Nu het Orbán-tijdperk in het verleden ligt, heeft Oekraïne de politieke wind in de rug. De kersverse premier Péter Magyar heeft het Hongaarse veto op het Europese steunpakket van 90 miljard euro opgeheven en volgende week beginnen de eerste gesprekken over de toetreding van Oekraïne tot de Europese Unie.
Met Oekraïne zou een ware landbouwreus de EU-familie binnenstappen. Veertien procent van de Oekraïense bevolking werkt op het land, goed voor zestig procent van de export en een tiende van het bruto binnenlands product. Eerder dit jaar noemde Gert Jan Koopman, directeur-generaal Uitbreiding bij de Europese Commissie, de Oekraïense landbouw nog een pluspunt voor Europa. Toch klinken vanuit de lidstaten ook zorgen, bijvoorbeeld over de herverdeling van subsidies uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB).
Verdeelsleutel
Het geld uit het GLB wordt tussen lidstaten verdeeld op basis van de meerjarenbegroting (MFK), historische afspraken en het landbouwareaal van de lidstaten. Dat laatste speelt de grootste rol. Landen met veel landbouwgrond krijgen veel geld, landen met weinig landbouwgrond krijgen minder.
Frankrijk, het land met de grootste landbouwsector van de EU, voert de lijst aan. De 27 miljoen hectaren Franse landbouwgrond zijn de afgelopen jaar goed geweest voor zo’n 18 procent (ruim 9,5 miljard euro) van het GLB-geld. Nederland heeft recht op een bescheiden 1,4 procent (minder dan 1 miljard euro).
Verhoudingen
Wanneer Oekraïne toetreedt tot de Unie zou het land in één klap de grootste ontvanger van GLB-subsidies worden. Het landbouwareaal beslaat een oppervlak van 41 miljoen hectaren – groter dan heel Italië. Volgens wetenschappelijke schattingen uit 2023 en 2024 zou het land jaarlijks recht hebben op zo’n 11 miljard euro aan landbouwsubsidies, waarmee het bijna een vijfde van het gehele GLB-budget zou opstrijken. Europarlementariër Sander Smit (BBB) waarschuwt dan ook dat de toetreding van Oekraïne het GLB zou “opblazen”.
Oplossing
Hoe worden de kosten voor de Oekraïense landbouw gedekt? Het lijkt onwaarschijnlijk dat lidstaten meer geld aan Brussel moeten afdragen. Bovendien wil de Europese Commissie in de aankomende Europese begroting (2028-2034) de GLB-pot op één hoop gooien met het budget voor de ontwikkeling van regio’s (het cohesiefonds), waardoor de totale hoeveelheid subsidies voor boeren juist slinkt (van 387 miljard euro naar 300 miljard euro).
En dus moet een andere oplossing worden gevonden. Eén optie is het opnieuw snijden van de GLB-taart. Lidstaten zullen genoegen moeten nemen met een iets kleiner puntje, nu landbouwreus Oekraïne ook mee-eet. Zeker voor EU-landen met een grote landbouwsector zoals Frankrijk, Polen en Roemenië kan dat grote financiële gevolgen hebben en het is dan ook de vraag of deze landen Oekraïne zomaar in de armen zullen sluiten
Nederland
Voor Nederland zijn de belangen minder groot. Nederland is nu eenmaal een klein land en heeft daardoor sowieso recht op een klein stukje taart. De herverdeling van het landbouwgeld is dan ook geen onderwerp op zichzelf in de overweging van het kabinet rondom de toetreding van Oekraïne.
“Als een land met de omvang van Oekraïne toetreedt, vergt dat hoe dan ook een fundamentele discussie over hoe we zakendoen in de Europese Unie”, legt een EU-diplomaat uit. Wanneer Oekraïne deel wordt van de Europese familie zullen ook de bestuurbaarheid van de EU en de herverdeling van het cohesiefonds onderwerp van gesprek zijn in Brussel. En reken maar dat ook de hervorming van het GLB ter sprake zal komen.