De toekomst van de Europese defensie: ‘Een sterk Europa binnen de Navo en meer onderling vertrouwen’

Hoe moet de verdediging van Europa er uit gaan zien, nu de Europese Unie haar veiligheid niet langer aan de Verenigde Staten kan overlaten? Clingendael-expert Bart van den Berg en Europarlementariër Thijs Reuten (Pro) waren uitgenodigd in de Tweede Kamer om over die kernvraag te praten.

3 min. leestijd
Het Navo hoofdkwartier in Brussel

Een goede optie voor de Europese defensie is de Europese poot binnen de Navo te versterken, aldus defensiespecialist Bart van den Berg van Clingendael. “We moeten onszelf kunnen verdedigen zonder steun van de Amerikanen, maar wel door de Navo-structuren te gebruiken.” Van den Berg doelde onder meer op de Navo-communicatiesystemen en hoofdkwartieren die de Europese landen zouden kunnen gebruiken. Europarlementariër Thijs Reuten (Pro) viel hem bij tijdens een discussie in de buitenlandcommissie van de Tweede Kamer: “We willen de VS niet afstoten maar we willen wel zonder ze kunnen als dat nodig is.”

Op dit moment moeten Europese Navo-landen aan de Navo rapporteren of hun defensie-uitgaven bijdragen aan voldoende slagkracht. En dat moet ook zo blijven, vond Van den Berg. “De kennis over wat er nodig is voor militaire operaties zit bij de Navo, niet bij de EU”, legde hij uit. Wel moet de Navo volgens hem anders gaan denken: “Zij moet toetsen of Europa zelf haar broek kan ophouden.”

Rol EU

“De Europese Unie is geen slagvaardige organisatie die zelf oorlog kan voeren”, zei Van den Berg. Toch zag hij voor de EU wel degelijk een belangrijke taak weggelegd voor de verdediging van het Europese continent: coördinatie binnen de defensie-industrie. “Er moet afstemming komen over waar Europese landen in investeren. Het zou zonde zijn als wij in Nederland precies hetzelfde doen als de Duisters.”

Het gebrekkig afstemmen van de Europese defensie-industrie kost Europa nu al 90 miljard euro per jaar, waarschuwde Reuten en die overbodige kosten nemen alleen maar toe nu EU-landen meer geld uitgeven aan defensie. “Dit kunnen we vermijden als we meer samen zouden doen.”

Uitdaging

Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Uiteindelijk kiezen Europese landen vaak voor het beschermen van hun nationale defensie-industrie, wat ten koste gaat van Europese samenwerking. “In de retoriek doen we het graag allemaal samen maar aan het eind van de rit gaat het toch vaak mis”, omschreef Van den Berg het probleem.

Zo hebben de Duitsers en Fransen al een paar maal geprobeerd samen een straaljager te bouwen, maar het project loopt telkens stuk.  “De vraag is of het ons nu gaat lukken om samen te werken of dat we blijven kiezen voor onze eigen belangen.”

Hoe dan wel?

“Europa heeft 178 verschillende wapensystemen, de Amerikanen hebben er 30”, bracht Tweede Kamerlid Tom van der Lee met lichte ironie in zijn stem naar voren. Wat is nou de snelste manier om de Europese veelvoud van wapensystemen terug te dringen en te zorgen dat landen met hetzelfde materiaal gaat werken?

Volgens Van den Berg moeten landen gebruikmaken van de goede wapensystemen die er al zijn “Kijk bijvoorbeeld naar Zweden, waar uitstekende infanterievoertuigen worden gemaakt.” Volgens Van den Berg is het zaak dat de rest van Europa dat voertuig overneemt. “De Britten proberen nu een eigen voertuig te maken, wat uitloopt op een groot drama. Zorg dan dat zij aanhaken bij het Zweedse model dat al goed is.”

Daarvoor moeten landen wel over hun schaduw heen stappen en is onderling vertrouwen nodig – de ontwikkeling van wapensystemen wordt immers aan elkaar overgelaten. En dus moeten landen ook iets terugkrijgen, opperde Van den Berg. “Nederland heeft bijvoorbeeld een sterke maritieme industrie en is goed in het produceren van radars”, legde hij uit, twee domeinen waarin Nederland het voortouw zou kunnen nemen.