Column: Amsterdamse pionier in het getto van Europa

4 min. leestijd

Foto: Joan de Boer op zijn kantoor in Pristina

Door Tijn Sadée, correspondent pendelend tussen Brussel en Zuidoost-Europa

Voor wie zich de tongval van de Zweedse kok uit de Muppet Show nog herinnert: zo klinkt op het eerste gehoor Albanees. Joan de Boer, op de achterbank van de taxi in Pristina, vindt de vergelijking wel amusant. Hij heeft zojuist de chauffeur in z’n beste Albanees uitgelegd hoe die moet laveren door de Kosovaarse hoofdstad, een permanent verkeersinfarct, richting zijn kantoor. “Het wordt gewaardeerd als je je best doet in hun taal.”

Ruim dertien jaar geleden kwam hij na omzwervingen terecht in Kosovo, het kleine Balkanland dat nog altijd de wonden likt van de oorlog, eind jaren negentig, tussen de Kosovo-Albanezen en de Serviërs.
Als eind-veertiger was De Boer, na een carrière als gelauwerde Amsterdamse fotograaf voor reis- en modebladen, op een keerpunt beland. Het glossy wereldje begon hem tegen te staan. Wat nu? Hoog tijd voor een onbekende missie, een avontuur.

Met genoeg geld om het even uit te zingen belandde De Boer in Kosovo waar hij in contact kwam met jonge schrijvers, kunstenaars en websitebouwers. Hun ouders hadden nog gevochten voor de onafhankelijkheid van Kosovo, een voormalige Servische provincie met amper twee miljoen inwoners. Nu was het de beurt aan de kinderen van die oorlogsgeneratie. “Ik trof een enorme vitaliteit aan onder jongeren die stonden te trappelen om van Kosovo iets moois te maken.”

In het jongste land van Europa – ruim de helft van de Kosovaren is jonger dan 25 jaar – vond De Boer de ruimte om iets nieuws te beginnen: Kosovo 2.0, een mediaplatform voor onafhankelijke en onderscheidende journalistiek. “Er bestond hier nog geen enkel medium dat werd gemaakt door en voor Kosovaren. En wat er wél was, zag er qua vormgeving verschrikkelijk uit.” Sinds de lancering in 2010 groeide Kosovo 2.0 uit tot een gerenommeerde titel op de Balkan, met een online- en tijdschriftversie, waaraan de beste Kosovaarse schrijvers en kunstenaars bijdragen. “De thematiek is vooral: emancipatie, minderhedenkwesties, gelijke kansen.” De redactie is nu volledig in handen van Kosovaren; oprichter De Boer zetelt nog wel in het bestuur dat toezicht houdt.

Na een half uur manoeuvreren door heksenketel Pristina probeert hij in de taxi boven het volume van de stampende Albanese turbofolk uit te komen. “Ndalo, ne jemi aty!”, roept De Boer de chauffeur in zijn oor. “Stop, we zijn er!” Hier, tegen de heuvelflank net buiten het drukke centrum, huist De Boers nieuwe missie: IT-bedrijf Sprigs. Vrolijk zwiert hij langs de kamers waar jonge Kosovaren IT-producten ontwikkelen voor klanten wereldwijd. Werving van die klanten gebeurt in de Amsterdamse vestiging van Sprigs. In Pristina vindt de technische en creatieve uitvoering plaats. “Je blijft toch een Nederlander, en dus heb ik de ‘vrijmibo’ geïntroduceerd: elke vrijdagmiddag om 5 gaan we aan de gin-tonics.” ’s Zomers wordt er gebarbecued in de achtertuin waar Hollandse kuifhoenders rondscharrelen. “Bijzondere beesten”, vindt De Boer.

De dynamiek in Kosovo staat volgens De Boer haaks op hoe de buitenwereld het land behandelt. Veel Kosovaren voelen alsof ze leven in “een getto”. Nog altijd erkennen vijf EU-landen – Slowakije, Roemenië, Griekenland, Cyprus en Spanje – Kosovo niet als land, uit angst dat het naar separatisme strevende regio’s in eigen land zou aanmoedigen. Toenadering tot de EU is daardoor voor Kosovo een lastig verhaal en nog altijd geldt een visumplicht.

“Natuurlijk is het geweldig dat vluchtende Oekraïners welkom zijn in de EU, maar voor ons blijft de deur op slot”, zegt De Boers compagnon Kreshnik Hasanaj, mede-oprichter van Sprigs. Onder veel Kosovaren wordt de ruimhartige ontvangst van Oekraïners in de EU ook uitgelegd omdat Oekraïners christelijk en wit zijn. Kosovo-Albanezen zijn islamitisch. Voor elke zakenreis naar Sprigs-klanten in de EU moet Kreshnik allereerst een taaie, kostbare en vernederende procedure van visumaanvraag ondergaan. “Ik ervaar dat als racisme.”

Kosovo, een getto in Europa: het is te wijten aan de lafhartige houding van Europese leiders, vindt De Boer. Maar in dat getto heeft hij desondanks zijn geluk gevonden. “Kosovaren zijn elegante, beschaafde mensen, en vooral: eervol. Iemand zal jou in een restaurant geen rommel voorschotelen. Een eerlijke, goede bediening is een groot goed in Kosovo.”

Het gras is altijd groener bij de buren.
Verken je horizon en ga ook eens vissen in een andere vijver!

Word lid Meer informatie