CDA’er Ingeborg ter Laak na geheime EU-missie in Syrië: ‘Het moet nú gebeuren voor dit land’

Syrië ligt in puin, maar heeft sinds de val van het regime van Assad haar toekomst weer in eigen handen. 24 jaar lang hield het regime het land in een ijzeren greep en nam meer dan 600.000 levens. Ingeborg ter Laak bezocht het land namens de EU, en ziet dat de hoop op een toekomst voor Syrië leeft: “Dit is hét moment om een stabiel land te bouwen.”

9 min. leestijd
Premium
CDA-Europarlementariër Ingeborg ter Laak tijdens een debat in het Europees Parlement. (Foto: Europees Parlement).

Onder strikte geheimhouding reisde Europarlementariër Ingeborg ter Laak (CDA) voor een EU-missie af naar Syrië. Het is de eerste keer sinds de val van het regime van Bashar al-Assad, in december vorig jaar, dat de Europese Unie voet zet op Syrische bodem. Eigenlijk had er direct na Assad’s val een Europese delegatie moeten afreizen, maar een diplomatieke missie naar Syrië is gevaarlijk en vereist een zorgvuldige voorbereiding. 

Het doel van de missie: kennismaken met het interim-regime dat een einde maakte aan het Assad-tijdperk. De familie Assad heerste meer dan vijftig jaar over Syrië, dat inmiddels tien maanden bevrijd is van de onderdrukking. Ter Laak bezocht het land namens de EU om te zien hoe Syrië er voor staat, en om te kijken hoe Europa kan helpen om het land op te bouwen en de diplomatieke relatie te herstellen. Ze is inmiddels veilig terug in Brussel en sprak de Brusselse Nieuwe over wat ze heeft gezien in een land dat uit de as probeert te herrijzen. 

Hoe staat Syrië er voor?

“Er moet ontzettend veel gebeuren, op alle vlakken. Zó veel dat ik me soms afvraag of het überhaupt mogelijk is om dit land op te bouwen. Ik werd rondgeleid door Yarmouk, een wijk in Damascus die midden in de frontlinie lag. Voor de oorlog woonden er meer dan een miljoen mensen in de wijk, die groter was dan Den Haag. Nu staat daar geen gebouw meer overeind. De verwoesting is enorm.”

“Het zijn grote uitdagingen om de huizen op te bouwen en weer water en elektriciteit aan te sluiten. Maar de wijk is onlangs mijnenvrij verklaard. De VN leidden Syriërs op om zelf bommen te ontmantelen, en als je die mensen belt komen ze ook daadwerkelijk opdagen. Dat zijn stapjes in de goede richting.”

Scholen en winkels gaan weer open, dus mensen zien vooruitgang

Heb je ook met burgers gepraat?

“Ja, in Yarmouk heb ik mensen ontmoet die tijdens de oorlog zijn gevlucht en nu zijn teruggekomen. We spraken over hoe het is om weer ‘thuis’ te zijn. Hoe ga je je huis opbouwen? Een inkomen krijgen? Je kinderen naar school krijgen, en waar is die school dan?”

Zijn die mensen hoopvol?

“Jawel. Je merkt aan iedereen op straat dat ze aan de slag willen om hun land op te bouwen. Er is een hele goede bodem voor verandering. Scholen en winkels gaan weer open, dus mensen zien vooruitgang. Voor sommigen gaat die vooruitgang misschien niet snel genoeg, maar de mensen die ik sprak zijn zeker positief.”

Ter Laak is even stil. Dan zegt ze zelfverzekerd: “Ik ben ervan overtuigd dat dit het moment is om een stabiel land op te bouwen, het moet nu gebeuren. Syrië bestaat uit heel veel verschillende stammen en bevolkingsgroepen. Als je na vijftig jaar dictatuur een inclusieve samenleving wil waar iedereen bij betrokken is, is nu het moment om dat zaadje te planten.”

Je sprak ook met Hind Kabawat, de enige vrouwelijke minister in Syrië.

