Brusselse Nieuwe maakt de balans op | Na jaren van plannen moet Europese defensie in 2026 leveren

Het jaar zit erop. Brusselse Nieuwe maakt de balans op van 2025 en kijkt vooruit naar 2026. In dit artikel: de Europese defensieindustrie. 2026 wordt het jaar van de waarheid.

5 min. leestijd
Nederlandse militairen. (Foto: iStock).

Dit artikel komt uit de Nieuwsbrief Defensie en Veiligheid en krijg je cadeau van Yves Lacroix. Wil je meer van dit soort artikelen? Abonneer je dan nu.

“Europa leeft niet langer in vrede.” Met die woorden maakte NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte afgelopen jaar duidelijk dat Europeanen zich moeten voorbereiden op een periode van oorlogsdreiging. De uitspraak onderstreept de urgentie die ook in Brusselse vergaderzalen wordt gevoeld. Daar klinkt inmiddels breed dezelfde diagnose: de Europese defensie is niet op orde.

Afgelopen jaar stond daarom in het teken van vergaderingen, roadmaps en beleidsdocumenten. In 2026 wil de Europese Unie overgaan tot actie. In de eerste maanden moet duidelijk worden welke lidstaten samen optrekken en binnen zes maanden moeten de eerste gezamenlijke defensieprojecten van start gaan. Dat is althans de planning van de Europese Commissie.

De urgentie is niet abstract. De oorlog in Oekraïne, uitgeputte voorraden en een defensie-industrie die moeite heeft om op te schalen, hebben blootgelegd hoe kwetsbaar Europa is. De vraag voor 2026 is dan ook niet óf de EU haar defensie op orde moet brengen, maar of zij dat dit keer daadwerkelijk weet te doen.

Oorlog in Oekraïne

Dat de Europese defensie-industrie tekortschiet, werd eens te meer duidelijk door de oorlog in Oekraïne. De snelle uitputting van voorraden en de afhankelijkheid van niet-Europese leveranciers hebben duidelijk gemaakt dat de EU niet goed genoeg voorbereid is op een grootschalige oorlog. Zo beloofde de EU binnen één jaar 1 miljoen artilleriegranaten aan Oekraïne te leveren, maar al snel bleek dat doel onhaalbaar. Europese wapenfabrieken konden de productie niet voldoende opschalen.

Ook het aanvullen van de eigen voorraden blijkt lastig. Tanks, voertuigen en ander materieel gingen richting Oekraïne, in de veronderstelling dat vervanging relatief snel mogelijk zou zijn. In de praktijk kampen lidstaten met lange levertijden en beperkte industriële capaciteit. Wat jarenlang als vanzelfsprekend gold, blijkt dat niet meer te zijn.

Bovendien staat de relatie met de belangrijkste bondgenoot van de EU onder druk. De Amerikaanse president Donald Trump zinspeelde er herhaaldelijk op dat de Verenigde Staten NAVO-bondgenoten die onvoldoende aan defensie uitgeven mogelijk niet langer zouden beschermen bij een aanval. Juist omdat de VS beschikt over cruciale capaciteiten die Europa zelf nauwelijks heeft, zoals strategisch transport en hoogwaardige inlichtingen, is die afhankelijkheid problematisch.

Wat ontbreekt Europa?

Volgens de Europese Commissie gaat het om tekorten in lucht- en raketverdediging, munitie en artillerie, drones en anti-dronesystemen, transportvliegtuigen, inlichtingen en verkenning, cyber en elektronische oorlogsvoering, en logistieke ondersteuning. Een behoorlijke lijst dus.

Deze tekortkomingen raken niet alleen individuele lidstaten, maar beperken ook het vermogen van de EU om gezamenlijk op te treden. Zonder eigen inlichtingen is Europa afhankelijk van bondgenoten; zonder voldoende transportcapaciteit kunnen troepen niet snel worden verplaatst. Sommige lidstaten huren zelfs tijdelijk transportvliegtuigen in om militaire verplaatsingen mogelijk te maken.

Met het Readiness 2030-plan wil de EU deze structurele zwaktes aanpakken via gezamenlijke planning, coördinatie en investeringen. Samen optrekken moet schaalvoordelen opleveren en versnippering tegengaan; een hardnekkig probleem in de Europese defensiesamenwerking.

Op de planning

Een eerste concrete mijlpaal in 2026 is de oprichting van zogenoemde Capability Coalitions. Dat zijn samenwerkingsverbanden van lidstaten rond één specifiek capaciteitsgebied, zoals drones, munitieproductie of luchtverdediging. Elke coalitie krijgt een leidend land en moet een plan opstellen om richting 2030 meetbare doelen te behalen. Volgens de planning moeten deze coalities uiterlijk in het eerste kwartaal van 2026 operationeel zijn.

Hoe de coalities er precies uit gaan zien, is nog niet uitgewerkt. Wel ligt het voor de hand dat lidstaten zich aansluiten bij thema’s die aansluiten bij hun eigen industriële sterktes. Nederland profileert zich de afgelopen maanden nadrukkelijk op militaire technologie en drones, wat samenwerking op dat terrein aannemelijk maakt.

Niet veel later moet een tweede stap volgen: het systematisch verzamelen van gegevens over de Europese defensie-industrie. Met steun van de Europese Commissie moet duidelijk worden wat bedrijven daadwerkelijk kunnen produceren, waar knelpunten zitten en hoe de productie opgeschaald kan worden. Pas daarna kunnen concrete projecten worden gestart, die volgens de planning in de eerste helft van 2026 van de grond moeten komen.

De vraag is wel hoe realistisch dit tijdpad is. Eerdere Europese defensie-initiatieven liepen vast op trage besluitvorming, nationale belangen en financieringsdiscussies. Of lidstaten ook bereid zijn harde keuzes te maken zodra het om geld, industrie en strategische autonomie gaat, moet nog blijken.

Geen eindpunt, maar begin

De Commissie benadrukt dat 2026 geen eindpunt is, maar een startfase. Als de Capability Coalitions functioneren, de industriële capaciteit helder in beeld is en projecten daadwerkelijk worden uitgevoerd, moet tegen 2030 een stevigere Europese defensiebasis zijn gelegd. Dat zou de EU in staat stellen sneller te reageren op crises en minder afhankelijk te zijn van externe partners.

Het Nederlandse kabinet steunt de plannen van de Europese Commissie in grote lijnen. Den Haag erkent dat Europese krijgsmachten onvoldoende zijn voorbereid en dat versnelling nodig is. Wel hamert het kabinet op eenvoud: bestaande Europese instanties moeten het werk doen, nieuwe structuren zijn volgens Nederland onwenselijk.

De komende jaren zullen moeten uitwijzen of 2026 daadwerkelijk het jaar wordt waarin Europa zijn defensie op orde begint te brengen, of opnieuw blijft steken in plannen en goede bedoelingen.

Nieuwsgierig hoe de Europese defensieplannen in 2026 worden uitgevoerd? Abonneer je dan nu op de Nieuwsbrief Veiligheid en Defensie. Daarin praat Yves Lacroix je elke twee weken bij over de laatste ontwikkelingen met exclusieve verdiepende verhalen, achtergronden en interviews.