“Elk jaar betalen wij meer dan tien miljard euro aan Brussel”, zei PVV-leider Geert Wilders vorig jaar tijdens een debat in de Tweede Kamer. “Nederland is een van de grootste, zo niet dé grootste, nettobetalers van de Europese Unie”.
Het klopt dat er veel geld gemoeid gaat met de Europese Unie. Maar hoeveel geld maken we eigenlijk over naar ‘Brussel’? En wat krijgen we ervoor terug? Wat klopt er van de bewering dat Nederland ‘nettobetaler’ is? En: is dat een probleem? Om antwoord te krijgen op deze vragen neem ik je mee in de wondere wereld van ons geld in Europa.
De Nederlandse balans
De cijfers van de EU-inkomsten en uitgaven worden elk jaar openbaar gemaakt door het Ministerie van Financiën. De inkomsten uit 2024 schetsen een heel rooskleurig beeld. Nederland ontving voor het eerst geld (1,3 miljard euro) uit het Europese Coronaherstelfonds (Recovery and Resilience Facility) en een ‘meevaller‘ van 2,4 miljard euro door geld dat de EU wel begrootte maar niet uitgaf. Om te bepalen of Nederland een nettobetaler is kunnen we daarom beter kijken naar het jaar 2023.
Dat jaar ontving de Nederlandse overheid 2,9 miljard euro aan subsidies van de Europese Unie. Een krappe miljard euro ging naar de landbouw en visserij en de rest van het geld naar onderwijs en innovatie, zoals onderzoeksprojecten op universiteiten en het Erasmus+-programma dat de uitwisseling van studenten financiert. De ontvangsten van 2023 liggen iets boven het gemiddelde van de afgelopen tien jaar, 2,7 miljard euro, een bedrag dat langzaam toeneemt.
Betalen
In hetzelfde jaar ging er 9,2 miljard euro de andere kant op. Ter vergelijking: dat is minder dan één procent van het bruto nationaal inkomen (bni), het geld dat alle Nederlanders samen in een jaar verdienen. Een deel van dat bedrag komt uit belastinggeld, waarbij een klein percentage via de btw naar de EU gaat. Ongeveer een derde bestaat uit douanerechten, geïnd wanneer goederen van buiten de EU via de Rotterdamse haven of Schiphol de Unie binnenkomen. Sinds 2022 draagt Nederland daarnaast 235 miljoen euro af voor niet-gerecycled plastic. Het grootste deel, 4,2 miljard euro, is de zogeheten bni-bijdrage: het bedrag waarmee Nederland helpt de EU-begroting sluitend te maken, nadat alle andere inkomsten zijn meegerekend. Hoe groter de economie, hoe hoger die bijdrage.
Conclusie: Nederland geeft meer geld aan de EU dan het ontvangt en is dus inderdaad nettobetaler. Dat is het al sinds de jaren ’90. Omgerekend kostte ons EU-lidmaatschap jou 350 euro in 2023. Maar betekent dat ook dat jij armer wordt omdat Nederland deel is van Europese Unie? Nee. Sterker nog, het levert behoorlijk wat op, oordelen het Centraal Planbureau en de Algemene Rekenkamer.
Interne markt
Een van de grote voordelen van de EU is namelijk de vrije of interne markt. Lidstaten kunnen naar lieve lust handelen in kapitaal, diensten en goederen zonder daar douaneheffingen over te hoeven betalen. Hierdoor betaal jij bijvoorbeeld geen extra heffingen voor een pakketje uit Polen, maar wel voor een pakketje uit China.
