Jetten ziet 2023 als het belangrijkste jaar van zijn ministerschap. ‘Ik moet nu gaan leveren’

De grootste uitdaging in de energietransitie is om de balans te vinden tussen het verduurzamen en de leveringszekerheid garanderen, maar vooral om iedereen mee te krijgen in de transitie. Minister voor Klimaat en Energie Rob Jetten is zich bewust van de zware opgave. ‘De komende twee jaar zijn cruciaal voor de energietransitie.’

5 min. leestijd

Tijdens het energieontbijt van Energie Beheer Nederland (EBN) blikte Jetten vooruit op het klimaatjaar 2023. De minister kreeg de resultaten overhandigd van het onderzoek van het EBN naar de zorgen over energiezekerheid en de relatie tot duurzaamheid. 48 procent van de Nederlanders maakt zich namelijk zorgen over de zekerheid van energie in de toekomst, met name mensen met een lager inkomen zijn er niet gerust op.

Jetten ziet echter geen spanning tussen de energiezekerheid en het verduurzamen. “Duurzame energie is het meest betrouwbaar, dus zorgt uiteindelijk voor de meeste leveringszekerheid.” De uitdaging van de energietransitie zit volgens de minister in het draagvlak vanuit de samenleving. “We moeten iedereen meekrijgen, maar er zijn altijd schurende belangen. Het is mijn taak om knopen door te hakken, maar niet iedereen zal met elke beslissing volledig tevreden zijn.”

Zware cruciale jaren

Jetten blikte ook terug op afgelopen jaren en stak een hand in eigen boezem. “We hebben negen maanden verloren met formeren. Die tijd moeten we nu in gaan halen. Met de nodige maatregelen win je ook het vertrouwen terug van de mensen in de politiek. Om de energietransitie te laten slagen heb je wel een daadkrachtige overheid nodig. De techniek is er, de plannen zijn er, de welwillendheid is er, nu moet ik gaan leveren.”

Kees Vendrik, voorzitter van het Nationaal Klimaatplatform, roept Jetten ook op tot actie. “Transitie is een risico, maar we moeten dat risico nu wel nemen. Er ligt veel klaar, maar er moet wel een klap op worden gegeven.”

De minister moet aan de bak in 2023. Hij moet de energiewet en de warmtewet door de Tweede Kamer gaan loodsen, maar van zijn ministertaken ziet hij de grootste opgave in het klimaatdeel van zijn portefeuille. “Ik zal dit voorjaar met een aanvullend klimaatpakket komen. Om een uitstootvermindering van 60 procent in 2030 in beeld te houden, zijn er nieuwe maatregelen nodig. De waterstofmarkt moet onder andere een enorme boost krijgen.”

Europese intensivering

De schurende belangen ziet Jetten ook in Europa “We hebben afgelopen jaar gezien dat de Europese samenwerking enorm is geïntensiveerd op energiegebied. De druk van de crisis heeft een enorme versnelling op gang gezet daarin. Tegelijkertijd zijn we zes keer met alle EU-ministers voor Energie bij elkaar moeten komen om een prijsplafond op gas te kunnen realiseren, waar Nederland eigenlijk niet echt heel blij mee is.”

Diederik Samsom, kabinetschef van Eurocommissaris Frans Timmermans, onderschrijft de visie van Jetten. “Het energievraagstuk was een nationale aangelegenheid in Europa. Het afgelopen jaar en de oorlog in Oekraïne heeft laten zien dat die weg doodliep. Het besef dat we het Europees moeten regelen is er met stoom en kokend water gekomen, maar het besef is er nu wel.”

Hij ziet vooral in de snelheid van de overgang een bedreiging voor het draagvlak. “Over het einddoel is iedereen het eens, maar het tempo moet wel voor iedereen vol te houden zijn. Als je van mensen vraagt hun huis te verduurzamen, moet je wel subsidie geven en realistisch zijn dat het niet direct morgen is gebeurd.”

In Brussel wordt veel gedaan omtrent de energietransitie. Luister naar onze podcast over de klimaatonderhandelaars waarin we een kijkje nemen in de klimaatkeuken.

Europarlementariër Mohammed Chahim (PVDA) ziet Brussel vooral als bruggenbouwer in deze transitie. “Europa moet meer doen aan de verbinding van de energienetwerken van de verschillende lidstaten”, vindt Chahim. “Europa moet een energiegemeenschap worden, denk bijvoorbeeld aan een gedeeld elektriciteitsnet tussen landen.”

Tom Berendsen (CDA) is het eens met het einddoel van de energietransitie en wil vanuit Brussel vooral de middelen regelen voor de samenleving.  “Europa moet de infrastructuur op peil houden voor bedrijven en de industrie. Als dat goed is, moeten zij gaan leveren.”Europese samenwerking moet wel op een realistische en efficiënte manier, stelt Berendsen. “Samenwerken is vooral elkaars kennis en kunde delen, maar ook de voordelen van landen benutten. Wanneer het realistisch is, zal er ook meer draagvlak zijn.”

Chahim ziet ook een belangrijke rol weggelegd voor Brussel wat betreft het draagvlak. “We moeten de vervuilendste regio’s ondersteunen met subsidies. Daarnaast moeten we mensen die niet de financiële middelen hebben steunen via het Sociale Klimaatfonds. We zeggen wel dat we iedereen moeten meenemen in de transitie, maar daar hoort dan ook geld bij. Anders is het niet voor iedereen mogelijk. Gelukkig gebeurt er al wel veel, maar we moeten dat wel blijven en meer doen.”

Tijdens het jaarlijkse energieontbijt kwam iedereen die zich bezighoudt met de energietransitie in Nederland bijeen. De ’transitiegemeenschap’ besprak in het kunstmuseum de resultaten van het onderzoek van het EBN. Minister Jetten kreeg de infographic overhandigd en sprak over de resultaten en zijn uitdagingen als minister.

Altijd op de hoogte blijven van Nederlandse en Europese ontwikkelingen op het gebied van klimaat en energie? Abonneer je hier op onze nieuwsbrief over klimaat en energie.

Het gras is altijd groener bij de buren.
Verken je horizon en ga ook eens vissen in een andere vijver!

Word lid Meer informatie