“Wat een krachtige vrouw is zij. Als minister van Sociale Zaken kan ze ook echt veel betekenen voor de hervormingen in haar land. En ze steekt haar nek uit voor de positie van vrouwen. We spraken over de vertegenwoordiging van vrouwen in de politiek en hoe Europa daarbij kan helpen, maar ook over het opbouwen van een maatschappelijk middenveld zodat vrouwen de kans krijgen zich te ontwikkelen. Ik ben heel blij dat we bij haar langs zijn gegaan, want ze verdient onze steun.”

Welke steun?

“Nou, zonder Westerse steun was zij nooit minister geweest. Ze zei nadrukkelijk dat het zonder de hulp van Westerse organisaties onmogelijk was geweest om al die tijd haar werk te blijven doen.”

Je zei dat Syrië erg verdeeld is. Er wonen verschillende minderheden in het land, zoals de Druzen, de Bedoeïenen, de Alawieten en de Koerden. Krijgen al die groepen een kans in het nieuwe Syrië?

“Onder Kabawat wel. Zij is anders dan de andere ministers – behoorlijk modern en progressief –  maar ze laat de Syriërs zien dat mensen met verschillende overtuigingen samen moeten werken om het land vooruit te helpen.”

Is ze alleen een symbool voor anderen?

“Absoluut niet. Ze is ontzettend daadkrachtig.”

Ingeborg ter Laak: ‘Ik heb Al-Sharaa zelf niet gesproken, maar ik heb de indruk dat zijn intenties echt wel goed zijn. ‘

Dialoog

Eind november organiseert de Europese Unie een nationaal dialoog in Syrië, waar ook Kabawat aanwezig zal zijn. Ter Laak benadrukt het belang van zo een dialoog, want “men moet met elkaar in gesprek.” Om het land verder te krijgen moet er gepraat worden, en daarbij moet je alle bevolkingsgroepen betrekken. Ter Laak is dan ook blij dat de EU kan helpen om de dialoog te faciliteren en verder te tillen. Daarnaast vervult Europa volgens haar een voorbeeldfunctie door te laten zien hoe je een land kan opbouwen na een oorlog en hoe verschillende etniciteit, religies en culturen vreedzaam naast elkaar kunnen leven.

Is de vijandelijkheid tussen de Syrische minderheden niet te groot?

“Er zijn inderdaad spanningen tussen bevolkingsgroepen, en ook uitingen van geweld. Hele generaties zijn opgevoed met ‘jij bent niet van mijn groep, dus jij bent de vijand’. Daarom moeten mensen met elkaar praten, omdat je daarmee de haat kan wegnemen. En je moet bijvoorbeeld scholen bouwen waar kinderen van alle groepen naartoe kunnen.”

Zijn er andere rollen weggelegd voor de Europese Unie om te helpen bij de opbouw van Syrië?

“Tijdens mijn bezoek kreeg ik veelvuldig de oproep om haast te maken met het opheffen van de Europese sancties tegen Syrië. De EU besloot deze zomer tot het intrekken van de sancties, in navolging van de Verenigde Staten, maar dat besluit is nog niet in de praktijk doorgevoerd. Dat kost tijd.”

“Hoewel er genoeg buitenlandse bedrijven zijn die willen investeren, mogen die nog niets doen. En dat is lastig voor Syrië, dat economisch op zijn gat ligt en buitenlandse investeringen keihard nodig heeft. Assad verdiende heel veel geld met drugshandel, maar dat heeft het nieuwe regime stopgezet. Daarom zijn ze dringend op zoek naar nieuwe inkomsten voor de opbouw van hun land. Ze hebben het geld nu nodig.”

Wie is Ingeborg ter Laak?
Ingeborg ter Laak (1973) is Europarlementariër voor het CDA en sinds 2024 actief in Brussel, waar ze zich richt op zorg, migratie en sociale thema’s. Daarvoor was ze zes jaar wethouder in Zoetermeer, met portefeuilles als zorg, verkeer en asiel, en eerder fractievoorzitter in de gemeenteraad. Ze studeerde bestuurskunde in Nijmegen en Tanzania, werkte bij Defensie en als directeur in de ouderenzorg. Als wethouder startte ze een brede alliantie tegen eenzaamheid, waar inmiddels meer dan honderd organisaties aan deelnemen.

Al-Sharaa, de zelfbenoemde interim-president van het land, is hoofd van de Hayat Tahrir al-Sham (HTS). HTS is van origine een terroristische organisatie, en zowel Al-Sharaa als de HTS stonden tot voor kort op de sanctielijst van de VN. Is dat een probleem?

