Tweede Kamer verdeeld over Europese richtlijnen voor opvang asielzoekers

De Tweede Kamer debatteerde gisteren over de opvang van Oekraïense vluchtelingen in Nederland. Van links naar rechts zijn duidelijke verschillen te zien over de korte- en langetermijnvisie hierop. Bovendien speelt de vorige migratiecrisis nog altijd mee en is er natuurlijk ook nog het huidige EU-beleid.

3 min. leestijd

Auteur: Tim Kohnen

Wat moet er met de Oekraïense vluchtelingen gebeuren? Veilig en verantwoord integreren of aansturen op een zo snel mogelijke terugkeer? De politiek is verdeeld, en de huidige richtlijnen van de EU maken de kans op eensgezindheid niet eenvoudig.

Hervormingen en noodwet

Ruben Brekelmans (VVD) vindt dat het gemeenschappelijk asielbeleid binnen de EU eerst hervormd moet worden alvorens een goede herverdeling van asielzoekers mogelijk is. De discussie over asiel en migratie in de EU zit al jaren vast, met name sinds het voorstel van verplichte quota bij herverdeling. Wybren van Haga (Groep Van Haga) pleit zelfs voor een “terugkeeroffensief”: met name vluchtelingen uit inmiddels veilige gebieden moeten zo snel mogelijk weer naar het land van herkomst. Het debat escaleerde daarmee al snel tot een discussie die niet alleen meer ging over Oekraïense vluchtelingen. Ook de rest van de vluchtelingencrisis werd erbij gehaald.

De huidige noodwet, die burgemeesters in Nederland kan dwingen om opvang voor Oekraïense vluchtelingen te regelen, geldt enkel voor deze doelgroep. Suzanne Kröger (GroenLinks), gesteund door andere kamerleden, spreekt haar onbegrip uit over het feit dat deze noodwet niet geldt voor vluchtelingen uit gebieden zoals Jemen, Syrië en Afghanistan. Een “politieke keuze, maar wel een pijnlijke”, aldus Kröger. Ook Anne-Marieke Podt (D66) herhaalt dit onderscheid meerdere malen. Tot ongenoegen van sommige kamerleden houdt staatssecretaris voor Justitite en Veiligheid Eric van der Burg (VVD) voet bij stuk over deze beperkte toepassing. Volgens hem gaat het om een grote toestroom van Oekraïense vluchtelingen in een zeer korte tijd. Verder heeft de noodwet alleen een “taak neergelegd bij de burgemeesters. Een taak. Meer niet”, zei Van der Burg.

Moeite met Europese richtlijnen of politieke onwil?

Volgens de richtlijnen van het gemeenschappelijk Europese asielstel heeft elke asielzoeker onder meer recht op toegang tot huisvesting, onderwijs, gezondheidszorg en onder bepaalde voorwaarden ook tot banen. Kamerlid Kati Piri (PvdA) vraagt zich af waarom landen om ons heen, zoals Frankrijk en Duitsland, het wel voor elkaar krijgen om deze richtlijnen te volgen en Nederland niet. Ook noemt zij het dwarsliggen van Viktor Orbán, de premier van Hongarije, als één van de vele andere oorzaken van het moeizame herverdelingsbeleid op Europees niveau.

Volgens Piri geeft het juridische kader in Nederland onvoldoende waarborg voor Europese richtlijnen. “Er is bewijs dat het mogelijk is om opvang te regelen, zolang er politieke wil is”, aldus Piri. Zij vindt dan ook dat Nederland, als volwaardig lid van de Europese Unie (EU), zich aan de richtlijnen moet houden. Ter ondersteuning kan Nederland hiervoor gebruik maken van onder andere de fondsen en regelingen van de Europese Commissie die hiervoor bestemd zijn, zoals het Cohesiebeleid ten behoeve van vluchtelingen in Europa (CARE). Kamerlid Marieke Koekkoek (Volt) vraagt meer opklaring in de komende weken en maanden over hoe en in hoeverre deze middelen eigenlijk benut worden.

Het gras is altijd groener bij de buren.
Verken je horizon en ga ook eens vissen in een andere vijver!

Word lid Meer informatie