Het Gerecht opereert grotendeels buiten de schijnwerpers. Dat lijkt Marc van der Woude niet te deren. Hij werkt al bijna twintig jaar in Luxemburg aan de Europese rechtspraak. Sinds 2019 is hij president van het Gerecht van de Europese Unie; in september werd zijn termijn met drie jaar verlengd. Als ik hem vraag naar de meest spraakmakende zaak uit zijn loopbaan, aarzelt hij. “Het curieuze is: soms ben je maanden met een zaak bezig en ben je haar meteen weer vergeten zodra ze is afgerond. Zaken die de krant halen – over een bekende voetballer bijvoorbeeld – zijn juridisch vaak minder interessant.”
Wat hem bijblijft, zijn momenten waarop het proces zelf kantelt. “Ik herinner me een hoorzitting waarbij we vooraf unaniem waren. Tijdens de zitting begon ik te twijfelen. En zonder dat we overlegden, bleek dat bij alle rechters zo te zijn. Dan zie je dat het rechtsproces werkt zoals het bedoeld is.”
Die variatie aan dossiers is precies wat hem drijft. “Het leukste is het onverwachte”, zegt Van der Woude. “Je krijgt telkens te maken met regelgeving waarvan je soms het bestaan niet eens kende. Dan moet je erin duiken, uitzoeken hoe het in elkaar zit en wat er juridisch op het spel staat. Je hebt natuurlijk ook mensen die het prettig vinden om steeds hetzelfde soort zaken te doen, maar voor mij zit de lol juist in die variatie.”
Slaan we niet door in al die nieuwe regels?
“Dat moet je eigenlijk niet aan een jurist vragen”, lacht Van der Woude.
“Maar veel Europese regelgeving is inderdaad lang, technisch en ingewikkeld. Dat zie je bijvoorbeeld bij de GDPR (privacyregels voor het gebruik van persoonsgegevens, red.), de DMA (Digital Markets Act die online platforms verplichtingen oplegt, red.) en de DSA (Digital Services Act die platforms verantwoordelijk houdt voor schadelijke inhoud, red.). Dat zijn complete pakketten waarin alles wordt dichtgetimmerd. Dat is voor juristen prachtig materiaal, maar ik weet niet of het als maatschappelijk verschijnsel altijd wenselijk is.”
Je ziet soms parallellen met de jaren dertig
Begrijpt u politici die klagen over regeldruk?
“Ja. Aan de ene kant is de samenleving complexer geworden en de regelgeving weerspiegelt dat. Maar aan de andere kant zie je ook een gebrek aan vertrouwen: alles moet vooraf worden vastgelegd, elke mogelijke situatie wordt geregeld. Dat werkt uiteindelijk niet. Je kunt geen wetgeving maken voor elk denkbaar geval.”
Marc van der Woude (1960) is president van het Europees Gerecht, onderdeel van het Hof van Justitie van de EU. Hij is sinds 2010 rechter bij het Gerecht en werd in 2019 benoemd tot president. Van der Woude studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Groningen en volgde daarna het Europacollege in Brugge. Eerder was hij onder meer hoogleraar Europees recht, advocaat in Brussel en vice-president van het Europees Gerecht.
Dat wantrouwen drukt zich niet alleen uit in regels. Ook de rechtspraak staat onder druk. Merkt u dat ook?
“De druk op de rechtspraak zegt iets over de maatschappijen waarin we leven. Er is veel onbegrip over hoe de rechtsstaat zich verhoudt tot de democratie. Hoe dat komt, is natuurlijk een interessante vraag. Je ziet soms parallellen met de jaren dertig. Maar hoe dat moet worden opgelost, dat is uiteindelijk een politieke kwestie. Dat is niet aan de rechter.”
In de Verenigde Staten worden rechterlijke benoemingen steeds politieker en legde Washington zelfs sancties op aan rechters van het Internationaal Strafhof. Wat zegt dat?
“Wat dit vooral laat zien, is dat wij in Europa een enorm pluspunt hebben: een onafhankelijke rechtspraak. Hier kun je zaken doen en weet je dat je een onafhankelijke rechter krijgt. Of dat nu een Europese rechter is of een nationale rechter.”
“Je kunt eigenlijk wereldwijd tegen bedrijven zeggen: doe je zaken in Europa, want hier krijg je een fair trial. Ga niet naar het wilde westen, waar de zaak gepolitiseerd raakt. Al vermoed ik dat de rechterlijke macht in de Verenigde Staten nog steeds onafhankelijk functioneert. Maar je ziet daar wel ontwikkelingen die zorgelijk zijn.”
