Column Cijfers en Feiten | Economische schade Brexit nog hoger dan gedacht

Elke week schrijft oud-hoofdeconoom van de Sociaal-Economische Raad (SER) Marko Bos voor Brusselse Nieuwe over financiële en economische thema’s. Deze week: de economische schade van de Brexit blijkt nog groter dan gevreesd.

2 min. leestijd
European Union flag in front of the Big Ben, Brexit EU
(Foto: iStock)

Niet over je graf heen regeren, dat is een mooi principe. Waartegen wel eens wordt gezondigd, soms zelfs op grote schaal. Zoals de afgelopen jaren in het Verenigd Koninkrijk. 

Dat land besloot in juni 2016 per referendum om de EU te verlaten. De voorstanders van Brexit vormden met 52 procent een kleine meerderheid, tegenover 48 procent voor blijven (Remain). Dit kleine verschil was geen reden tot matiging, integendeel. Uiteindelijk koos de Conservatieve regering voor een ‘harde’ vorm van Brexit.

Spijt

Latere opiniepeilingen laten zien dat veel Britten inmiddels flink spijt hebben van de uittreding uit de EU. Het aandeel voorstanders van Brexit is nu gedaald tot minder dan een derde (zie de grafiek). 

De economische schade die het vertrek uit de EU heeft aangericht, zal daar niet vreemd aan zijn. Die schade komt vooral door de toegenomen onzekerheid en de hogere handelskosten. Volgens de jongste ramingen heeft Brexit het VK de afgelopen jaren zo’n zes tot acht procent economische groei gekost. Dat is nog wat meer dan waarvoor vooraf werd gewaarschuwd. Er wordt minder geïnvesteerd (12 tot 18 procent) en de werkgelegenheid blijft drie tot vier procent achter bij een verondersteld Remain-scenario.

Leeftijd

Die economische schade heeft een deel van de Brexit-voorstanders er waarschijnlijk toe bewogen om nu een andere keuze te maken. Maar daarnaast speelt de wisseling van leeftijdscohorten een belangrijke rol. Brexit was vooral populair onder de oudste generatie, en die mensen sterven nu eenmaal geleidelijk uit. De ‘nieuwe’ ouderen denken veel genuanceerder over Europese integratie. En de beweging terug naar de EU wordt volop gesteund door jongere generaties. Uit onderzoek komt naar voren dat ongeveer een derde van de ‘swing’ van Brexit naar Remain/Rejoin kan worden toegeschreven aan dit zogenoemde cohorteffect. 

Ondanks de duidelijke en stabiele omslag in de publieke opinie over Brexit blijft toenadering tot de EU, in welke vorm dan ook, vooralsnog politiek heel heikel. Wellicht is het referendum van 2016 zo’n traumatische ervaring geweest dat er nog een generatie overheen moet gaan om deze te verwerken. 

Zolang de uitslag van het referendum van 2016 politiek maatgevend blijft, mogen enige miljoenen overleden Brexiteers feitelijk over hun graf heen regeren. Kan er geen weg worden gevonden om de dode zielen met rust te laten en jongere generaties in staat te stellen hun eigen voorkeuren tot uitdrukking te brengen? Die mogen dan nog vele jaren lang zelf de gevolgen van hun keuzes ondergaan.