Column Cijfers en Feiten | De stille strijd om de EU-begroting

In zijn column buigt oud-SER-hoofdeconoom Marko Bos zich over de EU-begroting. Blijft inkomenssteun voor boeren vanzelfsprekend? Of kiest Brussel voor gerichtere doelen?

3 min. leestijd
(Foto: Europese Raad).

Acht pagina’s aan richtsnoeren heeft de Ecofinraad (de vergadering van EU-ministers van Financiën uit eurolanden) alweer geformuleerd voor de EU-begroting van 2027. Die moeten politieke sturing geven aan de Europese Commissie bij het opstellen van de ontwerpbegroting. De Raad wil die begroting voor een zorgvuldige beoordeling graag begin juni dit jaar ontvangen, ruim voor de formele deadline van 1 september.

Die richtsnoeren opstellen was weinig werk. Veel is een kopie van de richtsnoeren van een jaar geleden. De Raad legt dit jaar wat extra nadruk op de financiële steun aan Oekraïne en op de beperking van de administratieve uitgaven. Geheel nieuw is alleen punt achttien: een oproep om kwesties die niet direct betrekking hebben op de begroting voor 2027, buiten de jaarlijkse begrotingsonderhandelingen te houden. Is dat een oproep aan het Europees Parlement en/of de lidstaten?

Vragen

Kennelijk is de verleiding groot om de begrotingsonderhandelingen te vermengen met die over de nieuwe meerjarenbegroting van de EU (meerjarig financieel kader, MFK) voor 2028-2034. Zowel de Raad als het Europees Parlement zijn immers druk bezig met hun positiebepaling over de MFK-voorstellen die de Commissie vorig jaar juli heeft ingediend. Die voorstellen moeten de EU-begroting scherper richten op actuele beleidsprioriteiten. Daarnaast moeten ze meer ruimte bieden voor decentraal maatwerk op basis van Nationale en regionale partnerschapsplannen. Een grote verandering is de bundeling van landbouw- en cohesie-uitgaven in één fonds. Die veranderingen roepen verschillende vragen op, zoals:

Leiden ze echt, zoals bedoeld, tot vereenvoudiging? Hoe kan de overgang van vergoedingen op basis van gemaakte kosten naar beloning op basis van prestaties op een verantwoorde manier vorm krijgen? Er wordt minder geld vooraf vastgelegd. Maar hoe wordt die ruimte voor grotere flexibiliteit ingevuld? En wie bepaalt dat?

Afwegingen

Om een goed onderbouwd oordeel mogelijk te maken, brengt de Europese Rekenkamer nu een reeks adviezen uit over deelonderwerpen. Een interessante gaat over het toekomstige EU-landbouwbeleid. Dat gaat immers, als het aan de Commissie ligt, grondig op de schop. Daar is alle aanleiding toe. Het voornaamste motief voor de bestaande basispremie is compensatie voor de prijssteun voor bepaalde landbouwproducten die ruim een kwart eeuw geleden is afgeschaft. Het gericht belonen van maatschappelijk gewenste ‘groene’ (natuur en landschap) en ‘blauwe’ (watersysteem) diensten van boeren kan de samenleving meer opleveren. Maar het vergt wel nationaal en regionaal maatwerk.

Dus waar kiezen we voor? Een betrekkelijk simpel systeem van nogal willekeurige inkomenssteun, die maatschappelijk steeds lastiger te verdedigen is? Of een meer gerichte inzet van EU-middelen op maatschappelijke doelen? Zo’n inzet is vooraf lastiger te plannen en achteraf moeilijker te controleren. Die afweging mogen Raad en Europees Parlement dit jaar maken.