Waaien die zorgelijke ontwikkelingen ook over naar Europa?
“In het gros van de lidstaten werkt de rechtspraak goed. En ook in landen waar de rechtsstaat onder druk staat, is het niet zo dat alles niet meer functioneert. Je hebt daar nog steeds individuele rechtbanken en rechters die perfect hun werk doen. Het is niet omdat er zwarte schapen zijn, dat alle schapen zwart zijn.”
De klassieke mechanismen om lidstaten tot de orde te roepen zijn beperkt.
In Slowakije stemt het Parlement in met wetgeving die nationaal recht boven EU-recht plaatst. Is dat kwalijk?
“Het uitgangspunt is simpel. Als je lid bent van een club waar met 27 landen gezamenlijk regels worden afgesproken, dan gaat het recht van die club voor. Als je dat niet wilt, dan is daar de deur. Je kunt niet zeggen: ik doe mee, maar pas mijn eigen regels toe. Dat is intrinsiek tegenstrijdig.”
Toch lukt het Europa niet helemaal om de lidstaten tot de orde te roepen?
“Dat klopt. De klassieke mechanismen om lidstaten tot de orde te roepen zijn beperkt. Artikel 7 (een EU-procedure die sancties mogelijk maakt bij ernstige schendingen van de rechtsstaat, red.) is een zwaar instrument en werkt nauwelijks, omdat unanimiteit vereist is. Wat je nu wel ziet is de conditionaliteit: je krijgt je geld niet als je je niet houdt aan de regels die je gezamenlijk hebt afgesproken. Werkt dat? Dat moet de toekomst uitwijzen, maar het Hongarije van Viktor Orbán wacht nu op zijn geld.”
“Wij hebben daar ook zaken over op tafel liggen. Bijvoorbeeld over universiteiten in Hongarije die geen fondsen krijgen, omdat hun juridische structuur volgens de Europese Commissie onvoldoende onafhankelijk is van de regering. Of dat uiteindelijk ook zo is, moet natuurlijk worden vastgesteld door de rechter.”
In Polen worden de regering en de president het niet eens over welke rechter ze naar Luxemburg moeten sturen. Hoe kijkt u daar naar?
“In Polen zie je een impasse. De premier wil iemand met een juridisch profiel benoemen, de president heeft een andere visie op wat benoemingen zouden moeten zijn. Daardoor lukt het niet om het eens te worden. Dat betekent bijvoorbeeld dat het Hof van Justitie zonder een Poolse rechter zit. Bij ons zie je ook dat de lidstaten soms moeilijkheden ondervinden om geschikte mensen te vinden met als gevolg dat wij ook op dit moment met minder rechters werken.”
Wat voor invloed hebben politieke benoemingen in Europa?
“Het selectieproces van rechters is een nationale aangelegenheid. Dat verschilt sterk per lidstaat. In Nederland is dat netjes geregeld via een commissie. In andere landen is dat minder transparant. Maar op Europees niveau is er altijd een screening, door een comité van onafhankelijke deskundigen. Dat comité kijkt of iemand voldoet aan de criteria voor de functie. Zelfs als je een oud-minister bent met een indrukwekkende staat van dienst: als je niet weet hoe het hier werkt, kom je niet door dat comité.”
“En uiteindelijk zijn we met 54 rechters. Natuurlijk hebben mensen politieke voorkeuren of een achtergrond. Maar in zo’n groot college heeft dat geen doorslaggevende impact.”
Zijn de zaken die het Gerecht behandelt veranderd door de politieke onrust?
“Ja, duidelijk. Je ziet steeds meer zaken die samenhangen met geopolitiek. Sanctiezaken tegen Rusland bijvoorbeeld. Dat zijn vaak delicate zaken, waarin wordt gekeken of iemand daadwerkelijk heeft bijgedragen aan het regime of daarvan heeft geprofiteerd.”
“Daarnaast zie je ook zaken over vluchtelingen en over defensie. Dat zijn aanbestedingen voor zeer gevoelige projecten. Toen ik meer dan veertig jaar geleden de universiteit verliet, had ik nooit gedacht dat ik me daar mee bezig zou houden.”
Het volledige interview met Marc van der Woude verscheen vorige week in de Nieuwsbrief Democratie en Rechtsorde. In deze nieuwsbrief lees je iedere twee weken verdiepende verhalen en interviews over de rechtsstaat, plus het belangrijkste nieuws uit Brussel, Den Haag en de rest van Europa. Abonneer je nu.
