Handel, diplomatie en hulp: de EU zet haar hele buitenlandbeleid in bij de VN

De wereldorde wankelt en de Verenigde Staten schrapten miljarden euro’s aan hulp. Bij de VN liet de EU zien welke instrumenten ze nog in handen heeft.

4 min. leestijd
V.l.n.r.: Kaja Kallas, Ursula von der Leyen, António Costa en António Guterres. (Foto: Europese Commissie).

Veel wereldleiders waren vorige week in New York voor de jaarlijkse Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (VN). Ook de EU was nadrukkelijk aanwezig. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen, EU-buitenlandchef Kaja Kallas en voorzitter van de Europese Raad António Costa reisden mee, samen met verschillende Eurocommissarissen.

Het VN-stelsel, gebouwd op de fundamenten van vrede, recht en internationale samenwerking, wankelt. Gewapende conflicten duren voort, het internationale recht brokkelt af, grootmachten raken van elkaar verwijderd en de aarde warmt steeds sneller op.

De vraag is of het Europese buitenlandbeleid al die uitdagingen aankan. Zowel de VN als de EU zijn na de Tweede Wereldoorlog opgericht. Het idee erachter: samenwerking en het voorkomen van oorlog vormen de basis voor vrede en stabiliteit. In de huidige wereld staat dat stelsel steeds meer onder druk.

Wordt het een wereld van meer zogeheten ‘hard power’: militaire macht en strijd? Of blijft er ruimte voor ‘soft power’: invloed via diplomatie en partnerschappen? In New York had het EU-team in ieder geval de handen vol.

Rolverdeling

Europa heeft geen ministerie van Buitenlandse Zaken, het ligt iets complexer en de sturing is verdeeld over meerdere spelers.

De Europese Commissie beschikt over een breed scala aan instrumenten voor internationale samenwerking. Honderden EU-ambtenaren werken binnen departementen als DG ENEST, DG INTPA, DG MENA, DG ECHO en FPI. Namen die niet meteen tot de verbeelding spreken, maar het zijn ‘ministeries’ met taken die de hele wereld bestrijken, met duizenden programma’s in hun beheer. Van uitbreidingssteun en economische afspraken met voorwaarden, tot migratiebeheer en humanitaire hulp.

En dan is er de EU-buitenlanddienst (EEAS), met Kallas aan het hoofd. Oud-minister Ollongren werd daar deze zomer benoemd tot de hoogste ambtenaar. Die dienst bestaat sinds 2011 en geeft richting aan diplomatie, coördinatie en veiligheidsbeleid. Kallas zit ook de vergadering van de EU-ministers van Buitenlandse Zaken voor. Daarnaast organiseert de EEAS samen met lidstaten de EU-missies, waar Nederland ook aan meedoet. Bij de Rode Zee lopen bijvoorbeeld twee militaire operaties om de scheepvaart te beschermen. 

De EEAS is een aparte dienst, maar Kallas is wel weer vicevoorzitter van de Europese Commissie. De twee werken dan ook dagelijks samen, op allerlei niveaus. Ook de ambtenaren in de 145 EU-ambassades wereldwijd vallen onder dezelfde paraplu. Per regio zet de EU verschillende instrumenten in, zoals in Oekraïne, Moldavië, of Djibouti.  

Van Rusland tot Libanon

Von der Leyen sprak in New York over het belang van partners in deze verdeelde wereld. “De EU heeft inmiddels 80 handelsakkoorden met partners en we breiden deze uit.” Kallas riep op tot meer druk op Rusland om de oorlog te beëindigen. Ook benadrukte ze dat er meer schepen nodig zijn in de Rode Zee. De EU schaarde zich daarnaast nadrukkelijk achter de tweestatenoplossing: een Palestijnse staat naast Israël. Costa verwees daar in zijn toespraak ook naar.

Eurocommissaris voor Internationale Partnerschappen Jozef Síkela, die onder meer over Afrika gaat, presenteerde daarnaast het Initiatief voor groene obligaties. Obligaties zijn leningen die beleggers verstrekken. Met een investering van 1 miljard euro moet het initiatief 20 miljard euro losmaken voor groene infrastructuur. Het valt onder Global Gateway, het EU-programma voor investeringen buiten Europa. Samen met lidstaten, waaronder Nederland, banken en bedrijven wil de EU daarmee wereldwijd meer dan 400 miljard euro in duurzame projecten steken.

Ook Eurocommissaris Dubravka Šuica sprak in New York met partners over het Mediterrane Pact en samenwerking tussen Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten voor onder meer economie en migratie. Ook lanceerde ze samen met de VN projecten voor herstel van Gaza. Met Kallas kondigde ze een steunpakket voor Libanon aan van circa 500 miljoen euro, met als doel een stabiel Libanon voor vrede in de regio.  

Hoe nu verder?

Het Europese buitenlandstelsel ligt momenteel wel onder een vergrootglas. Europa bekijkt of het anders moet worden ingericht en of het efficiënter kan om zich beter gereed te maken voor de komende decennia. 

In de tussentijd gaat het werk door. De duizenden programma’s zijn gekoppeld aan metingen en voortgangscriteria, ook al is vriendschap soms lastig te meten. Het internationale deel van de EU-begroting is grofweg acht procent, zonder de steun aan Oekraïne en zonder militaire uitgaven. De totale EU-begroting is kleiner dan twee procent van het bruto nationaal inkomen (BNI) van de lidstaten.

In de nieuwe zevenjarige begroting wil de EU dat internationale deel versterken, flexibeler inzetten en eenvoudiger beheren. Terwijl de Verenigde Staten de afgelopen jaren miljarden aan bijdragen voor ontwikkelingsagentschap USAID en de VN schrapten, geeft de EU de moed in ieder geval niet op.