De verbrandingsmotor is gered. Bij de fractie van BBB zijn ze enthousiast. In hun persbericht als reactie op het voorstel van de Europese Commissie om het verkoopverbod van nieuwe auto’s met een verbrandingsmotor per 2035 los te laten, klinkt tevredenheid. Volgens de partij mogen benzine- en dieselauto’s daardoor ook na 2035 verkocht blijven worden. Dat klopt deels, maar het voorstel van de Commissie zit technisch complexer in elkaar. De Commissie wil namelijk wel vast blijven houden aan klimaatneutraliteit in 2050, maar past de regels voor 2035 (een tussendoel) aan.
Uitstoot compenseren
In plaats van een verkoopverbod op nieuwe benzine- en dieselauto’s, geldt in dat jaar een doel van 90 procent emissievrije auto’s. Concreet betekent dat: van elke tien nieuw verkochte auto’s moeten er gemiddeld negen emissievrij zijn. Autofabrikanten kunnen dat halen door voldoende elektrische auto’s te verkopen of door credits te kopen bij andere fabrikanten die boven die doelstelling zitten.
En dan is er ook nog een tweede verplichting. De overblijvende auto’s met een verbrandingsmotor mogen alleen meetellen als hun uitstoot volledig wordt gecompenseerd. Dat moet via het gebruik van duurzaam geproduceerd staal bij de productie en via brandstoffen die aantoonbaar minder CO₂ uitstoten, zoals biobrandstoffen en e-fuels. Een versoepeling met voorwaarden dus.
Eurocommissaris Wopke Hoekstra noemt dit een balans tussen ambitie en flexibiliteit. “Dit is een win-winsituatie: we bieden autofabrikanten meer flexibiliteit, terwijl we tegelijk een markt creëren voor schoon staal”, zei hij bij de presentatie. Volgens de Commissie blijft de totale CO₂-reductie in 2035 daarmee alsnog 100 procent, maar krijgen fabrikanten meer ruimte in hoe zij dat doel bereiken.
Andere maatregelen
Voor zakelijke auto’s (zoals leaseauto’s, bedrijfswagens en huurauto’s) wil de Commissie bovendien bindende doelstellingen per lidstaat invoeren. Elk land krijgt een eigen percentage elektrische auto’s dat in 2030 en 2035 gehaald moet worden. Hoe rijker het land, hoe hoger het doel. Nederland kan daardoor rekenen op een relatief strenge verplichting. Bedrijven krijgen zo een belangrijke rol in de energietransitie: zakelijke auto’s komen vaak snel op de tweedehandsmarkt terecht en maken elektrisch rijden betaalbaarder voor particulieren.
Daarnaast wil Brussel de kleine, betaalbare elektrische auto stimuleren, vooral als die in Europa wordt geproduceerd. We pakken de formules erbij: de Commissie definieert zo’n auto als maximaal 4,20 meter lang. Verkoopt een fabrikant tot 2034 zo’n kleine elektrische auto, dan telt die voor 1,3 auto mee bij het halen van de CO₂-doelen. Dat maakt het aantrekkelijker om compacte elektrische auto’s te ontwikkelen.
De voorstellen van de Commissie gaan nog naar de lidstaten en het Europees Parlement. Zij moeten ermee instemmen voordat het officieel is.
Wil je meer weten over deze plannen? Sluit dan een abonnement af op de Nieuwsbrief Mobiliteit. Daarin staat eindredacteur Sander van Vliet uitgebreid stil bij deze plannen en de consequenties voor de auto-industrie.