Column Cijfers en Feiten | De Noorse twijfel

Soms lijkt het op het aloude bijgeloof. Je trekt de blaadjes van een bloem en bij het ene blaadje houdt ze (of hij) wel van je en bij de andere weer niet. Noorwegen twijfelt al meer dan vijftig jaar over de Europese Unie. Reden voor oud-SER-hoofdeconoom Marko Bos om eens in de geschiedenis te duiken.

3 min. leestijd
(Foto: iStock).

De Britten worstelen met ‘Europa’. Die worsteling heeft Noorwegen ook gehad, maar het land kan zich inmiddels goed vinden in het lidmaatschap van de Europese Economische Ruimte (EER) – samen met IJsland, Liechtenstein, en uiteraard de EU. Via de EER neemt het land deel aan de interne markt van de EU. Hoe is dat zo gekomen? En hoe gaat dat EER-lidmaatschap in zijn werk?

Driemaal heeft Noorwegen zich aangemeld voor het lidmaatschap van de EU en haar voorgangers, en driemaal is het toetredingsproces gestuit. Eerst trof het veto van de Franse president Charles De Gaulle tegen Britse toetreding, in 1967, ook Noorwegen. In 1972 en in 1994 was het een kleine meerderheid van de Noorse bevolking die bij referendum toetreding afwees. 

Gaan Oekraïne en Groenland wellicht voor een nieuwe wending zorgen? Nu mede-EER-lid IJsland op 29 augustus a.s. een referendum over toetreding tot de EU gaat houden, komen stemmen op om opnieuw de aanloop naar het EU-lidmaatschap te nemen. Maar opiniepeilingen wijzen niet op een meerderheid bij de bevolking: 35 procent zou vóór stemmen, en 49 procent tegen.

Financiële bijdrage

De Noorse politiek is al jaren diep verdeeld over het EU-lidmaatschap. Maar opmerkelijk genoeg kan het lidmaatschap van de EER al die jaren op brede steun rekenen. Terwijl het toch inhoudt dat Noorwegen, zonder deel te nemen aan de besluitvorming, een flink deel van het acquis communautaire, namelijk de interne-marktregels, over moet nemen in de eigen wetgeving. Dat kun je zien als ‘participatie zonder vertegenwoordiging’.

Bovendien moet Noorwegen ook nog betalen. Van de drie EER-landen wordt een bijdrage aan het cohesiebeleid van de EU verwacht, in de vorm van financiering van projecten en programma’s in de desbetreffende vijftien lidstaten van de EU. Voor de periode 2021-2028 gaat het om 3,2 miljard euro – waarvan het leeuwendeel voor rekening van Noorwegen komt. Van taxation without representation is overigens geen sprake; de bestemming van de gelden wordt in bilateraal overleg met de ontvangende landen bepaald.

Daarnaast betaalt Noorwegen een half miljard euro per jaar voor deelname aan diverse EU-programma’s zoals Horizon en Erasmus+, en voor deelname aan Schengen.

Waarom weegt de stap naar formeel lidmaatschap van de EU zo zwaar? Dat is omdat Noorwegen voor landbouw en visserij belangrijke uitzonderingen heeft bedongen. En omdat het land niet deelneemt aan de douane-unie, en daardoor de landbouwsector door invoertarieven extra kan beschermen. Maar voor de EU blijft Noorwegen hoe dan ook een belangrijke partner, als leverancier van energie (olie, gas, elektriciteit) en vis, en voor de collectieve veiligheid