Elk jaar schrijft de Europese Commissie een ‘staat van de Europese rechtsstaat’, over alle lidstaten. Het rapport heeft Nederlandse wortels: Europarlementariër Sophie in ’t Veld (D66) pleitte Parlement tien jaar geleden voor een jaarlijkse doorlichting van alle lidstaten. Hoofdsteden leveren daarvoor elk jaar schriftelijke input en de Commissie voerde honderden gesprekken met overheden, toezichthouders en ngo’s.
Het beruchte Nederlandse vingertje naar andere landen kan dit keer op het kabinet zelf worden gericht. Waar gaat de kritiek over: lobbytransparantie. De Europese Commissie zelf en ook het Europees Parlement hebben een ‘transparantieregister’, waarin je kunt opzoeken welke organisaties op bezoek gingen bij Europese beleidsmakers. Buurlanden als Duitsland en Ierland kennen al jaren die openbaarheid, experts bevelen het aan, maar een vergelijkbare Nederlandse database is er nog steeds niet. De Europese Commissie is duidelijk in de aanbeveling; het kabinet antwoordt dat ze dit najaar een hoofdlijnenbrief stuurt met de eerste contouren.
Dat klinkt niet alsof een Nederlands transparantieregister voor het rechtsstaatrapport van 2027 af zal zijn!
Koop Europese waar
En dan een dossier dat vaak in één adem genoemd wordt met de kwalijke kanten van vriendjespolitiek en lobby: aanbesteden. Overheden zijn samen een enorme inkoper; van bruggen en bussen tot schoonmaak en groenonderhoud: zo’n 15 procent van de Europese economie gaat via aanbestedingen. De verleiding is groot om die opdrachten aan eigen, nationale of lokale bedrijven te gunnen. En dat mag niet van Europese regels. De regels voor aanbesteden in de interne markt staan al sinds begin jaren zeventig in Europese aanbestedingsrichtlijnen, basis voor de Nederlandse aanbestedingswet. In het rechtsstaatrapport is aanbesteden een risicogebied, vooral in Hongarije, al noemt de Commissie daar ook verbeteringen.
Met het langverwachte voorstel voor een Europese inkoopwet, van 149 wetsartikelen en in totaal 200 pagina’s, dat Eurocommissaris Stéphane Séjourné op 9 september presenteerde, gaat dit stelsel op de schop. Als de verordening er komt, vervangt die grotendeels de nationale wet: na lange onderhandelingen en een overgangstermijn van twee jaar waarschijnlijk rond 2030. Dan gaat de praktijk voor veel organisaties veranderen. Maar zover is het nog niet; de komende maanden en jaren gaat er tussen de landen en het Europees Parlement, gevoed door alle organisaties met inkoopbelangen, hard onderhandeld worden. De Commissie heeft namelijk ambitieuze plannen: aanbesteders zouden bieders uit landen zonder aanbestedingsverdrag met de EU moeten weren; een minimumaandeel Europese herkomst kunnen eisen, of inschrijvingen afwijzen waarvan minder dan de helft onder EU-afspraken valt. Brussel presenteert de Europese voorkeur als een keuze die bij de lokale aanbesteder ligt.
Druk zetten
Maar voor een aanbesteding voor de lokale jeugd- of ouderenzorg of groenonderhoud komt er zelden een buitenlandse bieder. Daarom vinden gemeenten dat ze veel Europese regels naleven voor een markt die in de praktijk lokaal blijft. De Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) pleitte al eerder voor minder regels; wethouder René Jansen van Dongen, lid van het Comité van de Regio’s, voerde daarover namens de VNG het woord. De koepel van Europese gemeenten en regio’s, vroeg al vóór het voorstel om een herziening zonder nieuwe verplichtingen voor overbelaste gemeenten en regio’s.
En dan de 27 lidstaten. De bespreking in de Raadswerkgroep begint dit najaar, onder het Ierse voorzitterschap en gaat nog wel een flinke tijd duren, want de lidstaten zijn verdeeld. Frankrijk duwt het hardst voor een strikte “Made in Europe”-norm; maar Duitsland geeft de voorkeur aan een ruimere formule: “Made with Europe”. Tsjechië, Estland, Finland, Ierland, Letland, Malta, Portugal, Slowakije en Zweden stuurden in december 2025 al een paper tegen Europese voorkeur bij overheidsinkoop. Zweden wil geen Europese bedrijven beschermen die in wezen niet concurrerend zijn. Van buiten de EU kwam ook druk: Britse functionarissen vinden de economieën te nauw verweven voor zo’n koerswijziging en Washington maakt bezwaar tegen Europese voorkeur bij defensie-inkoop. In het Europees Parlement, dat medebeslist, volgt VVD’er Jeannette Baljeu het dossier namens de liberalen.
Momenteel wordt er op het ministerie geschreven aan de eerste Nederlandse reactie op de voorgestelde EU-inkoopwet. Die wordt vastgesteld door het kabinet, waarschijnlijk eind oktober. Met dat eerste standpunt (BNC-fiche) betreden de Nederlandse onderhandelaars de EU-arena en zullen Eerste en Tweede Kamerleden, experts, inkoopprofessionals gemeenten en provincies de onderhandelingen over de 149 wetsartikelen op de voet gaan volgen. Welk bedrijf, lokale bestuurder of koepel daarvoor precies gaan lobbyen bij wie in het kabinet en het parlement kunnen we helaas nog niet teruglezen in een Haags transparantieregister.
De nieuwsbrief Post uit Brussel is vernieuwd! Naast deze column van Mendeltje lees je daarin voortaan ook de laatste ontwikkelingen van de redactie over wetsvoorstellen uit Brussel die bij politiek Den Haag binnen komen. En we geven je een overzicht van de kabinetsreacties van de regering op die Europese plannen. Kortom, meer post uit Brussel! Neem hier een abonnement.