De Duitse bondskanselier Friedrich Merz wil dat landen zoals Oekraïne onderdeel worden van de Europese familie. Hij heeft een brief met zijn voorstellen aan de andere Europese regeringsleiders gestuurd.
Wat wil hij?
Landen zoals Oekraïne mogen een commissaris leveren voor de Europese Commissie. En er kunnen ook politici in het Europees Parlement worden gekozen, maar ze hebben dan geen stemrecht. Ook de Eurocommissaris zou geen stemrecht hebben. Verder mag het land voortaan deelnemen aan de vergaderingen van zowel de vakministers als de leiders, maar inderdaad zonder stemrecht.
De discussie over landen die lid willen worden van de EU gaat moeizaam. Na Kroatië in 2013 is geen enkel land meer toegetreden tot de Unie. Probleem is dat in veel landen politieke problemen worden verwacht (referenda waarvan de uitkomst ongewis is) en het een wijziging van het verdrag zou vergen. Dat is vooral nodig om de machtsverhoudingen te regelen, onder meer het aantal zetels en het aantal Eurocommissarissen. Maar dan komen ook zaken als bijvoorbeeld het veto (afschaffen of versterken) op tafel. Kortom, de Europese leiders zoeken naar manieren om niet de hele doos van Pandora te openen, maar wel vooruit te gaan.
De wachtkamerconstructie kan ook gebruikt worden om toezicht te houden op landen. Voor het geval een land als Oekraïne de regels van de rechtsstaat niet meer nakomt, of corruptie massaal de kop opsteekt. Dan kan een land makkelijker op de vingers worden getikt. Nu zijn er eindeloze procedures voor, die, zoals in het geval van Hongarije, niet of nauwelijks werken. En als ze al werken, vrij traag gaan.
En Zelensky?
Die vindt het niks. Vorige maand zei hij nog in Berlijn: “Iedereen in Europa kent ons standpunt: we hebben geen ‘EU light’ nodig.” En tijdens de top in Cyprus voegde hij eraan toe: “Zoek alstublieft geen symbolisch EU-lidmaatschap voor Oekraïne. Ik steun het niet. De bevolking steunt het niet. We hebben genoeg van symbolische allianties.
Maar de Europese leiders zitten met hun handen in het haar, zo schrijft Merz eerlijk. “Het is duidelijk dat we het toetredingsproces niet snel zullen kunnen voltooien, gezien de talloze obstakels en de politieke complexiteit van de ratificatieprocessen in de verschillende lidstaten.”
Ook bij de Balkanlanden loopt het allemaal moeizaam. Ja, de onderhandelaars boeken vooruitgang, maar er zijn nog steeds grote problemen met Servië en Noord-Macedonië. Bosnië en Herzegovina blijft helemaal achter en Kosovo wordt niet door alle EU-lidstaten erkend.
Montenegro lijkt het dichtst bij toetreding te zijn, omdat de onderhandelingen ergens in 2027 klaar zijn. Albanië zou een paar jaar later kunnen volgen.
Gaat het lukken?
Het eerlijke antwoord is waarschijnlijk: niet. Aan de kant van de Europese Unie is uitstel, vooruitschuiven en ontkennen aan de orde van de dag. Wat in ieder geval moet gebeuren, is die hervorming. De Europese Commissie zou eind vorig jaar met voorstellen komen. Tijdens de Europese top in december werd Von der Leyen opnieuw gevraagd met plannen te komen, maar voorlopig staat er nog geen letter op papier. Dat is meestal een teken dat er politieke problemen zijn. Merz hoopt met zijn brief de discussie open te breken.