“We moeten waakzaam zijn. Ik heb Al-Sharaa zelf niet gesproken, maar ik heb de indruk dat zijn intenties echt wel goed zijn. Tegelijkertijd was de HTS inderdaad een terroristische groep met een hele duidelijke ideologie, en ik geloof niet dat die hele groep zijn ideologische veren kwijt is. Dus, blijf waakzaam en blijf in contact met hem, dan kan je het volgen.

Heeft de EU contact met Al-Sharaa?

“Ursula von der Leyen heeft hem gesproken tijdens de algemene vergadering van de VN in New York. En ik heb ministers gesproken die zijn regering vertegenwoordigen. We moeten niet vergeten dat dit de eerste EU-missie naar Syrië was in heel lange tijd, dus er is nog veel werk te doen.”

Op dit moment heerst in veel delen van de wereld onrust. Dreigt Syrië niet te worden ondergesneeuwd door conflicten in bijvoorbeeld Palestina, Oekraïne of Sudan, en aan de Europese aandacht te ontsnappen?

“Het is wel druk ja, als je het allemaal zo zegt. Maar Europa kan het zich niet veroorloven om het ene conflict boven het andere te verkiezen. We hebben een groot belang bij stabiliteit in alle landen om ons heen. Dat geldt voor Syrië, maar ook voor Libanon, Gaza, Somalië, Tanzania, Congo en Oekraïne. Je wil niet dat er armoede heerst in die landen, want het helpt de EU als we handel kunnen drijven met landen waar rust heerst.”

Dus die stabiliteit is vooral van economisch belang voor de EU?

“En voor onze veiligheid. Daarnaast wonen er in Europa en ook in Nederland veel mensen met bijvoorbeeld Syrische roots, die affiniteit hebben met hun land. De belangen zijn groot, dus je wil niet dat het daar onrustig is.”

Het moet daar veilig zijn, anders kunnen mensen niet terug

Officieel is het niet uw domein, maar de Nederlandse overheid wil dat Syriërs weer teruggaan naar hun land. Kunnen die mensen wel veilig terug?

“Dat vind ik lastig. Ik ben alleen in Damascus geweest en Syrië is ontzettend groot. Veel van de mensen die naar Europa zijn gevlucht zijn hoogopgeleid, en binnen de overheid willen ze die mensen graag terug om bij te dragen aan het land. Maar, zeggen ze, het moet wel veilig zijn. En deze mensen moeten ook ergens kunnen wonen. Vaak komen deze mensen terug naar hun huizen waar nu andere gezinnen in wonen. Van wie is het huis dan?”

De overheid overweegt ook om Syriërs verplicht terug te sturen nu het land veilig wordt geacht.

“Dat is aan de Nederlandse overheid.”

Ik vraag het u omdat u in Syrië bent geweest en hebt gezien hoe het land ervoor staat.

“Het moet daar veilig zijn, anders kunnen mensen niet terug. En als mensen die zijn gevlucht willen terugkeren, moet Nederland dat mogelijk maken. Maar dat is Nederlands beleid en was niet het doel van mijn missie.”

Ik wil afsluiten met het sentiment dat u heeft overgehouden aan de missie. Bent u hoopvol voor Syrië, of zijn de bergen die moeten worden verzet te groot?

“Allebei. Er moet echt heel veel gebeuren, maar de mensen daar hebben de beste wil om dat waar te maken. Dat maakt mij hoopvol en ik zie nu momentum. Maar we moeten niet verwachten dat het morgen klaar is.”

Dus het moet nu gebeuren, maar we moeten ook geduld hebben?

“Precies. De blauwdruk voor het toekomstige Syrië moet nu worden gemaakt. Daarna is er tijd nodig om die fundamenten uit te bouwen.”

Dit interview verscheen eerder in de Nieuwsbrief Democratie en Rechtsorde. Elke twee weken schrijft Yves Lacroix verdiepende verhalen over verkiezingen, de rechtsstaat en mensenrechten. Wil je deze exclusieve verhalen ook rechtstreeks ontvangen in jouw mailbox? Abonneer je dan nu voor deze nieuwsbrief.