Dit weekend tekende Commissievoorzitter Ursula von der Leyen in Paraguay het handelsverdrag van de EU met de Mercosur-landen. Maar zelfs na 26 jaar onderhandelen zijn we nog niet bij de eindstreep.
Niet alleen omdat het handelsakkoord nog de instemming van het Europees Parlement behoeft. Maar ook omdat het handelsakkoord deel uitmaakt van een breder akkoord, het EU-Mercosur Partnership Agreement (EMPA). Terwijl het handelsakkoord tot de exclusieve bevoegdheid van de EU behoort, waartoe dus bij meerderheid van stemmen kan worden besloten, is het bredere akkoord een ‘gemengde overeenkomst’. Die vergt unanimiteit en ratificatie in alle lidstaten. Zullen de lidstaten – zoals Frankrijk, Polen en Hongarije – die nu dit handelsakkoord afwijzen, straks wel de bredere overeenkomst willen tekenen?
De lange aanloop en de ongewisse uitkomst laten zien hoe lastig het is om een wederzijdse verlaging van handelsbelemmeringen te realiseren. Het eenzijdig verhogen van invoertarieven blijkt daarentegen in een handomdraai te regelen. Ook als dat ingaat tegen de regels van de Wereldhandelsorganisatie WTO.
Nadelen vallen op
Er zijn twee kernproblemen met handelsovereenkomsten. Het eerste is dat vrijmaking van handel weliswaar de welvaart vergroot, maar dat voor- en nadelen ongelijk zijn verdeeld. De voordelen zijn diffuus verspreid over grote groepen consumenten en exporterende bedrijven.
De nadelen – door meer concurrentie op de thuismarkt – zijn sterk geconcentreerd. Die concentratie voedt de oppositie tegen handelsovereenkomsten, terwijl voorstanders zelden voor voldoende tegenwicht zorgen. Tegen Mercosur voeren de landbouworganisaties fel oppositie. Dat doen zij voor een paar sectoren: rundvlees, pluimvee en suiker. Landbouwsectoren die te winnen hebben bij deze handelsovereenkomst – zoals zuivel, groenten en fruit – laten zich niet horen.
Impact
Door tariefquota – maximale hoeveelheden die onder het verlaagde tarief vallen – worden de gevolgen flink afgezwakt. Dat quotum gaat voor rundvlees 1,5 procent van de Europese productie bedragen, en voor pluimveevlees 1,3 procent. Daardoor blijven de gevolgen voor de Nederlandse boer beperkt. Naar schatting gaat het om enige honderden euro’s inkomensverlies in 2040.
Inmiddels hebben de boeren al wel 45 miljard euro aan compensatie toegezegd gekregen. Geld dat was bestemd als buffer, in een begrotingskader voor 2028-2035 dat de EU nog moet vaststellen! Hier wordt Mercosur gebruikt als hefboom om verlaging van EU-landbouwuitgaven tegen te gaan.
Breder akkoord
Dan over naar het tweede kernprobleem van handelsakkoorden: het zijn geen instrumenten van duurzaamheidsbeleid. Handelsakkoorden sluiten landen die er verschillende standaarden op na houden, bijvoorbeeld voor dierenwelzijn. Alleen op onderdelen kun je dan het speelveld gelijktrekken. Zoals voor eieren in het Mercosur-verdrag: die krijgen slechts dan een voorkeursbehandeling als ze afkomstig zijn van leghennen die vallen onder de EU-dierenwelzijnseisen. Maar in veel andere gevallen zal convergentie (naar elkaar toegroeien) op het terrein van duurzaamheid – of het nu gaat om mensen en werknemers, dieren, of klimaat en milieu – niet in een handelsakkoord kunnen worden geregeld.
Daarvoor is een bredere overeenkomst nodig zoals de EMPA (het EU-Mercosur Partnership Agreement (EMPA)) – maar doordat de EU dat unaniem moet besluiten, is dat veel lastiger.