Interview | Ormel volgt Europarlementariër De Lange op: ‘Brussel voelt als een warm bad’

Oud-Kamerlid Henk Jan Ormel volgt CDA-Europarlementariër Esther de Lange op voor de maanden die nog resten voor de Europese verkiezingen in juni.

3 min. leestijd

Nu CDA-Europarlementariër Esther de Lange vertrokken is naar de Europese Commissie, komt in het Europees Parlement een zetel vrij voor het CDA. Een plek die oud-Kamerlid Henk Jan Ormel zal opvullen. Ondanks de korte tijd die hem nog rest voor de verkiezingen, wil hij zijn stempel drukken. 

2019

Ormel nam de vijfde plaats in op de kieslijst voor de vorige Europese verkiezingen (2019). Ondanks de 13.000 voorkeurstemmen haalde hij toen net geen zetel. “Ik verwachtte niet dat ik ooit nog Europarlementariër zou worden”, vertelt Ormel.

Met het nieuws dat De Lange de rol van Diederik Samsom zou overnemen in het kabinet van Eurocommissaris Wopke Hoekstra, leek de droom van Ormel toch in vervulling te gaan. “Word ik nu opgeroepen?”, dacht hij. “Past dat bij het werk dat ik nu doe?” Het antwoord: een volmondig ja. 

Dierenarts

Hij begon zijn carrière als landbouw- en huisdierenarts. Hij behandelde koeien, varkens, paarden, kippen, maar ook honden en katten. Tien jaar lang in Tilburg en nog eens tien jaar in de Gelderse achterhoek. Het was ook het begin van zijn politieke carrière.

Ormel kreeg te maken met de dierenziekte mond-en-klauwzeer en het enige dat hij kon doen was de dieren doodmaken. Een vaccin kwam er niet en dat leidde tot woede. 

De politiek in

Ormel benaderde de politiek en kwam bij het CDA terecht. Dat leidde uiteindelijk tot een zetel in de Tweede Kamer. Tussen 2002 en 2012 was hij woordvoerder dierengezondheid en hield hij zich bezig met biotechnologie en medisch-ethische zaken.

Toen was het CDA nog de grootste partij en Ormel had al een sterke blik op Brussel. “Ik organiseerde toen jaarlijks een Europa-dag”, legt hij uit. CDA’ers uit Nederland en Brussel kwamen dan bij elkaar om een Europese strategie uit te stippelen. 

Europese bijdrage

En de kennis die hij in de Tweede Kamer opgedaan heeft, maar ook tijdens zijn baan daarna in Rome voor de VN, en de Wereldgezondheidsorganisatie vanuit Nederland, wil hij inzetten in het Europees Parlement.

“Ik begrijp dat mijn tijd heel kort is”, lacht Ormel. De laatste vergadering in Straatsburg vindt immers in april plaats. Dat geeft hem nog enkele maanden. Maar hij wil zijn rol als Europarlementariër wel goed gebruiken. “Door Europarlementariër te worden gaan deuren open waardoor ik een bijdrage kan leveren”, zegt Ormel.

Nederlandse koeien

Ormel wil zich vooral inzetten voor een Europese voedselstrategie. “We hebben boeren nodig om voedsel te produceren”, legt hij uit. En belangrijk punt: de boeren in Nederland doen dat nu al duurzamer dan boeren in de rest van de wereld.

Hij vergelijkt Nederlandse koeien met die in Ethiopië. Een Ethiopische koe geeft maar tien procent van de melk die een Nederlandse koe geeft. Dat heeft te maken met de omgeving. Nederlandse koeien krijgen beter te eten en te drinken. “Het is dus duurzamer om hier te produceren dan melk te importeren”, concludeert Ormel. 

Warm bad

Nu Ormel zich in Brussel geïnstalleerd heeft, voelt het voor hem als een soort thuiskomen. Hij kwam al vaak in Brussel als Tweede Kamerlid en kent CDA-Europarlementariër Annie Schreijer-Pierik nog van zijn tijd in Den Haag. Ook CDA-Europarlementariër Tom Berendsen is een oude bekende. “Ze weer zien in Brussel, voelt als een warm bad”, zegt hij.

Het gras is altijd groener bij de buren.
Verken je horizon en ga ook eens vissen in een andere vijver!

Word lid Meer informatie