië is het deel van de bevolking dat in armoede moet leven juist het laagst binnen de EU.

Bron: Eurostat.

Armoede is deels een relatief begrip. Een van de indicatoren is of iemand minder dan 60 procent van het mediane (middelste) beschikbare inkomen in het eigen land heeft. Een arme in Nederland beschikt waarschijnlijk over een hoger inkomen dan een arme Griek of Bulgaar. Maar wat velen waarschijnlijk gemeen hebben is een zeker onvermogen om zich aan hun armoedige omstandigheden te onttrekken. En dat is vooral voor kinderen schrijnend.

Bevoegdheid

Armoede verdwijnt niet vanzelf. Afgelopen week heeft de Europese Commissie voor het eerst een strategie neergelegd om armoede en sociale uitsluiting terug te dringen. De uitvoering ervan vergt vooral de inzet van anderen: centrale en decentrale overheden in de lidstaten, sociale partners en maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven, en natuurlijk ook de betrokkenen zelf. De Europese Unie beschikt op dit vlak niet echt over bevoegdheden en maar beperkt over instrumenten. 

Een financieel instrument zijn de structuurfondsen, in het bijzonder het Europees Sociaal Fonds (ESF). Voor de komende MFK-periode (de begroting) stelt de Commissie voor om ten minste 14 procent van de middelen die vallen onder de nationale en regionale partnerschapsplannen (NRPP’s, voor onder meer landbouw en cohesie) te reserveren voor sociale doeleinden, waaronder armoedebestrijding.

Aandacht vragen

Verder is de EU vooral aangewezen op het formuleren van aanbevelingen. Als het even kan, een aanbeveling van de Raad aan de lidstaten. De Commissie doet nu een voorstel voor een Raadsaanbeveling inzake bestrijding van uitsluiting bij huisvesting, onder andere om dakloosheid tegen te gaan. In andere gevallen doet de Commissie zelf de aanbeveling of de oproep – zoals nu aan de lidstaten om op het hoogste politieke niveau een anti-armoedecoördinator in te stellen. En in het kader van het Europees Semester (de beoordeling van de nationale begrotingen door Brussel) zal de Commissie aandacht van de lidstaten blijven vragen voor een effectief terugdringen van armoede.