Door: Nina Holland, onderzoeker bij Corporate Europa Obervatory
Gisteren vonden in Brussel wederom grote boerenprotesten plaats. Dit keer richten zij zich met name op het vrijhandelsverdrag EU-Mercosur, met landen als Brazilië en Argeninië. Door oneerlijke concurrentie met die landen moeten boeren tegen bodemprijzen produceren. Boerenprotesten worden echter ook door anderen gebruikt om druk te zetten op de EU voor eigenbelang.
De lobbygroep voor de pesticidenproducenten Croplife Europe lijkt die protesten te willen benutten om politiek momentum te creëren voor een verdere versoepeling van de EU-veiligheidsvoorschriften voor pesticiden. Eerdere boerenprotesten in 2023 en 2024 hadden al een grote impact en bewogen de Europese Commissie ertoe een reeks groene regels uit de Green Deal af te zwakken.
In deze zelfde week lanceerde de Commissie ook weer een nieuw ‘omnibuspakket’, met als doel de regels voor de voedselveiligheid te versoepelen. Ook de regels rond pesticiden gaan op de schop. Croplife Europe en Bayer hebben dit jaar dan ook talrijke bijeenkomsten gehad met hoge ambtenaren van de Commissie hierover.
Croplife Europe gaf het opinie-bureau IPSOS opdracht om een enquête te houden onder boeren in negen EU-landen over de vraag: “Zijn de problemen van de boeren begin 2024 opgelost door de recente maatregelen van de EU of staan de boeren op het punt om opnieuw te protesteren?” Dit verhaal haalde vervolgens de nieuwsagenda via een lobby-evenement en gesponsorde inhoud, waarin de lobby-standpunten van de agrochemische lobby werden herhaald.
Oneerlijke concurrentie
Maar de door Croplife gesponsorde enquête negeerde een nogal ongemakkelijk feit. Boeren gaven in de enquête namelijk aan dat ze willen dat de EU optreedt tegen oneerlijke concurrentie uit het buitenland. Daarmee zijn zij dus tegen de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Mercosur-landen. Met dit verdrag krijgen veel lagere normen en een veel hoger gebruik van meer (en vaak in de EU verboden) pesticiden.
Dit staat echter haaks op het standpunt van de pesticidenindustrie, die zich juist hard maakt vóór dit verdrag. EU-Mercosur zal hen in staat stellen om pesticiden uit de EU naar Zuid-Amerika te blijven exporteren – zelfs producten die in de EU zelf verboden zijn – terwijl landbouwproducten die met deze pesticiden zijn geproduceerd, in grote hoeveelheden naar de EU kunnen blijven worden verhandeld.
In plaats van begrip te tonen voor de zorgen van het platteland, lijkt het doel van de lobbygroep van de industrie eerder te zijn om politici bang te maken met het vooruitzicht van lange rijen tractoren in Brussel. Tegelijkertijd zijn het de eigen klanten van de sector – boeren en hun gezinnen – die als eersten blootgesteld worden aan de gezondheidsrisico’s van pesticiden.
Regels afzwakken
Onlangs werd de belangrijkste studie die ten grondslag lag aan de bewering dat glyfosaat geen kanker zou veroorzaken – waarvan al tien jaar bekend is dat deze in werkelijkheid door Monsanto is geschreven – eindelijk ingetrokken door het wetenschappelijke tijdschrift dat deze had gepubliceerd. Deze had dus nooit meegenomen mogen worden in de risico-beoordeling. Een boodschap aan de Europese Commissie om mensen juist beter te beschermen tegen de risico’s van pesticiden werd daarom getekend door honderden wetenschappers.
Milieu- en gezondheidsregels afzwakken is niet zinnig, als daarmee schade wordt berokkend aan de kwaliteit van water, bodem, of bestuivers. Die vormen allemaal de voorwaarde voor een gezond voedselsysteem. Maar boeren moeten wel de steun krijgen die nodig is, om de veranderingen door te voeren die nodig zijn voor een meer duurzame voedselproductie.