“Roam like at home!” Dat is bij consumenten een van de meest bekende en gewaardeerde EU-besluiten. Europese wetgeving, die met 26 landen is vastgesteld, bepaalt het overgrote deel van wat als Nederlands beleid wordt gepresenteerd. Goede sier maken met een Europese richtlijn, het gebeurt vaak in de nationale politiek. Maar het helpt niet met het zichtbaar maken van de invloed van de EU in Nederland.
Voormalig Tweede Kamerlid Stieneke van der Graaf (CU) had in 2022 bij aangenomen motie gevraagd of er snel regels kunnen komen voor reparatierecht, misschien ook met buurlanden. Het kabinet deed onderzoek en schreef terug dat het niet juridisch wenselijk was, want de EU was er al mee bezig.
Onderhandelen
Het is over het algemeen het meest duurzaam als producten zo lang mogelijk mee gaan en geen (vroegtijdige) reparatie nodig hebben, vindt ook het overgrote deel van de consumenten. De economie moet ‘circulair’ worden, een belangrijk onderdeel van de Green Deal in de eerste Commissie-Von der Leyen (2019-2024). Tegenwoordig wordt over die Green Deal vooral gepraat als een te vergaand systeem. Diverse onderdelen zijn al teruggeschroefd, zoals de eisen aan bedrijven voor het maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Maar het ‘right to repair’ was en bleef een stokpaardje, waarmee bijvoorbeeld VVD-Europarlementariër Catharina Rinzema in de EP-campagne van 2024 goede sier maakte. Het was de Europese Commissie, die er een wetsvoorstel van maakte. De Kabinetsinzet werd een paar weken later naar de Kamer gestuurd door huidig Eurocommissaris Hoekstra, toen nog minister van Buitenlandse Zaken. Het toenmalige kabinet-Rutte betwijfelde de milieuwinst, en wilde iets anders in de onderhandelingen, namelijk een Europa-brede garantietermijn. Die is in de meeste landen 2 jaar, maar in Nederland staat die open. Ook moesten de onderhandelaars zich gaan inzetten voor een redelijke prijs van de reparatie en bepalen wat er gebeurt als het weer stuk gaat.
Genoeg te onderhandelen, een jaar lang, tussen de 27 hoofdsteden en het EP stelde het vast op 2 februari 2024. En toen? De cliënten van Koester advocaten, die zich zorgen maakten over de kosten voor de retailer, lazen: “Nu moet het nog formele goedkeuring krijgen van de Europese Commissie”. De Brusselse Nieuwe lezer weet: dat moet natuurlijk de Raad zijn. De wet stond in juli in het ‘publicatieblad’.
Klap erop
Maar de gekozen vorm, een ‘richtlijn’, betekende dat nationale overheden er nog wel verder aan de slag moesten. Binnen 24 maanden nadat de richtlijn was aangenomen moest deze op het ministerie en in de Tweede Kamer, tijdig en correct, worden ‘omgezet’ in Nederlandse wetgeving. Het ministerie van J&V ging aan de slag; maar helaas, dat werk ging niet op schema, lazen de volksvertegenwoordigers al in november.
Het kabinet-Jetten heeft op de benodigde wetswijziging tijdens op de ministerraad van vrijdag, na 20 maanden, een klap gegeven en stuurde daar een persbericht over uit. De Europese oorsprong werd door nu.nl gelukkig wel vermeld. Het is echter, ondanks het halleluja, twijfelachtig of de Europese implementatietermijn gaat worden gehaald. Het wetsvoorstel moet dan immers nog voor het zomerreces worden behandeld in zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer. Gelukkig kunnen consumenten vanaf de zomer hun recht, ondanks die Haagse vertraging, dankzij EU-recht al wel laten gelden.
De column van Mendeltje van Keulen van drie jaar geleden kan je hier teruglezen! Wil jij niet achter de feiten aanlopen? Abonneer je dan hier op de columns Post uit Brussel en blijf op de hoogte van de Europese wetgeving die naar Nederland komt.