Nieuwe Europese wet helpt tegen tekort aan medicijnen, maar niet genoeg

De EU wil medicijntekorten aanpakken met een nieuwe wet. Maar in Nederland ligt het probleem ergens anders: bij de verzekeraar.

3 min. leestijd
Apotheek ervaart steeds vaker medicijntekort Europa Nederland.
Apotheek. (Foto: iStock).

Meer dan 4,5 miljoen Nederlanders kregen vorig jaar bij de apotheek te horen dat hun medicijn tijdelijk niet beschikbaar was. Het ging onder meer om insuline, antibiotica en pijnstillers, meldt apothekerskoepel KNMP. Om het medicijntekort in Europa en Nederland aan te pakken wil de Europese Unie met een nieuwe wet voor kritieke medicijnen (Critical Medicines Act) meer medicijnen in Europa laten maken. Maar volgens de KNMP en de Consumentenbond lost dat het probleem in Nederland niet volledig op, zolang zorgverzekeraars blijven bepalen welk medicijn wordt vergoed.

Het medicijntekort in Europa komt voornamelijk doordat medicijnen, of de werkzame stoffen waaruit ze zijn opgebouwd, worden geproduceerd in Azië, met name in India en China. Daardoor is Europa sterk afhankelijk van die aanvoer. Zodra er iets misgaat in het productieproces, bijvoorbeeld door geopolitieke spanningen, is dat vrijwel direct merkbaar in Europese apotheken.

Nieuwe wet

Het Europees Parlement en de lidstaten bereikten deze week een voorlopig akkoord over een nieuwe wet voor kritieke medicijnen. Die bevat drie pijlers. Ten eerste wil de EU meer medicijnen en grondstoffen in Europa laten maken. Bij de inkoop moeten ziekenhuizen en overheden voortaan niet alleen op prijs letten, maar ook op de stabiliteit van het herkomstland en de betrouwbaarheid van de leverancier.

Ten tweede kunnen lidstaten medicijnen gezamenlijk inkopen, waardoor ze sterker kunnen onderhandelen. Ten derde komen er afspraken over noodvoorraden: lidstaten gaan informatie delen over hun voorraden en kunnen bij een tekort vrijwillig medicijnen aan elkaar afstaan.

Nederlandse tekorten

Volgens de KNMP is dit echter slechts een deel van de oplossing. In Nederland ontstaan veel medicijntekorten namelijk ook door het zogeheten preferentiebeleid van zorgverzekeraars. Dat houdt in dat verzekeraars binnen een groep geneesmiddelen met dezelfde werkzame stof één voorkeursmerk aanwijzen, doorgaans het goedkoopste. Als dat merk niet leverbaar is, moeten apotheken een alternatief meegeven. Patiënten moeten daar soms voor bijbetalen, of de kosten gaan af van hun eigen risico. Bovendien kunnen andere merken voor verwarring zorgen, omdat ze bijvoorbeeld een andere dosering of verpakking hebben.

Zelfs als Europa erin slaagt meer medicijnen op eigen bodem te maken, verandert er daardoor weinig voor de Nederlandse patiënt, zolang diens verzekeraar slechts één specifiek merk vergoedt. De Europese productie moet dan namelijk precies dat ene voorkeursmerk betreffen, anders betaalt de patiënt alsnog bij.

Meer leveranciers

De Consumentenbond vindt daarom dat zorgverzekeraars meerdere leveranciers per medicijn moeten contracteren. Daarnaast zouden alternatieve medicijnen altijd volledig vergoed moeten worden als het voorkeursmiddel niet beschikbaar is, zodat de rekening niet bij de patiënt terechtkomt.

Meer nieuws? Ontvang elke ochtend al het nieuws uit Europese nieuws dat van belang is voor Nederland direct in jouw mailbox met een abonnement op De Dagvangst.