Het Centraal Planbureau onderzocht in 2023 wat ons EU-lidmaatschap aan kosten scheelt en zag dat Nederland als handelsnatie bij uitstek profiteert van de handelsvoordelen van de interne markt. Zo’n 80 procent van alle in geld uit te drukken voordelen die Nederland geniet van haar EU-lidmaatschap heeft het te danken aan de interne markt, een getal dat veel hoger ligt dan in andere landen. Zo is het Nederlandse bruto binnenlands product 3,1 procent – 31 miljard – groter dankzij de interne markt (vergeleken met een alternatief scenario waarin EU-landen met elkaar handelen onder Wereldhandelsorganisatieregels). Dit komt doordat we meer goederen (25 procent) en diensten (20 procent) exporteren dankzij die markt. Dit levert jou 1.720 euro per jaar op, aldus het Centraal Planbureau.
Voordelen
Daar komt bij dat de EU ons nog veel meer oplevert, zaken die zich niet laten uitdrukken in financiële overzichten. Dat het leven om meer dan om geld draait, ziet ook Ewout Irrgang, commissielid van de Algemene Rekenkamer en onderzoeker naar onze positie als nettobetaler. “De toegevoegde waarde van de EU is ook dat we prettiger kunnen leven, wonen, werken, reizen en dat we veiliger zijn. De cijfers over de nettobetalingspositie van Nederland geven een onvolledig beeld van wat de EU voor ons land betekent.”
Een kleine Unie
De stelling dat Nederland vooral bijdraagt aan de EU en dat armere landen profiteren is dus niet onjuist, maar slaat een cruciaal hoofdstuk van het verhaal over, stelt Irrgang. Nederland is inderdaad nettobetaler, maar helemaal onderaan de streep worden we wel degelijk rijker van de Unie. Maar is er niet alternatieve, win-win situatie mogelijk? Eentje waarin Nederland verdient aan de interne markt zonder netto te betalen? Valt er bijvoorbeeld iets te zeggen voor een kleinere Unie met uitsluitend landen die nu netto betalen, zoals Duitsland, Frankrijk en Scandinavische landen?
Hoewel er in een dergelijke Unie geen geld weg kan vloeien naar armere landen, is volgens het eerder genoemde CPB-rapport Nederland juist succesvol als handelsnatie door een grote Unie. Des te meer landen deel zijn van die Unie, des te groter de Nederlandse afzetmarkt, zo luidt de gedachte. Zo profiteert Nederland met een bbp-stijging van 3,1 procent relatief meer van de vrijhandel dan bijvoorbeeld Griekenland (1,7 procent), Spanje (1,3 procent) of Italië (1 procent). Alleen België, Luxemburg en Ierland zijn nog beter af dan wij, samen met de Oost-Europese landen die sinds de grote EU-uitbreiding uit 2004 bezig zijn met een economische inhaalslag.
“Schijn van verspilling”
Hoe kan het dan dat de gedachte leeft dat Nederland elk jaar miljarden euro’s wegbrengt naar Brussel zonder daar iets voor terug te krijgen? Volgens Irrgang komt dat omdat onduidelijk is wat onze investeringen in de EU precies opleveren. Zo wordt bijvoorbeeld nauwelijks onderzocht wat de opbrengsten zijn van door de EU-gesubsidieerde projecten – geld dat oorspronkelijk bij de lidstaten vandaan komt. En dat is een probleem. “Waar geen duidelijke resultaten getoond kunnen worden, ligt verspilling of de schijn van verspilling op de loer.”
Irrgang pleit daarom voor meer onderzoek. Op dit moment proberen de Europese Rekenkamer en de rekenkamers van de lidstaten zoveel mogelijk ontbrekende inzichten te verschaffen. Zo bracht de Nederlandse Algemene Rekenkamer in beeld bij welke boeren de Europese landbouwsubsidies terechtkomen. Maar eigenlijk is dit de verantwoordelijkheid van de Europese Unie en de lidstaten zelf, vindt Irrgang. “Tot die tijd blijven vertekende inzichten over de nettobetalingspositie circuleren.”
Meer van dit soort verhalen? In de Nieuwsbrief Van economie tot Euro neemt Emma du Chatinier je elke twee weken mee in de wereld van geld met verdiepende verhalen, interviews en nieuws. Steun ons, abonneer je nu en ontvang deze verhalen exclusief in jouw mailbox.