Tien jaar geleden sprak een kleine meerderheid van de Britten – van de Engelsen althans – zich uit voor uittreding uit de EU. Het werd toen 52 tegen 48. Inmiddels lijkt het tij gekeerd. Sinds 2022 laten opiniepeilingen consequent een ruime meerderheid zien voor hertoetreding.
Dat komt door twee factoren. Om te beginnen de economische schade van Brexit. Die wordt geraamd op vier tot acht procent verlies aan economische groei. Door Brexit zijn investeringen en productiviteitsgroei flink teruggelopen.
Een tweede factor is de demografische ontwikkeling. Jongeren staan gemiddeld genomen veel positiever tegenover de EU dan ouderen – die stapsgewijs van het toneel verdwijnen.

Maar de referendumuitslag van 2016 blijft zo zwaar doorwegen dat de omslag in de publieke opinie niet of nauwelijks vertaling in de politiek krijgt. Politiek rechts (Conservatieven en Reform) wil zelfs nog verder afstand nemen van Europa door het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) op te zeggen en daarmee ook de Raad van Europa (die zetelt in Straatsburg) te verlaten. Daar floreert de gedachte dat de ‘wil van het volk’ nog steeds wordt gefrustreerd.
Banden aanhalen
Links daarvan zoekt men daarentegen naar mogelijkheden om de banden met de EU weer aan te halen. De Labour-regering acht zich daarbij wel gebonden aan de red lines van het eigen verkiezingsmanifest: géén toetreding tot de interne markt of zelfs maar de douane-unie.
Een eerste voorzichtige stap is gezet: deelname aan het Erasmus+-programma. Onderhandeld wordt nu o.a. over deelname aan het Emissiehandelssysteem ETS en aan de SAFE-defensieleningen. En ook over verlenging van de visserijovereenkomst en over harmonisatie van veterinaire en fytosanitaire regels.
Voor 22 juli stond een topontmoeting tussen het VK en de EU gepland. Die is nu uitgesteld, maar wordt wel snel gehouden. Dat kan een platform voor de komende premier Andy Burnham zijn, om zijn plannen met de EU te ontvouwen. Daarbij zou hij gebruik kunnen maken van de update van de ‘trap van (EU-onderhandelaar) Barnier’ die denktank UK in a Changing Europe schetst.

Deze trap maakt duidelijk dat de ‘TCA plus’ waarover nu wordt onderhandeld, een treedje omhoog is vergeleken met de geldende Trade and Cooperation Agreement. Toetreding tot de douane-unie kan daar nog wat aan toevoegen. Maar de echte welvaartswinst ligt besloten in hertoetreding tot de EU.
Dat roept de vraag op hoelang een referendum geldig blijft. De uitslag van het referendum van 1975 waarbij tweederde van de Britten zich uitsprak voor continuering van het EG-lidmaatschap, bleek veertig jaar houdbaar. Zou het referendum van 2016, met die veel kleinere meerderheid, dan eeuwigheidswaarde moeten hebben?